Speling van de Lot

In de loop van vele eeuwen heeft de vrolijk meanderende Lot, samen met zijn kleine broer de Célé, de streek tot een pastoraal stilleven geboetseerd. De uitzichten van op de ruige kalksteenplateaus, de Causses, die op vele plaatsen langs de rivieren loodrecht oprijzen, zijn vaak adembenemend, terwijl dromerige stadjes als Cahors, Saint-Cirq-Lapopie en Figeac je verleiden om zorgeloos te flaneren in ronduit middeleeuwse decors.

Wijnstad Cahors

Wijnkenners kennen hem wel: de vin de Cahors, een robuuste, dieprode wijn die ook wel vin noir wordt genoemd. Aan de wijnranken die de heuvels rond de stad en de vallei groen kleuren, bungelen trotse trossen malbecdruiven die voor het eindproduct met AOC-label verantwoordelijk zijn. Het heeft niet veel gescheeld of het was gedaan met de lucratieve wijnhandel, want toen de druifluisziekte in de negentiende eeuw toesloeg in een van de oudste wijngebieden van Frankrijk, zaten de boeren hier met de handen in het haar. Alle wijngaarden werden vernietigd, maar dankzij nieuwe technologieën kon de traditie, die al aanknoopte bij de Romeinen, na de Tweede Wereldoorlog weer opgenomen worden.

Op de Place François Mitterand komen jongeren uit het jezuïetencollege gestormd, drommen samen op het ruime plein en bezetten de terrassen aan de Boulevard Léon Gambetta, de brede hoofd- en flaneerstraat die de historische stad in twee delen splitst: rechts het oude stadsgedeelte en links de jongere helft. We duiken een ondergrondse parkeergarage in waar recentelijk de restanten van een Romeinse stad en delen van een amfitheater blootgelegd werden. De naam van de stad zou te maken hebben met de Keltische godin van het water Divona, die door de Gallo-Romeinse bevolking herdoopt werd tot Divona Cadurcorum, waarop de inwonersnaam ‘Cadurciens’ dan weer teruggaat.

Terwijl we naar hét fotomotief van de stad lopen, de beroemde vestingbrug Pont Valentré, samen met de Cathédrale Saint-Etienne Unesco-werelderfgoed, luister ik naar de rijke en soms bewogen geschiedenis van deze stad. Die was in de middeleeuwen heel welvarend als financieel centrum en als belangrijke handelsplaats op de route tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Wijn, hout en wol - erg commerciële producten - vonden via de haven van La Rochelle hun afzetgebieden in Engeland en de rijke Nederlanden of werden in Montpellier verscheept naar Italië. Uit Engeland werden via Bordeaux dan weer ‘exotische’ producten zoals koffie, zout en suiker over de rivier getransporteerd. Erg rijk in Cahors werden de bankiers, ook Italiaanse, die met hun leningen tegen woekerinteresten grote fortuinen verdienden. Inmiddels hebben de inwoners hun bijnaam ‘cahorsin’, wat ‘woekeraar’ betekent, begrijpelijkerwijs omgedoopt tot ‘cadurciens’.

Die welvaart vertaalde zich in luxueuze hôtels particuliers of herenhuizen met rijk versierde gevels in alle mogelijke architecturale stijlen. We komen langs de fotogenieke bogenbrug uit de veertiende eeuw met de drie vierkanten torens. De brug zelf overspant de brede Lot, die zich helemaal rond de stad slingert. In de wijken van het oudste stadsdeel struin ik vervolgens door een labyrint van kronkelende straatjes en schilderachtige pleintjes. Het lijkt wel of je door een cursus kunstgeschiedenis stapt waar alle kunststijlen een plaatsje opeisen.

En dan doemt tussen de hoge patricieërshuizen in volle glorie de Saint-Etienne-kathedraal op. Die is op zijn minst speciaal te noemen, niet alleen vanwege de twee indrukwekkende Byzantijns geïnspireerde koepels, maar ook vanwege de vele diverse bouwstijlen die er in de loop van de acht eeuwen bouwactiviteit onderdak gevonden hebben. Het timpaan uit 1135 dat het noordelijke portaal siert, is een fraai stukje beeldhouwkunst. Heel origineel zijn overal in de stad de Jardins Secrets, een dertigtal ‘geheime’ tuintjes. Het zijn kleine oasen van rust waar je te midden van geurende kruiden, geneeskrachtige planten, fleurige bloemen en vergeten groenten het middeleeuwse Cahors erg nabij voelt.

