Zonovergoten en historisch Costa Blanca

“De naam van de stad Alicante is ontstaan na een tragisch liefdesverhaal”, vertelt onze gids Javier Morales. Met een sprookjesachtige legende – en een glaasje Horchata – beginnen we aan ons Spaanse avontuur in de regio Valencia.

Zonovergoten, historisch én aan de kust: Alicante is het ideale uitgangspunt voor een vakantie aan de Costa Blanca. De stad zelf verkennen is een must, maar vergeet zeker ook niet om een daguitstap te plannen naar het nabijgelegen Benissa, Jijona, en Elche.

De legende van Santa Bárbara: twee geliefden herenigd

De trekpleister van Alicante is het 9de-eeuwse Kasteel van Santa Bárbara, bovenop de 166 meter hoge berg Benacantil. Wie zich sportief voelt kan de klim te voet maken, maar je kan ook de lift nemen in de straat Calle de Jovellanos om meteen de top te bereiken. Volgens een legende is de naam van Alicante ontstaan in dat kasteel, na een tragisch liefdesverhaal.

Lang geleden, toen Spanje nog geregeerd werd door de Moren, heerste er een machtige kalief over Alicante. Hij woonde samen met zijn beeldschone dochter Cántara in het kasteel. Twee dappere mannen, Almanzor en Ali, wilden met haar trouwen. De kalief verzon voor beiden een opdracht: wie de opdracht als eerste kon vervullen, mocht trouwen met zijn begeerde dochter. De ambitieuze Almanzor stortte zich volledig op de taak. Ali, daarentegen, kon zijn geliefde Cántara niet lang missen en keerde al snel naar haar terug. De twee werden halsoverkop op elkaar verliefd. De kalief was helaas niet onder de indruk: toen Almanzor met succes terugkeerde, eiste hij dat zijn dochter voor hem zou kiezen. Ali, radeloos door het slechte nieuws, sprong vanaf de berg het ravijn in. De ontroostbare Cántara sprong niet veel later op dezelfde plek haar dood tegemoet…

Het hof was enorm geraakt door het drama en besloot om de jonge geliefden opnieuw en voor altijd met elkaar te verenigen in de nieuwe naam van de stad: Alcántara, dat later Alicante werd. “Sindsdien is de berg vervloekt”, vult Javier aan. “Vanaf bepaalde plekken, zie je dat de rots van Benacantil op een verdrietig gezicht lijkt: het bedroefde profiel van de Moorse kalief”.

Het oude gedeelte van de stad en de mooiste wijk: Santa Cruz

We verlaten het kasteel en zetten onze tocht verder in het oude gedeelte van de stad, ook wel bekend als el Casco Antiguo. Hier kan je de meeste bezienswaardigheden vinden die Alicante rijk is, zoals de San Nicolás Co-Kathedraal, gewijd aan de beschermheilige van de stad, de oudste kerk van Alicante de Basílica de Santa María en het plein met het impressionante gemeentehuis la Plaza del Ayuntamiento. Een ander plein dat hier zeker het bezoeken waard is, is het Gabriel Miro-plein, verborgen in de schaduw van eeuwenoude, gigantische banyanbomen uit Australië. “De Ficus macrophylla”, licht onze gids toe. “Ze kunnen wel 50 meter hoog worden”. 

We stappen verder naar Santa Cruz, volgens velen de mooiste wijk van Alicante. Pittoreske huisjes, kleine Moorse straatjes en trappetjes wisselen elkaar gretig af. De versierde ramen, kleurrijke tegels en veelvuldige bloembakken zorgen voor een gezellige wandeling, weg van de drukte in de stad. Hier is het nooit koppenlopen, behalve tijdens de processie van de Semana Santa, de week voor Pasen, op woensdag. Dan dragen de Dragers van de Hermandad de Santa Cruz grote beelden van Jezus door de kleine steegjes – en dat trekt heel wat gelovigen aan.

We eindigen de dag in een gezellig cafeetje voor een glaasje Horchata: een typisch drankje uit Valencia dat eruitziet als melk, maar wordt gemaakt van aardamandelen, water en suiker. “Soms doen Spanjaarden het net als melk in de koffie”, zegt Javier. “Maar in de zomer drinken we het vooral puur. Het is erg verfrissend”. 

Small town charm en wandelen in Benissa

We verlaten Alicante voor een daguitstap naar de Marina Alta en het charmante Benissa, een kuststadje in de vallei. Hier ontmoeten we onze tweede gids: Joan Such. Bij aankomst kijken we verbaasd op naar de vele Nederlandstalige reclameborden van ‘Vlaamse vastgoedmakelaars’. “Veel Vlamingen hebben hier een vakantiehuisje”, legt Joan uit. En we begrijpen al snel waarom.

Benissa heeft alles wat een stad als Benidorm heeft: strand, natuur, accommodaties en mooi weer. Maar Benissa, in tegenstelling tot Benidorm, is ontsnapt aan het massatoerisme. “In Benissa heb je small town charm”, glimlacht onze gids. “Het is er rustig, mooi en de mensen zijn vriendelijk en gastvrij”. Bovendien is het een paradijs voor fietsers: “Veel coureurs komen hier oefenen voor belangrijke wedstrijden, zelfs voor de Tour de France!”

