Het zusje van de Provence: de Drôme

Zacht glooiende, donkere heuvels en sappige weilanden met spierwitte koeien. Iets dieper in het zuiden: een oerknal van spetterende kleuren en in de neus al het eerste parfum van de Provence. Lavendelvelden, wijnstokken geworteld in roestbruine aarde, zilverwitte olijfbomen, klaprozen en brem, de bloesemweelde van perziken, kersen en abrikozen in vredige boomgaarden. Decors à la Van Gogh, grand cru. In de Vercors, meer naar het oosten, rukken de Voor-Alpen op met rotspieken en ruiger gebergte. En je inwendige mens? Die zul je in de Drôme vast niet horen knorren of klagen...

Schoenenstad Romans

Lyon, Vienne, Valence, Montélimar, Orange… voor zonzoekers die over de snelle Autoroute du Soleil naar het zuiden zoeven, klinken die namen als muziek in de oren. De zon van de Provence en de grote azuurblauwe plas zijn nabij. Niet in Lyon zoals noorderlingen weleens denken, begint het goede weer, maar verderop in de Drôme, zo laten we ons vertellen. En naast de zon heeft de streek nog een pak andere troeven.

Neem nu Romans, een stadje dat iets verderaf van de autoweg ligt. De meeste reizigers laten het links liggen. Ten onrechte, want de stad kreeg vanwege een florissante schoenenindustrie meermaals goud. De statige patriciërswoningen met brede trappengangen en voorname puien en de sierlijke renaissancegevels onderstrepen de welvaart van weleer. Boven op de heuvel woonden de rijken en de consuls, de wereldlijke bestuurders van de stad, terwijl de clerus onderaan rond de kolossale Sint-Barnarduskerk zijn machtsbastion had. Barnardus, de aartsbisschop van Vienne, stichtte hier aan de rivier Isère al in de negende eeuw een benedictijnenklooster.

In latere eeuwen, na de gebruikelijke branden en verwoestingen, vestigden zich hier koorheren die rijk werden door tolheffingen aan de brug over de rivier. Van oudsher was de hele vallei van de Rhône een drukke handelsweg vanuit het noorden naar de Middellandse Zee. De stadjes in de vallei of aan zijrivieren als de Drôme of de Isère pikten maar al te graag een graantje van die handel mee. Zo ook in Romans, waar de enorme kapittelkerk met haar fel gekleurde zuilen en prachtige plafondschilderingen de weelde van voorheen in de verf zet. We klimmen langs steile, kronkelende straatjes weer de heuvel op, waar hoog in de middeleeuwse klokkentoren van het belfort, de Tour de Jacquemart, een bont uitgedost mannetje met zijn ‘marteau’ of hamer tegen de klokkenwand tikt. ‘Jacques’ verwijst naar de ‘Jaakskes’, zoals de plattelandsbewoners vroeger ietwat denigrerend genoemd werden. De boerenkiel van Jacques hebben ze later vervangen door het heroïsche uniform van een soldaat van de Revolutie.

Bij het buitenrijden van de stad vallen de huizen van de leerlooiers op die hun atelier hadden beneden aan de kanaaltjes, die onder de huizen doorliepen. De weg van leer naar schoen is kort en dat Romans een belangrijke schoenenstad werd, hoeft dan ook niet te verwonderen. Nu worden er in de enkele bedrijven alleen nog maar exclusieve en erg luxueuze – lees peperdure - exemplaren gemaakt.

Vreemd paleis in Hauterives

Door een bucolisch landschap van licht golvende heuvels en sappige weiden rijden we door naar Hauterives. Daar staat het Palais Idéal. De schepper ervan, de excentrieke en diepgelovige plattelandspostbode Ferdinand Cheval, trok het eigenhandig op. Sommigen, zoals oud-minister van Cultuur André Malraux, bestempelen het als een parel van naïeve kunst of art brut; anderen zijn minder enthousiast. Hoe dan ook, het korrelige bouwwerk vol nissen, trapjes, torens, gangen, belvedères en beelden doet denken aan de eeuwenoude boeddhistische tempels in Zuidoost-Azië. Het geheel oogt mooi, maar is op zijn minst extravagant te noemen.

Valence, meer dan een onderwegstadje

Als ook al Japanse koppeltjes naar Valence afzakken om er elkaar het jawoord te geven, moet hier iets aan de hand zijn. Dat komt, zo vernemen we, door de pittoreske kiosk op de Champs de Mars, waar een paar tieners op de trappen dolverliefd aan een ijsje zit te likken. Een zekere Raymond Peynet tekende in 1942 de kiosk met een vioolspelende muzikant en een dame die hem met smachtende blik aankeek. De prent werd wereldberoemd en de Kiosque Peynet van Valence werd eigenaardig genoeg een fenomeen in Japan.

Het moet gezegd, het uitzicht op de overkant van de Rhône met de bergen van de Ardèche en de feeërieke ruïne van het kasteel van Crussol is prachtig. Ook het uitgestrekte park Jouvet met zijn prachtige bomen en kanaaltjes is een oase van rust. Noem Valence gerust een ‘ville verte’, want rond de stad lopen tal van grachten en kanaaltjes - 40 kilometer in totaal - waarlangs je ontspannen kunt wandelen en fietsen. Watersporters komen dan weer aan hun trekken in de Port de l’Epervière, een luxueuze jacht- en plezierhaven en de eerste rivierhaven van Frankrijk.

Het prestigieuze Musée des Beaux Arts et d’Archéologie is gevestigd in het voormalige bisschoppelijke paleis. Van op het glazen terras heb je een mooi uitzicht op de stad, de machtige toren van de Saint-Apollinairekathedraal, de Rhône en de bergen van de Ardèche. Valence werd schatrijk door de zouthandel over de rivier. Hier werd het witte goud op- en overgeslagen en verkocht.

We steken de grote boulevard over, die omzoomd is met hoge burgerhuizen. Met hun antracietkleurige, smeedijzeren balkons, sierlijke luiken in Provençaals blauw en verfijnd beeldhouwwerk stralen ze statigheid uit. De panden zelf, nu veelal kantoorgebouwen en banken, dateren uit de negentiende eeuw. Tal van grote steden lieten zich inspireren door Parijs, waar baron Hausmann met zijn brede boulevards het middeleeuwse stadsweefsel grondig hertekende. Vanuit de boulevard duik je het historische stadsgedeelte in met straatjes en stegen die – soms overwelfd – afdalen naar de rivier. Hier woonden ooit klompenmakers, ketellappers, wevers en andere ambachtslui. Nu wonen hier vele Armeniërs die na de genocide in 1915-1916 naar Frankrijk vluchtten. In Marseille maar ook in Valence vonden ze een nieuwe thuis. Opvallend zijn de talrijke Armeense restaurants in deze buurt, die toepasselijk ‘Petite Arménie’ genoemd wordt.

In de oude binnenstad is het leuk flaneren over de gezellige pleinen bezaaid met winkels, terrassen en restaurants. We houden even stil bij het Maison des Têtes, een indrukwekkend stadspaleis waar de overgang van flamboyante gotiek naar renaissance een mooi plaatje oplevert. Expressief gesculpteerde koppen die onder meer de vier windrichtingen symboliseren, sieren de façade. Even verderop zit een kleine stenen Napoleon Bonaparte op een bankje vereeuwigd. Hij verbleef als 16-jarige luitenant even in deze voormalige garnizoenstad.

Een ander beeld verwijst naar een zekere Mandarin, een bandiet met Robin Hoodachtige trekken, die op dit plein geradbraakt werd. Op de Place Pic wordt hulde gebracht aan grootvader Jacques Pic, die Valence culinair op de kaart zette en met wiens familienaam de stad graag uitpakt. Even halt houden bij chocolatier Chauvet voor een smakelijke ‘suisse’, een zanddeeggebakje, en net zoals de ‘pogne’ een specialiteit van stad en streek. Die Zwitser is een lekker ventje in het uniform van de beroemde lijfwacht van het Vaticaan en verwijst naar paus Pius VI, die door Napoleon naar Valence verbannen werd.

