Twee verrassende citytrips: Zaragoza & Valladolid

In 1469 trok een jonge prins van Zaragoza naar Valladolid om te trouwen met een vrouw die hij nooit eerder zag. Van liefde was geen sprake. Het huwelijk van Ferdinand van Aragón met Isabel van Castilië was slechts een zakelijke kwestie om twee koninkrijken tot één te voegen. Wij reisden af naar de hoofdsteden van weleer, in het voetspoor van de prins.

Wereldprovinciestad Zaragoza

Ferdinand kwam uit Zaragoza, hoofdstad van het koninkrijk Aragón. Het is Spanjes op vier na grootste stad, maar ze voelt niet groot. “Het is een provinciestadje waar mensen nog lang voor hun huis op klapstoeltjes met elkaar zaten te praten tot ze er op een dag achter kwamen dat ze eigenlijk in een metropool woonden”, zegt de van oorsprong Duitse Karin, die al decennia lang in de stad woont.

De stad lijdt onder de crisis. Een kabelbaan hangt werkloos boven de rivier. Aan de overkant van de Ebro ligt het Parque del Agua Luís Buñuel, in 2008 nog het trotse terrein van de Wereldtentoonstelling. Nu wachten de architectonische hoogstandjes gelaten op nieuwe bewoners. Alleen het grootste aquarium van Europa is bewoond. Blijkbaar kan het de haaien en krokodillen weinig schelen waar ze hun rondjes zwemmen.

Zaragoza had het niet altijd moeilijk. Haar bijnaam La Harta, de stad van overvloed, getuigt daarvan. De naam is te danken aan de Moren die er ruim 400 jaar de scepter zwaaiden. Behalve architectuur, brachten ze ook irrigatietechnieken naar de droge grond aan de Ebro. De stad werd overspoeld met groente en fruit, waaronder Arabische groenten als boraja die nog altijd op de markt wordt aangeboden.

Cano en Goya

We wandelen door het hoge moderne station van Zaragoza. Voor de bewoners van de noordoever domineert dit gebouw als ze uit hun raam kijken. Het staat in schril contrast met de Aljafería iets verderop. Dit Moorse zomerpaleis uit de 11de eeuw bepaalde het uitzicht in de tijd van Ferdinand. Van buiten is het een burcht maar eenmaal binnen heb je weinig nodig om naar de 11de eeuw af te reizen, waarin koning Jaffar al-Muqtadir in de binnentuin vol sinaasappelbomen en klaterende fonteinen zit, luisterend naar poëzie die wordt voorgedragen.

Net voorbij het paleis ligt Coso de la Misercordia, waar de stierengevechten worden gehouden. “Dit is de eerste arena in Spanje die overdekt werd”, zegt Manollo Tomé die het gebouw onderhoudt. “Zaragoza wordt af en toe door de wind gegeseld en we moeten voorkomen dat het zand opwaait. Stel je voor dat de toreador zand in zijn ogen krijgt.”

Of het door het zand kwam dat de beroemde stierenvechter Ortega Cano in 1987 in Zaragoza de stier niet op zich af zag komen is onduidelijk, maar zijn bebloede jas bevindt zich nu in de Nuestra Señora del Pilar kathedraal, in het centrum van de stad. De maagd, aan wie de kerk is opgedragen, wordt iedere dag in een andere mantel gehuld. Al die mantels, waaronder die van Cano die de aanval van de stier overleefde, maken deel uit van haar garderobe. Als Zaragoza moet voetballen, draagt ze de kleuren van het team. Al zijn er die menen dat Maria niet erg met voetbal begaan lijkt, gezien de geringe prestaties van de club.

Hofschilder Goya is de trots van Zaragoza. Hij schilderde zijn vroege werken in de kathedraal. Naar verluidt werkte de toen nog onbekende Goya ver onder de prijs, waardoor ze hem snel accepteerden. Zijn gravures, veelal spotprenten op de macht van diezelfde kerk, zijn te zien in het museum iets verderop.

Goed gelovig

Van de kerk lopen we over de grote Plaza de San Pilar. Achter ons de fonteinen die de Hispanidad symboliseren, de nieuwe Spaanstalige wereld. Voor ons ligt kathedraal La Seo met zijn Arabische geometrische decoraties, Mudéjarstijl, een voorbeeld van de oude invloeden in de stad. Zaragoza is de noordelijkste stad van Spanje waar veel Moorse architectuur te zien is. Ooit werd de kathedraal gedurende een aantal jaren door beide religies gebruikt als gebedsruimte.

In de winkelstraten rond het plein schreeuwen bruidsjurkenwinkels om aandacht. Er moet getrouwd worden in veel en weelderig kant. En dan is daar tussen al die huwelijksvreugde ineens iets sinisters: een winkel vol zwarte pijen en kappen met gaten voor de ogen. Wie niet beter weet, zou menen dat de Ku Klux Klan hier winkelt. Het is echter de winkel voor nazarenos, de boetelingen. Hier worden boetekleden voor de paasprocessie verkocht. Ooit reed een dronken man in het centrum in op een groep nazarenos. Later vertelde hij de politie dat hij dacht in de hel te zijn beland toen hij al die angstaanjagende puntmutsen rond zijn auto zag.

