Iets nieuws past niet in een oude vorm, denken we. In Tilburg en Eindhoven bewijzen ze al jaren het tegendeel. In een oude locomotievenhal zitten studenten te blokken onder immense gordijnen en je checkt in voor een aangename nacht in een klooster van zeshonderd jaar oud. Dit is Noord-Brabant, en dit is wat ze hier New Dutch noemen. Geen molens, geen tulpen, geen grachtengordel. Wel de industrie van de voorbije eeuw, die niet werd gesloopt maar opnieuw uitgevonden. Hoe steden hun fabrieken, kloosters en zelfs hun afval opnieuw uitvinden.
New Dutch is een verzamelnaam die de Nederlanders zelf bedachten voor wat er in Noord-Brabant gebeurt, en dat klinkt vaak goed in theorie. Maar nu ook in de praktijk. Want Tilburg en Eindhoven liggen niet alleen dicht bij elkaar, ze hebben ook hetzelfde verleden. Allebei waren het steden die volledig rond één industrie gebouwd werden, en allebei raakten ze die kwijt. In Tilburg was dat wol en spoor: honderden fabrieksschoorstenen en een spoorwerkplaats. In Eindhoven was dat Philips, dat niet alleen fabrieken bouwde maar ook huizen, scholen, parken en sportvelden voor zijn personeel.
Het verschil zit in wat er daarna kwam. Tilburg bleef maken met zijn handen, en dat zie je in het TextielLab, waar ontwerpers uit de hele wereld hun stoffen komen weven. Eindhoven ging bedenken, en werd met Brainport een van de belangrijkste technologieregio’s van Europa. De ene stad houdt het ambacht levend, de andere de uitvinding. Samen leggen ze uit wat New Dutch eigenlijk betekent.
Om u de best mogelijke ervaring te bieden, maken we gebruik van technologieën zoals cookies om apparaatgegevens op te slaan en/of te raadplegen. Als u toestemming geeft voor deze technologieën, kunnen wij gegevens zoals uw surfgedrag of unieke ID’s op deze website verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit nadelige gevolgen hebben voor bepaalde functies en mogelijkheden