Nougatstad Montélimar

Montélimar, dat is de stad van de nougat. Het was altijd al een welvarend stadje en ook vandaag gaat het de stad voor de wind: ze trekt jonge, dynamische bedrijven aan en de werkloosheid is er gering. We merken het meteen als we de auto parkeren op de Espace Saint-Martin, waar de voormalige brandweerkazerne werd omgevormd tot een stijlvol wooncomplex en een schitterend museum van hedendaagse kunst.

We lopen via de Porte Saint-Martin, een van de negen voormalige stadspoorten, naar het indrukwekkende kasteel dat op een heuvel ligt en door een prachtig parklandschap met ligusters en parasoldennen omzoomd is. Het kasteel dateert uit de twaalfde eeuw, toen ‘les seigneurs d’Adhémar de Monteil’ in deze streek de plak zwaaiden. Monteil en Adhémar werd dan later Montélimar. Het kasteel zelf met zijn forse vestingmuren, schietgaten en wachttorens is een juweeltje en het uitzicht op stad en ommeland is magistraal. Vandaag is het een leidinggevend centrum voor moderne kunst.

We lopen door smalle straatjes weer naar beneden en komen in het historische hart van de stad, dat al erg Provençaals aanvoelt. Gezellige pleintjes, vooral de Place du Marché, terrassen en restaurants onder platanen, oude huizen met pastelkleurige gevels en sierlijke arcaden waarin ooit wevers, leerlooiers en andere ambachtslui bedrijvig waren. Even verderop in de hoofdstraat rijst de machtige vijftiende-eeuwse kerk van Sainte-Croix op, die het tijdens de godsdienstoorlogen zwaar te verduren kreeg. Bij de Jardin des Senteurs met het stijlvolle standbeeld La Drôme, een vrouw beladen met fruit, pikken we de auto weer op en zetten koers naar hartje Drôme Provençale.

Le petit Versailles van Grignan

Door een heerlijk landschap met zicht op de Mont Ventoux vol wijngaarden, weiden vol klaprozen en truffelplantages, gaat het richting Grignan. Van ver zien we het beroemde kasteel op een eenzame heuveltop voor ons uittorenen. Ook hier duikt de naam Adhémar weer op want een telg van dit invloedrijke geslacht verbouwde het middeleeuwse kasteel in de zestiende eeuw tot een prachtig renaissanceslot. Tijdens de Franse Revolutie werd het helemaal vernield en verviel het. De schatrijke Belgische bankiersweduwe Marie Fontaine kocht het in het begin van de twintigste eeuw en liet het op basis van de oude plannen restaureren tot de parel die het nu is.

Echt beroemd werd het kasteel door een zekere madame de Sévigné, die de Franse literaire canon verrijkte met sprankelende brieven. Die schreef ze in een badinerende en natuurlijke spreektaal, wat een breuk betekende met het hoogdravende en gezwollen proza van haar voorgangers. De markiezin schreef de brieven onder meer naar haar dochter Marguérite, getrouwd met een ‘seigneur d’Adhémar’, die in dit kasteel woonde. Mama Sévigné was er meermaals te gast en liet er zelfs haar eigen vertrekken inrichten. In de kerk die tegen het kasteel is aangebouwd, ligt de markiezin ook begraven. Het kasteel zelf is een bezoek meer dan waard. De schitterende zalen zijn volgestouwd met eeuwenoud meubilair, portretten en kostbare wandtapijten uit de koninklijke manufactuur van Aubusson.

Door smalle, enge straatjes gaat het dan weer naar beneden naar het dorpsplein, waar te midden van leuke terrassen een monument aan de penvoerende ‘Madame’ herinnert. Aan kastelen geen gebrek in de streek want even verderop in Suze-la-Rousse ligt alweer een Adhémar-kasteel op een heuvel te schitteren. Er huist momenteel een wijnuniversiteit. Mooi in het gelid klimt het leger van wijnstokken statig tegen de heuvel op, het zoveelste ansichtje met stempel ‘la Drôme’.