Zelf zijn we in het stadje voor een wandeling op het Ecological Path. Deze korte route van vier kilometer lang kronkelt langs de Middellandse Zee en prikkelt al je zintuigen. “Ik woonde een tijdje in Parijs, maar ik miste de smaken, geuren en kleuren van hier”, zucht Joan. Het natuurpad brengt je langs de rotsachtige kust, kliffen, kleine inhammen en planten en bloemen die enkel hiér voorkomen. Op veel plekken word je verrast door prachtige vergezichten op de zee en de rots de Ifach, ook wel het 'kleine Gibraltar' genoemd. We wandelen tot het grootste strand van Benissa. Grootste met een knipoog, want la Playa La Fustera is slechts honderd meter lang.

Biologische, ecologische en lokale gastronomie

We trekken verder de vallei in en bezoeken de biologische wijngaard Casa Agrícola van de gepassioneerde Pepe Mendoza. De wijngaard staat naast een Riurau: een gebouwtje dat enkel in deze regio voorkomt en sinds de achttiende eeuw gebruikt wordt voor het drogen van druiven. Tijdens de rondleiding vertelt Pepe ons meer over zijn project: “Mijn wijnen moeten de Mediterrane smaken van de streek overbrengen. Ik wil niet meer produceren, maar beter produceren met lokale, handgeplukte druiven”. Hij maakt slechts enkele duizenden flessen per jaar en zorgt voor de hoogste kwaliteit. Als Pepe mensen ontvangt in zijn wijngaard, hanteert hij dezelfde zorgzame filosofie. “Bezoekers komen in kleine groepjes. Ik wil iedereen in de ogen kunnen kijken, en er voor iedereen een bijzondere ervaring van maken”.

Na een uitstekend glas wijn is het tijd voor een lunch in het restaurant Terrasses de la Torre. Op het menu: authentieke maaltijden, bereid volgens de traditionele recepten van de Marina Alta. Er wordt artisjok bereid op het haardvuurtje, smaakvolle coca’s met ui en chorizo en een heerlijke salade met granaatappel. Simpel, maar ook vers, lokaal en enorm smaakvol. “Zo zal je in geen enkel ander restaurant eten”, lacht Joan. “Enkel bij de mensen thuis”. 

Turrón in Jijona

Na Benissa rijden we verder naar Jijona, een oude gemeente waar je kan ronddwalen door smalle, middeleeuwse straatjes. Deze plek kent internationaal enige bekendheid dankzij de noga-achtige specialiteit Turrón.

Zowel in Alicante als in Jijona wordt al sinds de 15de eeuw Turrón vervaardigd van amandelen uit de streek. Er zijn wel duidelijke verschillen tussen de twee: de Turrón van Alicante is wit en hard, de Turrón van Jijona is bruin en zacht. Als je meer te weten wil komen over de bereidingswijze van deze lekkernij, kan je in Jijona de fabriek El Artesano bezoeken. En natuurlijk eindigt de uitleg met véél proeven: ideaal om de dag af te sluiten met iets zoets!

Elche, een stad vol palmbomen

Elche is een stad die door de Moren tijdens de 10de eeuw gevestigd werd, samen met een oase van palmbomen. Intussen zijn er wel meer dan 300.000 en zorgen ze voor een exotische sfeer. Samen met Miguel Ángel Sánchez bezoeken we de Palmeral, de eerste palmgaard van de stad, die deel uitmaakt van de Werelderfgoedlijst van UNESCO. “Als je Elche op Google Maps opzoekt, zul je merken dat de meeste palmbomen in een vierkant zijn geplaatst”, vertelt Miguel. “De Moren plantten ze in deze vorm, om ze te gebruiken als een soort ‘natuurlijke serre’. Binnenin de ‘serre’ werden dan andere gewassen geteeld, die tijdens de winter beschermd werden door de palmen tegen de kou, en tijdens de zomer tegen de hitte”.

Na het bezoek aan de Palmeral duiken we het centrum in om de iconische Basílica de Santa Maria te bewonderen. Hier wordt sinds de 13de eeuw in augustus jaarlijks het Mysterie van Elche vertoond, een theatervoorstelling over de dood en de tenhemelopneming van de heilige Maria. Het traditionele toneelstuk met meer dan 300 artiesten maakt ook deel uit van de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Bovendien kan je de toren bezoeken: na 117 trappen naar boven word je beloond met een prachtig uitzicht over de stad.

We eindigen de daguitstap met een rustige wandeling langs de rivier de Vinalopó. “In België zou dit waarschijnlijk geen rivier genoemd worden”, lacht Miguel. Het smalle stroompje loopt doorheen een diepe betonnen bedding en is nog geen meter breed. Tijdens de tocht genieten we van de 1.200 meter lange, kleurrijke schildering op het beton, opgenomen door het Guinness Book of Records als grootste muurschildering ter wereld. 

Copyright foto's: N. Pauwels
Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels