De Florida Keys van Largo naar West

Duizenden eilanden die als kruimels uitgestrooid liggen ten zuiden van de Verenigde Straten, via een lange weg verbonden met het vasteland. Dat zijn de Florida Keys, met Key West als eindstation, een plek waar de zon ’s avonds applaus krijgt en cafébazen kibbelen over de erfenis van Hemingway.

Een aanhangsel, of eerder een angel, meer is het niet. De Keys, het snoer van 43 eilandjes en evenveel bruggen in het uiterste zuidoosten van de Verenigde Staten, is met zijn ongekroonde hoofdstad Key West het kosmopolitische eindpuntje van Amerika. De benaming ‘Key’ komt van het Spaanse ‘caya’ (eiland) en stuk voor stuk dragen de drijvende lapjes grond tot de verbeelding sprekende namen, zoals Key Largo, Islamorada of Vaca Key. Key Largo (wie herinnert zich niet de gelijknamige film Humphrey Bogart) is het meest noordelijke van het stel en in Key West eindigt de keten. Van hier is het nog maar 140 kilometer in vogelvlucht naar Cuba. Geen wonder dus dat op de Keys, net als in Miami trouwens, de Spaanse invloed sterk is.

Uitvalsbasis Miami

‘Je hebt geluk, het zal niet zo druk zijn’, zegt voiturier Carlos in het hotel Westin Colonnade wanneer we de gehuurde Volvo omtoveren tot een cabrio. ‘Vrijdagnamiddag en zondagavond zijn verschrikkelijk, één grote file, maar op weekdagen valt het best mee.’ De gps loodst ons feilloos naar Highway 1, een autoweg die tot de mooiste autoroutes van Amerika wordt gerekend. En eigenlijk is dat toeval. Ooit waren er plannen om een spoorlijn tussen Miami en Key West aan te leggen, maar dat liep slecht af. Eerst gooide een orkaan roet in het eten, daarna sloeg in 1929 de grote economische crisis toe. Volop tegenslag dus, met in 1935 de genadeslag toen opnieuw een orkaan alles vernielde wat al opgezet was. Resultaat: de Keys hebben nooit een spoorlijn gekregen, maar het tracé dat al deels in gereedheid gebracht was, bleek wel zeer bruikbaar voor de aanleg van een adembenemende snelweg: Highway 1, de Overseas Highway, met de Seven Mile Bridge (letterlijk te nemen) als hoogtepunt. Net dat maakt Key West zo aantrekkelijk: de rit alleen al is een ervaring op zich. Drivers only! Hoewel de 275 kilometer tussen Miami en Key West in principe in pakweg vier uur overbrugd kan worden, hebben wij er de hele dag voor voorzien. De Island Fish Company is daar bijvoorbeeld al een goede reden voor. Gegrilde kreeftenstaart met limoen en rijst is er de specialiteit. Wie wil daar niet voor stoppen? Je bent tenslotte op de Keys, waar alles vis ademt.

Een ongebonden sfeer

De tocht over de moeras- en koraaleilanden heeft nog altijd iets avontuurlijks. Daar zijn enerzijds de massa motards verantwoordelijk voor – Key West is een bedevaartsoord voor Harleyrijders - en anderzijds de ruwe, maritieme sfeer. Ten slotte vormen de krokodillen van de Everglades een natuurlijke grens. Kortom, de Keys is een gebied van stoere jongens, vissers en bierdrinkers. ‘Waar ze haaien en vrouwen vangen met de blote hand,’ luidt het gezegde. En hoe meer ijsgekoelde biertjes, hoe straffer de uitlatingen.

Door hun afgelegen locatie en hun beperkte oppervlakte zijn de meeste eilanden van de Keys niet geschikt voor bewoning. Het maakt de Keys wel tot de ideale habitat voor een rijke fauna, die bestaat uit reigers, pelikanen, alligators, dolfijnen, haaien, zeeschildpadden en flamingo’s. Lang voor de Amerikanen in dit gebied iets te zeggen hadden, waren de Spanjaarden er heer en meester. Toen was dit puntje van Amerika een belangrijke goudhaven, waar evenveel schepen vergingen door stormen en orkanen als er veilig aanmeerden. De bewoners van de Keys loofden het koraalrif bij momenten dan ook meer voor zijn gevaren dan voor zijn kleurenpracht: boten op weg naar New Orleans moesten hier passeren, maar vaak deed een tropische storm ze op het rif stranden. En waar verliezers zijn, zijn ook winnaars: het waren gouden tijden voor strandjutters.

Eigengereid en kosmopolitisch

De rit over de Keys is genieten. De eilandjes baden in een visserssfeer, easy going, alles gaat traag. Je lijkt wel constant over het water te zweven: waterland, met buurtwinkels, slierten motels en speciaalzaken voor duikmateriaal als afwisseling. Men hengelt, men snorkelt, men dobbert wat rond in bootjes van allerlei pluimage en men nuttigt een ‘Key lime pie’, de typische gele limoentaart. Sit back and relax!