In el Tubo, een gebied dat vooral rond etenstijd en ’s avonds tot leven komt vanwege de vele bars en restaurants, staat een non stil voor een wijnbar. Ik denk aan het verhaal over de non in Valladolid die na 17 jaar het kloosterleven verruilde voor een gezin en nu achter de tap van een café staat.

“Rabos”, stierenstaarten, zegt de verkoper trots als we de overdekte Mercado Central inlopen. Hier komen de stieren terecht die het onderspit delven tijdens een corrida. In het kraampje ernaast hangt een uitnodiging om het volgende weekend deel te nemen aan een slacht. ‘Slacht je eigen lam of varken’ lees ik op een stukje papier dat in het hoofd van een varken op de toonbank is geprikt.

Iets verder in de straat gaat Caramelos Alcaine er prat op dat Aragón het eerste gebied in Spanje was waar chocola werd gemaakt. Wat ze er niet bij vertellen, was dat het vermoedelijk geen succes was omdat ze aanvankelijk peper in plaats van suiker gebruikten. De winkel verkoopt honderden verschillende zuurtjes en chocolaatjes. De man voor mij tuurt ingespannen op zijn boodschappenbriefje. Dan somt hij monotoon zijn wensen op: waspoeder, koffie, ham. De verkoopster laat hem z’n jaszakken binnenstebuiten keren op zoek naar een lijstje dat beter bij het aanbod van de winkel past.

Eeten en drinken in Valladolid

Toen Ferdinand Zaragoza verliet om naar Valladolid te reizen was hij verkleed als edelman. Het huwelijk moest geheim blijven omdat er veel belangen op het spel stonden. Misschien stopte hij onderweg bij Tia Basi, de vrouw die al sinds mensenheugenis ciegas bakt. Donuts zonder oog, zodat de koekjes in de delicatessenwinkels van Spanje blinden worden genoemd. Mogelijk rook Ferdinand de schapenlucht die je neus prikkelt ter hoogte van het kluizenaarskerkje Camino la Ermita, het kerkje van de gelijknamige geitenkaasjes. Net voorbij de 12de eeuwse abdij, nu het luxe Abadia Retuerta waar hotelgasten in de bar wijn kunnen drinken in gezelschap van een ingemetselde edelman, moet Ferdinand de ommuurde stad hebben zien liggen. De stad waar hij vier dagen na aankomst met Isabel zou trouwen. De stadsmuur is er niet meer. Valladolid had aan haar kern niet genoeg en dijde uit voorbij de muren die haar bijeen hield, voorbij de drie rivieren die hier samenkomen en voorbij de dertien bruggen die de oevers nu verbinden.

Op een bankje aan de Pisuerga kijken we naar de roeiers die trainen voor de wedstrijd van morgen. Grootouders met kleinkinderen voeren snaterende eenden. Rechts van ons ligt het stadsstrand, waar de inwoners in de zomermaanden zwemmen. “Valladolid is een trotse stad omdat de geschiedenis van Spanje hier voor het oprapen ligt,” zegt Mara Cataño Riano over haar stad. Die geschiedenis zien we overal terug. In de gebeeldhouwde gevel van de San Pablokerk, in de sculpturen van Alonso Berruguete, de Spaanse Michelangelo, wiens altaarstukken zijn ondergebracht in het Colegio de San Gregorio, het nationale beeldenmuseum.

Maar Valladolid is vooral veel eten en drinken. Overal op straat hangen mensen rond tafels vol tapas. Delicatessenwinkeltjes staan tot de nok toe met mensen gevuld. Op de overdekte markt bespreken dames in bontjassen met koks het menu voor de vitrines vol zuiglammeren en speenvarkens. Tegen het middaguur verhuizen de aankopen naar de houtvuurtjes van de vele restaurants.

Columbus en Cervantes

Ze zijn 71 en 76 jaar oud en kijken bedenkelijk. Juan draagt een zwarte baret die scherp aftekent tegen de bruin-rode façade van het stadhuis van Valladolid. Pablo’s jasje is van hetzelfde rood als de Plaza Mayor die hem omringt. Het rood van stierenbloed waarmee de panden vroeger van kleur werden voorzien. “Weet u wat het is”, zegt Juan uiteindelijk en hij richt zich tot de fotografe. “We zijn bang dat u de foto’s zult plaatsen in een erotisch blaadje, we worden liever niet gefotografeerd.” Het duurt even tot het doordringt wat hij zegt.