Verborgen parels

De barman van het enige café-restaurant in Saint-Géry geeft me een tip: rij even voorbij de kerk omhoog en volg de pijlen richting Belvédère. Een twintigtal bochten verder sta ik op een glibberig rotsplateau te midden van hoog gras en piekerige struiken en geniet ik van een grandioos vergezicht op de loodrecht oprijzende kalkstenen rotsformaties aan weerszijden van de meanderende rivier. Hier en daar komt zo’n okerkleurige of zwartgrijze piek even door het weerbarstige groen piepen als een eenzame kies in een gehavend gebit.

In Bouziès rijd ik door een tunnel van spectaculair overhellende rotsen waarin de Engelsen tijdens de Honderdjarige Oorlog een soort woonruimte uithakten en zich verschansten. Ze staan in de streek bekend als châteaux des Anglais. Ertegenover dansen tientallen plezierbootjes op het bruine water van de Lot, die in de zomer bevaarbaar is tussen Luzech en Larnagol.

En even verderop ligt dan, als een adelaarsnest op een rots, het verrukkelijke dorpje Saint-Cirq-Lapopie. In de middeleeuwen stond hier een feodaal kasteel van het grafelijke geslacht van Lapopie, wat in de Occitaanse streektaal ‘tepel’ zou betekenen, naar de vorm van de rots. Dat vertelt Virginie van de toeristische dienst, die me op sleeptouw neemt door het 200 inwoners tellende dorpje, bekroond met de titel van ‘le plus beau village de France’. Het ziet eruit alsof de middeleeuwen nooit zijn wegggeweest. Dat is te danken, zo stipt Virginie aan, aan de unieke en geïsoleerde ligging van het dorp waardoor het zijn historische karakter kon handhaven.

We lopen door hellende hobbelstraatjes, over steile trappen en door poorten naar de ruïne van het oude kasteel. Van op de burchtruïne, 100 meter boven de rivier, heb je een mooi uitzicht op de vallei beneden met de wei- en akkerlanden, de rotsen, het kerkje uit de zestiende eeuw en de grijsbruine daken van de huizen. De molens, dammen, sluizen en het jaagpad aan de voet van de rots herinneren aan de eens zo bloeiende handel over de rivier. Het transport van de wijnen van de Quercy, maar ook van suiker, zout, specerijen en stokvis over de Lot en de Garonne naar Bordeaux, legde de handelaars geen windeieren. Ook ambachtslui als ketelmakers, leerlooiers en touwslagers ging het voor de wind, maar bekend was het dorp vooral door de vele houtdraaiers die houten kranen voor de wijnvaten maakten. Straatnamen als Rue Pélissaria of Rue de la Peyrolerie herinneren nog aan die oude ambachten. De industrialisatie, de concurrentie met de spoorwegen en de teloorgang van de wijnproductie door de phylloxera of druifluisplaag luidden in 1926 ook het einde in van het transport over water. Nieuwe landbouwactiviteiten als tabaks- en bloementeelt zagen het licht.

Toch is deze landelijke regio volgens mijn gids nooit een streek van rijken geweest, en ook vandaag niet, want ook de producenten die het luxueuzere segment van de foie gras, saffraan of truffels aangeboord hebben, blijven bescheiden. De mensen hier houden van het gewone, onbekommerde, landelijke leven en lijken erg tevreden met hun ‘Lot’. In de zomerse vakantiemaanden is het hier echt over de koppen lopen. Dat is wellicht de tol die je als dorp moet betalen voor zoveel ‘tâches de beauté’ . Dat ook schilders en schrijvers door de hoge aaibaarheidsfactor van dit dorp werden aangetrokken, is begrijpelijk. Zo woonde en werkte hier de surrealistische schrijver André Breton, die zijn liefde aan dit dorp lapidair uitdrukte als: “J’ai cessé de me désirer ailleurs”.

De grot van Pech-Merle

Min of meer parallel met de Lot, maar iets noordelijker, kronkelt een van de vele andere riviertjes. Het is de Célé, en ook hier rijgen zich kilometerslang de kalkstenen rotsen als een versteend lint aan elkaar. Zoals overal waar een rivier de kalksteen in de loop van vele miljoenen jaren erodeert, zijn ook in deze streek – de Dordogne stroomt nog iets noordelijker – vele grotten te bezoeken. De meeste zijn gesloten voor het publiek, maar die van Pech-Merle in Cabrerets niet. Ze zou er volgens de gids nog net zo uitzien als 500.000 jaar geleden, toen ze bewoond werd door preneanderthalers. Voor je afdaalt, kan het nuttig zijn even de reuzenpanelen – ‘La frise du temps’ – voor de ingang te bekijken waar heldere teksten je duidelijk maken hoe de mens zich van cro-magnon ontpopt heeft tot dat man op de maan.