Hoofdvogel is de Seven Mile Bridge, een tweevaksbrug van meer dan tien kilometer die recht naar de hemel gaat. Je auto, water en lucht: dat is de sfeer. Een harmonie van blauwe tinten, wind en perspectief, versterkt door het effect van onze cabrio. Zowel de oude, met zijn 546 pijlers ooit betiteld als ‘het achtste wereldwonder’, als de nieuwe die er evenwijdig mee loopt, imponeert enorm.

Twee kaarsrechte lijnen, als witte krijtstrepen op een bord, diep het oneindige in. Aan de ene kant bevindt zich de Atlantische Oceaan, aan de andere zijde de Golf van Mexico. Tot 1985 was dit trouwens de langste brug ter wereld. Wanneer we in de late namiddag stoppen voor een frisse pint, horen we twee Duitse reizigers aan de waard vragen hoe ver Key West nog is. ‘Je kunt het niet missen. Als je natte voeten krijgt, ben je te ver gereden’, antwoordt een pompbediende. Key West missen is inderdaad onmogelijk, er je wagen kwijtspelen is een ander verhaal. We zijn zo vooruitziend geweest om een hotel met parking te reserveren, maar daar moeten we wel eerst geraken. Key West in het hoogseizoen lijkt wel een popfestival na het laatste nummer: met zijn allen de weg op.

Ongekroonde hoofdstad

Pancakes met verse aardbeien en een stevige Italiaanse koffie, de voeten in het witte zandstrand en de blik op de oceaan. Good morning Key West. Beter dan dit kun je de dag niet beginnen. Wie langs de drukke souvenirshops en cafés van Duval Street in Key West loopt, merkt amper dat zich aan de achterkant van de straat een prachtige woonzone bevindt: Whitehead Street. In de negentiende eeuw trokken de rijke inwoners van Key West prachtige panden op in de zogenaamde Bahamiastijl: houten woningen met ruime terrassen rondom en balustrades versierd met fijn houtsnijwerk. Gingerbread houses, peperkoeken huisjes, worden ze genoemd. ‘In Key West leven artiesten, gepensioneerden, toeristen en immigranten met en door elkaar in een harmonie die past bij een kleine, geïsoleerde gemeenschap’, had het baliemeisje van het toerismebureau ons gezegd. En we gaan haar niet tegenspreken. Misschien is het gezegende subtropische klimaat de sociale drug. Hoe dan ook, precies deze omstandigheden hebben heel wat bekende persoonlijkheden aangetrokken. En zij hebben dan weer op hun beurt hun stempel op Key West gedrukt. Tijdens zijn jaren als president heeft Harry Truman in totaal 175 dagen op Key West doorgebracht, waardoor het domein op den duur een miniversie werd van het Witte Huis in Washington. 

Ernest

Maar de beroemdste gast van de Keys is ongetwijfeld de schrijver Ernest Hemingway, wiens huis te bezoeken is en ook vandaag nog het beste reclamebord van dit eilandje is. Ook Sloppy Joe, het favoriete café van Hemingway, deelt in de grote populariteit. ‘Dat moét je zogezegd bezocht hebben, niets aan te doen’, had cocktailspecialist Michael van de Sunset Bar ons gisteren toevertrouwd. ‘Maar verwacht niet te veel. Het is meer een shop met overbodige prullen dan de place to be.’

De woning en het schrijfblok van Hemingway zijn wel de moeite. Tussen 1931 en 1941 woonde Ernest Miller Hemingway op 907, Whitehead Street. Niet alleen komen literatuurliefhebbers hier snuisteren, ook vanuit architecturaal oogpunt is de woning bijzonder interessant. Het was Hemingways tweede vrouw Pauline die het pand voor 20.000 dollar kocht en het meteen naar haar smaak begon aan te passen. Ze had een steenrijke suikeroom, uncle Gus, die de folietjes van zijn nichtje met plezier sponsorde. Pauline was een correspondente van Vogue en had daar haar trendgevoeligheid aan te danken. Zo liet ze bijvoorbeeld de ventilatoren die Hemingway overal had opgehangen, vervangen door kristallen luchters die ’s avonds prachtig licht gaven maar, tot ergernis van Ernest, geen verkoeling brachten. Hij sloot zich dan ook vaak op in zijn schrijfkamer boven de stal, waar hij de vruchtbaarste periode van zijn carrière beleefde. Onder meer ‘A Farewell to Arms’, ‘For Whom the Bell Tolls’ en het grootste deel van zijn Afrikaanse verhalen werden hier neergepend.