Misschien dat alleen Spaanse bejaarden zo optimistisch zijn over hun mogelijkheden als erotisch model, maar dan bedenk ik dat mannen in Valladolid wel vaker vreemde dingen zijn overkomen. Ik hoef maar een kwartslag te draaien om oog in oog te staan met de plaats waar Columbus zijn laatste adem uitblies. De Italiaan kwam in deze hofstad Ferdinand en Isabel om geld smeken voor zijn expeditie naar Indië. Zijn foutieve berekeningen en de ontdekking van Amerika maakten van Spanje op slag een wereldmacht. Zelf stierf Columbus na al zijn omzwervingen verguisd en berooid, hier op de Plaza.

Of neem die andere man, iets verderop, buiten de oude stadsmuren die als rafelige littekens door het hedendaagse Valladolid lopen. In Afrika gevangen, als slaaf verhandeld en door een monnik vrijgekocht, vertrekt hij naar de voormalige hoofdstad van het Spaanse rijk. Daar, op de eerste etage aan de tafel voor het raam, schreef Cervantes het eerste deel van Don Quichote.

Na de lunch komen we Don Antonio tegen, de 91-jarige oud-burgemeester van het wijnstadje Peñafiel. Strak in het pak, een krant onder de arm. Tegen een foto heeft hij geen bezwaar. “Maar wie wil er nou een foto van een oude man?” Ik houd wijselijk mijn mond.

De drank van de ouderen

We wurmen ons tussen de jongeren in de uitgaanswijk van Valladolid, Cantarranas. De bars zijn gevuld met studenten. Op straat staat de jongere garde hun meegebrachte dranken te mixen. Vooral de Calimocho, rode wijn met cola, is populair. Voor een knalroze bar houden we stil. Op het raam het logo van een dame met een tros druiven op haar hoofd. Niet zeker van waar we in belanden, stappen we Señorita Malauva binnen. Even vrees ik dat het een karaoke is. Maar het lied dat de man met de microfoon aanheft, is slechts een loflied op de wijn in zijn hand. We zijn verzeild geraakt in een cata waarin tien verschillende wijnen worden geproefd.

“Het is een nieuwe aanpak”, verklaart initiatiefnemer Gustavo Calvo. “Wijn is in Spanje altijd de drank van de ouderen geweest. Wij laten in deze bar zien dat wijn hip is.” En met succes, zo blijkt uit de enorme opkomst. Volgens Regino, een van de bezoekers, drinken jonge Spanjaarden vaker een glas wijn in een bar. “Vroeger dronken alleen mijn opa en oma wijn, en dan nog alleen bij het eten.” Even later neemt de man met de microfoon weer het woord. Een Roble van Castiliaanse bodem is aan de beurt. We nemen voorzichtig een slok en proberen te proeven wat de expert proeft.

Ribera del Duero

Om te zien waar al die wijn geproduceerd wordt, heeft Casimiro Marcus, wijnboer in de Ribera del Duero, ons uitgenodigd in zijn bodega. Door dit wijngebied ten oosten van Valladolid, reisde in oktober 1469 de 17-jarige kroonprins Ferdinand op weg naar zijn huwelijk. Hij volgde de loop van de Duero. De kale stokken van de druivenranken vormen nu zwarte silhouetten tegen het bruine land. Overal ruikt het naar schaap. Hier en daar steken stenen periscopen uit de grond. “Luceras, ventilatiegaten van oude bodegas”, verklaart de wijnboer, waarna hij ons laat afdalen naar het vochtige gangenstelsel onder de wijnstreek.

Nog altijd staan er grote wijnvaten, al zijn ze nu leeg. Het zijn Franse monniken geweest die in de 12de eeuw hun methoden in de streek introduceerden. “We maken wijn zoals we dat altijd gedaan hebben. Zonder toevoegingen,” zegt Casimiro die zelf de Peñafalcón produceert. “Alleen de omgeving waarin we de wijn produceren is gemoderniseerd. Anders dan hier. Voel eens”, en hij dirigeert mijn hand naar de brokkelige muur. Die geeft zwart af. Met een zaklamp verlicht hij de donkere vlekken op de muur. Schroeiplekken van fakkels uit een ver verleden toen ezels gebruikt werden om de wijn te vervoeren. Nu schrikt alleen een vleermuis op.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Verrassend logeren of luxueus kamperen? Valle de Oro is de perfecte locatie om heerlijk te lanterfanten op het ritme van het zuiden.

..."
"

Middenin het plattelands hartje van Málaga, in Gibralgalia, ligt Posado Los Cántaros.

..."
"

Casa La Nuez is een B&B voor maximum 6 personen (en 2 kinderen extra) in het landelijke dorpje Los Rios, vlakbij Almedinilla en midden in het landschap van de provincie Cordoba tussen Priego de Cordoba en Alcala la Real.

..."
"
Chambres d'hôtes Lasnavillasmm ligt in het mooie bergdorpje Montefrio tussen Granada en Cordoba.
..."
"

In Casa Roble word je onthaald op een top locatie aan de rand van het dorpje Competa, op 50km van Malaga.

..."
"

Kathy en Guy verwelkomen jullie met open armen in hun volledig vernieuwde Valenciaanse villa.

..."