Havenstad Gdansk, thuishaven van Solidarnosc

In de vroegere Hanzestad Danzig, het huidige Gdansk, is de geschiedenis voelbaar. Je vindt er de scheepswerven, waar een besnorde vakbondsleider het begin van het einde van het communisme hielp inluiden. Dichter bij de zee, aan de Westerplatte, begon de Tweede Wereldoorlog.

Meer Noord-Europees dan Pools

Het centrum achter de oude haven wordt gekenmerkt door een stijl van bouwen die zo verwant is aan de patrciërswoningen in de Lage Landen van de zestiende en zeventiende eeuw, dat het moeilijk is om je hier niet thuis te wanen. De intensieve contacten met de Vlaamse en Nederlandse kooplieden, de immigratie en het aantrekken van Hollandse bouwmeesters, maakten van Gdansk in de zestiende eeuw een stad die meer Noord-Europees dan Pools was (én bleef). Maar ook de eenentwintigste eeuw is volop aanwezig bij monde van gigantische reclamepanelen, splinternieuwe vestingen van internationale bankgroepen en fastfoodketens. Gelukkig heeft Gdansk zijn eigenheid kunnen behouden temidden van die minder fraaie vormen van globalisering en standaardisering. Voor de westerse bezoeker heeft het postcommunistische Polen meer voor- dan nadelen. De prijzen voor accommodatie en maaltijden zijn weliswaar gestegen, maar ook de kwaliteit van hotels en restaurants moet niet langer onderdoen voor de rest van Europa.

De weg naar het postcommunisme

Het Centrum voor Europese Solidariteit vertelt de geschiedenis van de semi-illegale vakbond Solidarnosc: vanaf de eerste protesten tegen het communisme tot de sucessen. In een deel van de scheepswerf waar Lech Walesa het regime van Jaruzelski op de knieën bracht wordt de omwenteling van 1980-1989 interactief in beeld gebracht. De tentoonstelling is gedeeltelijk ook opgevat als een ooggetuigenverslag: amateurbeelden tonen politiediensten, betogers en waterkanonnen. We zien hoe Lech Walesa het akkoord met de regering ondertekent. Tien miljoen Polen waren lid van de vakbond. Pas in 1989 kwam een einde aan het communistische regime en Lech Walesa werd de eerste postcommunistische president.

Het Baltische goud

Aan de oevers van de Motlawa, de stroom die Gdansk doormidden snijdt, zijn de oude pakhuizen en andere havengebouwen voor toeristische doeleinden aangepast: cafés met terras, restaurants, musea, hotels, een casino en de nodige amberwinkels vullen de mooie autovrije kaai. In dit 'Venetië van het noorden' is barnsteen de specialiteit sinds mensenheugenis. Amber of barnsteen, ook wel het Baltische goud genoemd, is in feite gefossilliseerd pijnboomhars dat in grote getallen op de kusten aanspoelt of in open mijnen wordt gewonnen. Het geel- tot roodkleurige materiaal wordt geslepen en opgepoetst tot het zijn karakteristieke transparantie bereikt en in juwelen wordt verwerkt. Het mooiste amber is het onzuivere, waarin luchtbelletjes of – in het beste geval – uitgestorven insecten zijn gestold. Verzamelaars betalen duizenden dollars voor dergelijke unieke exemplaren.

Heropbouw na WOII

Alsof het in een reusachtige barnsteen was gevat, zo lijkt ook het oude centrum van Gdansk en de ooit zo bezige haven in de tijd gestold. De haven werd gedeeltelijk een jachthaven, het handelscentrum een geheel van cafés, restaurants en winkeltjes. De stad vormt een uniek historisch geheel zonder storende hedendaagse elementen, en toch is vrijwel geen constructie ouder dan vijftig jaar. Gdansk werd op het einde van WO II vrijwel volledig verwoest, maar vanaf 1949 zorgvuldig weer opgebouwd. Een sterk staaltje van overlevingskracht. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de beroemde houten hijskraan van Gdansk, een containerkraan avant la lettre, die door middel van een tredmolen met acht zwoegende gevangenen lasten tot tweeduizend kilo van boten kon heffen. “De kraan is niet meer in gebruik”, zegt onze gids. “Tegenwoordig staken de gevangenen voor meer tv-kanalen”, zucht hij. “Willen jullie niet even in de tredmolens?" We bedanken beleefd en trekken naar het meest pittoreske straatje van Gdansk, de ul Mariacka (Mariastraat), een zo uit een historische film weggelopen met kasseien geplaveid steegje dat vooral door de grote terrassen als een verplichte foto-opportunity kan gelden.

25.000 gelovigen

Liefhebbers van religieuze records komen in Polen meer dan aan hun trekken, en in Gdansk is dat niet anders. Het land heeft een katholieke reputatie hoog te houden. De Mariakerk in Gdansk is een van de grootste bakstenen kerken ter wereld en biedt plaats aan vijfentwintigduizend gelovigen. Het gigantische gebouw is aan de buitenkant vooral kolossaal maar aan de binnenkant zonder meer indrukwekkend. Voor het meest spectaculaire kerkorgel van Polen moet je dan weer een tiental kilometer verder zijn, in de kathedraal van Oliwa. Deze kathedraal is van een veel bescheidener omvang dan de Mariakerk, maar alles draait dan ook om het kerkorgel. Bij het spelen bewegen allerlei onderdelen ter begeleiding van de muziek: engelen heffen hun trompetten, en zonnen draaien tingelend om hun as als een soort rechtstreekse satellietverbinding met God.

Naar het strand

Vlakbij Gdansk ligt het Oostende van Polen, de badstad Sopot. Alle klassieke ingrediënten voor het mondaine badleven zijn hier aanwezig: thermen, een casino, een gigantische pier en als toemaatje een Chinees hotel aan het strand. Op de pier van Sopot, met zijn 515 meter de langste houten pier van Europa, kan je de boot nemen naar de haven van Gdansk en naar het schiereiland Hel. Als wij over de pier flaneren komt vanuit het noorden een drakar aangevaren. “De Noormannen komen eraan”, denken we, maar de boot blijkt een toeristenattractie. Zo worden we er aan herinnerd dat Zweden en Noorwegen vlakbij zijn.