Officieel monument

Het huis zelf werd al in 1964, drie jaar na zijn dood, een officieel monument. Het is een van de belangrijkste voorbeelden van de koloniale bouwstijl op de Keys. Het werd in het midden van de negentiende eeuw gebouwd door een strandjutter met een bedenkelijke reputatie. Het pand is opgetrokken in koraalsteen en ligt op een kleine heuvel, zodat het de enige droge kelder van de streek herbergt. Hemingway stockeerde er zijn wijnen, al kwam er van bewaren niet altijd veel in huis. Als het schrijven niet wilde vlotten, dook hij nogal eens met zijn vrienden de kelder in, en volgens de verhalen kwamen ze niet boven voordat de laatste fles soldaat was gemaakt. De Hemingways beschikten ook als allereersten op de Keys over een badkamer met stromend water. Ze gebruikten de dakkamer als waterreservoir en via een ingenieuze installatie met ingebouwde filters kon je een verdieping lager luxueus baden. ‘Volgens zijn vrienden had hij het plan eerst bespottelijk gevonden, maar later pochte hij, toen het af was en wonderwel leek te werken, dat het eigenlijk zijn idee was geweest’, vertelt suppoost David ons tijdens de één uur durende rondleiding.

Het domein trekt nog een ander genre bezoekers aan: kattenliefhebbers. In de tuin hangen er tientallen katten rond. Heel speciale, nog wel: polydactylen worden ze genoemd, wat betekent dat ze een extra teen hebben. Doorgaans hebben katten vijf tenen vooraan en vier achteraan. Maar de nakomelingen van Hemingways huisvrienden hebben er zes, soms zelfs zeven. ’s Avonds doen we wat iedereen doet: op Mallory Square naar de zonsondergang gaan kijken. Uiteraard betreft het hier een zaak van overdreven opportunisme. Maar we zien er de fun van in, zeker wanneer men spontaan begint te applaudisseren wanneer de rode bol in de zee zakt. Technicolor live sunset party, met een legertje muzikanten, goochelaars, vuurspuwers en koorddansers!

Opgegeten door alligators

Ons bezoek aan de Keys is niet compleet zonder een tochtje door de Everglades, de laatste grote wildernis van Zuid-Florida. Rekening houdend met de lange rit en het drukke verkeer, zijn we meteen na het ontbijt uit Key West vertrokken. Maar we hebben ons voor niets gehaast. De drukte situeert zich in de andere richting. Uiteraard, het is zaterdag en dan zakt heel Miami af naar de eilanden. We kunnen dus rustig picknicken op het Calusastrand in het Bahia Honda Park, een spierwitte atol van waaruit de oude spoorwegbrug vertrekt. Niet meer in gebruik, vervallen en geklasseerd tot historisch monument.

En we zijn niet alleen. Wel meer chauffeurs kiezen deze kleine oase van rust uit voor hun hapje en drankje. De Everglades bezoek je met een airboot, een platbodem uitgerust met een monster van een buitenboordmotor die een vliegtuigschroef aandrijft. Coopertown geniet de reputatie de originele touroperator te zijn. ‘Since 1945’ staat boven het houten kantoortje geschilderd. Wanneer we een ticket willen kopen, krijgen we te horen dat we na de tocht moeten betalen. ‘Opgegeten worden door de alligators is gratis’, meldt de door overgewicht geplaagde maar charismatische manager.

Amerika: altijd goed voor een straf verhaal! Tien minuten later scheuren we over de ‘River of Grass’, met watten in beide oren want het geloei van de motor is niet echt naar de allerlaatste econormen. ‘Jullie eerste keer?’ vraagt chauffeur en gids Mike terwijl we even later in de middle of nowhere ronddobberen. ‘Van mij ook.’ De twee meereizende Japanners vinden het grappig. Ze lachen, maar waarschijnlijk vooral van de schrik. In de praktijk is Mike, naast flauwe grappenmaker, een van de meest ervaren gidsen. ‘Sterven in de Everglades? Dan zal het van een hartaanval zijn!’ lacht hij, en hij gooit de gashendel open.

De traagste rivier

Op het eerste gezicht zijn de Everglades weinig spectaculair: een doolhof van moerasweiden, brakwaterlagunes en mangrovebossen. Rietgras tot aan de horizon, daartussenin kleine boomeilanden in de eindeloze vlakke verte. ‘De schoonheid schuilt in de waarde van dit uiterst gecompliceerde ecosysteem’, roept Mike boven de motor uit. ‘Unieke wetlands, veeleer een traag stromende rivier van tachtig kilometer breed dan een moeras, slechts een paar centimeter diep en een stroming van amper dertig meter per dag. De indianen noemden het dan ook ‘Pa-hay-okee’ of ‘Rivier van Gras’, want de hele vlakte is begroeid met messcherp rietgras.’

Na het bezoek cruisen we via de twaalfvakshighway Miami binnen. Met de airco op, de gps aan en de automaat in ‘drive’. Nog niet zo lang geleden was deze tocht een hachelijke onderneming, op leven en dood. Niets was zeker, want de alligators zaten overal. En vooral, ze waren genadeloos. De hedendaagse reiziger moet maar met één probleem rekening houden: de flitscamera’s onderweg. ‘Want de sheriff hanteert zero tolerance, folks’, roept Mike ons nog na.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels