Op pad in Puglia

Voorbij Rome begint er een ander Italië, ruiger vooral. Ruraler ook. En voorbij Bari word je terug in de tijd geflitst. De hak van de laars in Puglia ligt dan ook dichter bij Albanië dan bij Sicilië. Dit is misschien wel het Italië van weleer, ongerept, zoals het gedroomd wordt. Ver weg van alle nieuwigheden. Het buitenbeentje dus. En dat is het decor van deze driedaagse tour.

Je kunt deze reis niet beter beginnen dan met een overnachting in de sfeer waar deze streek voor bekend is: de punthuisjes of trulli, witgekalkte miniwoningen die teruggaan tot de vijftiende eeuw. Hotel il Palento, net buiten het charmante Locorotondo, is zo’n juweel. Terwijl buiten bij valavond de thermometer nog 25 graden aangeeft, omarmen we de verrassende koelte binnenin. Deze blijft geconserveerd door de grijze kalksteen en de typische dakpannenstructuur. Het interieur is klassiek charmant, letterlijk het gevoel van een grotwoning. We zetten de bagage in een hoekje en vertrekken meteen naar het stadscentrum. Bij sommige bestemmingen weet je het na vijf kilometer: dit kan niet fout gaan. Puglia is zo’n tour: meteen raak, bij de keel gegrepen vanaf de eerste minuut. Wat een verrassend mooi landschap, dit diepe zuiden van Italië. Terra dei trulli, het land van de trulli.

Dag 1: Trulli Tour (87 km)

Gisteravond hebben we in hartje Locorotondo gegeten. Dat dorpje, hoog boven de olijfboomgaarden, liet zo’n indruk achter dat we het bij ochtendlicht opnieuw bezoeken. De nederzetting dankt haar naam aan het feit dat ze gebouwd is op een heuvel waar de straatjes concentrisch omheen liggen. Locorotondo betekent dan ook letterlijk ‘ronde plaats’. Mooi! Dan rijden we binnendoor langs achterafweggetjes door de Valle d’Itria tot Martina Franca, waar we verwacht worden in het wijnhuis Ionis, een jong familiebedrijf (tweede generatie) dat eerlijke lokale wijnen produceert. Wij zijn vooral onder de indruk van de signatuurfles ATER, een 100 procent primitivo met zware tranenrand. Maar we moeten streng zijn en beperken het bezoek tot proeven.

Het roadbook neemt ons weer op sleeptouw en voert richting Ceglie Messapica, een historisch dorp op een heuvel met een doolhofachtige stratenstructuur. We strijken neer in Ristorante Cibus, waar we ons de dikke spaghetti met tomatencoulis, oude ricotta en gemalen korstjes laten aanraden, rijkelijk overgoten met fijne olijfolie.

De volgende halte is Grottaglie, een gehucht waar de keramiek niet herleid werd tot een toeristenaccessoire, maar nog volop als broodwinning gepraktiseerd wordt. Een van de betere adresjes is Cinzia Fasano. Deze ambachtsdame heeft hier haar atelier, maar de familie is al meer dan vierhonderd jaar actief in de business. “Twintig generaties al, signore”, verduidelijkt haar vader, die het gesprek van op afstand volgt. Ja, je leert de finesse van vader op dochter. Maar het dorp (goed voor 30 winkels en 100 artiesten) heeft zijn verleden zo serieus genomen dat er wél een hogeschool voor keramiek bestaat.

Dag 2: Ostuni Tour (95 km)

We staan bovenaan de trappen van de oude trulliwijk in Alberobello. Witte puntdakjes maken het decor. Volgens het infobordje zijn het er 1.400, sinds 1996 door de UNESCO geklasseerd als Werelderfgoed. Deze oude stad strekt zich uit over twee heuveltjes die uitkomen op de hoofdstraat. De Rioni Monti is de bekendste hoek, het postkaartgedeelte. Maar loop een straatje links of rechts in en je wandelt alleen.

We hervatten onze tocht noordelijk, de heuvels af richting Adriatische kust. Hoofdschotel van de dag is Ostuni, een wat hoger gelegen stad met een oude stadskern in witte steegjes omgeven door Aragonese wallen. Vijftig kilometer, zegt het roadbook, maar dik twee uur rijden door de slingerweggetjes en de fotostops. Ostuni is een klassieker. De duomo ligt aan een gezellig klein aflopend pleintje en bezit zowel romaanse als gotische stijlkenmerken.

Net op de valreep - het is al vroege namiddag - mogen (!) we nog lunchen in Osteria Monacelle, een geheime tip waarheen geen bordjes leiden. En gelukkig maar. Hier zwaaien Carlucci en Carmela de plak, het in spierwit gestoken vrouwenduo dat vanuit hun minikeukentje de amper twintig zitplaatsen van lekkers voorziet. De prijzen zijn om te lachen, de wijnkaart is beperkt maar klassevol en de pasta is dagvers. Klaar voor de laatste rit, alweer een topper langs ontelbare sprookjesschoorstenen, olijfbomen en ruw geploegde velden.

Dag 3: Grotte Tour (80 km)

Niet-kunnen-kiezen maakt dat we onze dag gesplitst hebben. Eerst gaan we nog wat kilometers vreten op de Burrata Tour, die ons in twee weidse bogen van Alberobello tot Gióia del Colle brengt.

’s Namiddags gaan we op stap met gids Alexandro, die met zijn vintage Fiat-busje 850 T de reizigers meeneemt naar een oude boerderij waar enkele moeders zich ontfermen over kookcursussen. “Een cooking class is de nieuwe seks”, lacht Alexandro. “Zowat iedereen wil zich verdiepen in de geheimen van de Italiaanse keuken. Omdat grote groepen alleen maar hinderlijk zijn, heb ik me toegelegd op privébezoekjes, thuis bij la mamma.” In ons geval zijn dat Anna en Maria, die ons met engelengeduld inwijden in de geheimen van zucchini gevuld met munt en kaas. De formule werkt. Terwijl de gasten zich oefenen in de basisgerechten, maken de dames verse mozzarella, bakken ze taarten en knijpen ze de ontelbare gevulde pastaatjes dicht. Kortom, ze staan niet op je vingers te kijken en toch houden ze discreet een oogje in het zeil.

De schaduwen zijn lang wanneer we na een retrorit met het Fiat-busje de parking van Il Palmento oprijden. “Wat denk je van een Passo del Cardinale, primitivo di Manduria”, roept mijn buddy. Tja, als het voor de kardinaal goed is, dan…

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

GRANDE reporter Gert Van Wichelen
bezocht dit hotel en schreef:
"
Villa d'Amelia is een stijlvol en hedendaags hotel, 15 kilometer ten zuiden van Alba.
..."