Doetips

Valence:

• Centre du Patrimoine Arménien. In een beklijvende tentoonstelling wordt niet alleen de rijke geschiedenis van het Armeense volk belicht, maar via boeiend multimediaal materiaal wordt ook dieper ingegaan op aspecten als migratie, asiel, diaspora en ontworteling.

• Musée des Beaux Arts et d’Archéologie.

• Fietsen over de ViaRhona. Door de stad loopt de ViaRhona, een goed uitgebouwde en bewegwijzerde fietsroute die start aan het Meer van Genève en 650 kilometer verder aan de Middellandse Zee eindigt. In de Drôme kun je over de zogenaamde Voie Verte 52 kilometer van die route fietsen.

Montélimar:

• Bezoek het nougatbedrijf Savin. Te midden van koperen ketels, mixers en ovens krijg je van mijnheer Savin en zoon het smeuïge verhaal te horen over de specialiteit die onlosmakelijk met deze stad verbonden is. Werklui zijn in de weer met het uitstrijken van de dikke witte brij op grote platen. De bekende zoetigheid wordt samengesteld op basis van honing, eiwit, amandelen, pistachenoten, vanille en suiker. 

Romans-sur-Isère:

• Musée International de la Chaussure. In een ronduit schitterend museum in het voormalige klooster en meisjespensionaat van de zusters van de Visitatie is een stijlvolle tentoonstelling opgebouwd rond 4.000 jaar geschiedenis van de schoen aan de hand van niet minder dan 16.500 stukken, waaronder een aantal unieke exemplaren. Een wandeling over geheimzinnig krakende houten vloeren is meteen ook een tocht door duizenden jaren cultuurgeschiedenis. Een aanrader.

Bourg-de-Péage:

• Musée de la Pogne, Boulangerie Pascalis, Grande Rue Jean Jaurès 86. Stijlvolle winkel annex bakkerij waar heerlijk gebak en vooral de kraakverse ‘pognes’ bereid worden. Een pogne is een lokaal gebak, een soort brioche met goudgele kroon die op smaak is gebracht met oranjebloesem. In de kelder is een klein museum ingericht waar je alles te weten komt over de pogne van bakker Pascalis. 

Hauterives:

• Palais Idéal du Facteur Cheval. Vreemd bouwwerk van Ferdinand Cheval, een plattelandspostbode die in een piepklein dorpje in het Pays des Collines de wereld verbaasde met een zelf gebouwd tempelcomplex dat een bevreemdende wereld oproept. Goed voor 140.000 bezoekers per jaar. 

Nyons:

• Vignolis, Coopérative du Nyonais. Bezoek met deskundige uitleg over de olijfteelt, met name de zwarte variëteit van de Tanche (AOC-label) en verwerking in oliën, pasta’s en tapenades. 

• Distillerie Bleu de Provence. Familiebedrijf met een knap ingericht museum waar de productie van lavendelolie aan de hand van toestellen en voorwerpen mooi geïllustreerd wordt.

• Bezoek wijnazijnbedrijf Vinaigrerie La Para. Op basis van goede Côte du Rhône-wijnen maakt azijnproducent Raphaël een azijn die hij op smaak brengt met anijs, gember, tijm, vlier, salie en vele andere kruiden. 

Grignan:

• Wijndegustatie. Domaine de Montine, Hameau de la Grande Tulière. Mooie wijnboerderij van een gedreven wijnbouwersfamilie. Bezoek aan de wijnkelders en degustatie van enkele wijnen die sinds kort iets prestigieuzer als ‘Grignan-les-Adhémar’ gelabeld worden (vroeger Vins de Tricastin, wat in wijnkringen minder goed klonk).

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Geluk is een schaars goed, dus koester degene die eropuit is om je welkom te heten in een prachtige ruin met mooi gedekte tafels onder een linde- of vijgenboom. Ga zitten en daar verschijnt Annie al.

..."