Maar ook in de grot zelf – elke meter die je afdaalt, ga je 12.500 jaar terug in de tijd, hoor ik – word je met de noties tijd en tijdsbesef geconfronteerd. Naast de klassieke karstverschijnselen als orgelpijpen, discusschijven, tapijten, grillig gevormde torens, kathedralen en figuren die druppelgewijs ontstaan zijn, trekken de beroemde wandschilderingen die onze creatieve voorouders ons hebben nagelaten, toch de meeste aandacht. Ik raak niet uitgekeken op de zwart en rossig bestippelde paarden, oerossen, edelherten, mammoeten, afdrukken van handen en versteende voetafdrukken. Fascinerend!

Figeac: de stad van Champollion

Langs de meanderende Célé met dromerige dorpjes als Sauliac, Marcilhac en Espagnac kom ik in Figeac, een stad die in de gidsjes als Ville d’Art et d’Histoire vermeld wordt, net als Cahors. Oud en historisch: ik merk het meteen als ik mijn auto een straatje naast de brede rivier in manoeuvreer en me hopeloos vastrij in een jungle van kronkelende en nauwe steegjes, die gelukkig leiden naar een groot parkeerterrein in de bovenstad.

“Die eretitel dragen we pas van 1980”, zo steekt gids Claire van wal. Tot in de jaren 1970 was Figeac min of meer een ingedommeld oud stadje waar nauwelijks iets te beleven viel. Dat veranderde toen een dynamische ploeg het bestuur van de stad overnam en via subsidies eigenaars ervan overtuigde om het ongemeen rijke architecturale erfgoed een opfrisbeurt te geven. De eeuwenoude gerenoveerde hôtels, zeg maar heuse paleisjes, die de adel en de rijke handelaars destijds lieten optrekken, zijn daarvan het stenen bewijs. Oude hoge vakwerkhuizen, statige panden met bogengalerijen waar in de middeleeuwen handel in werd gedreven, gotische spitsbogen, opengewerkte ramen, loggia’s, erkers, torens,… je komt ze allemaal tegen als je de bewegwijzerde sleutelroute ‘Le circuit des clefs de Figeac’ volgt. De stad was tot op het einde van de middeleeuwen een van de rijkste steden van de Midi. De Honderdjarige Oorlog en de latere godsdienstoorlogen maakten een einde aan de lucratieve handel. Vele handelaars verkasten met have en goed naar La Rochelle, Montpellier of Parijs en namen daar een nieuwe start. In de zeventiende eeuw leefde de stad weer op en de adel bouwde statige panden in de middeleeuwse stadskern.

De grootste en beroemdste zoon van de stad is toch wel Jean-François Champollion, de ontcijferaar van de Egyptische hiëroglyfen. Als eerbetoon heeft de stad van zijn geboortehuis een topmuseum gemaakt. Vlak ernaast heeft de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth een knappe reproductie gemaakt van de beroemde Steen van Rosetta, die zijn geheimen aan Champollion prijsgaf. In het aangename instructieve en erg knap gedesignde museum met drie verdiepingen geraakt elke ‘letterenmens’ of taalminnaar bedwelmd door het mysterieuze verhaal van het ontstaan van talen en culturen, waarvan het ontstaan zo’n 5.300 jaar geleden van start ging. Door middel van voorwerpen, geschriften in allerlei vormen, videofragmenten en multimediale technieken maak je een fabelachtige reis door de vele geschriften en alfabetten. Heel gezellig is het op het ruime plein aan het museum met zijn grote terrassen of aan de overdekte hal waar het heerlijk zitten is bij een glaasje witte wijn van Quercy of een frisse rosé.

GRANDE-tips

Cahors: Wijndegustatie Cahors-wijnen. Villa Cahors Malbec. Ruime modern gedesignde degustatieruimte met paarsig licht waar je tijdens een aangename proefsessie de Cahors-wijnen beter leert kennen. Place François Mitterand naast Office du Tourisme.

Les Arques: Museum gewijd aan het werk van de Russische beeldhouwer Ossip Zadkine, die met zijn vrouw Valentine Prax 25 jaar in dit dorpje woonde. Klein maar erg mooi museum met prachtig werk in brons, hout en steen van deze intrigerende kunstenaar. Ook buiten het museum en in het intieme kerkje vind je werk van Zadkine, die een bijzondere relatie had met deze rustige streek. Dat blijkt ook uit een film over het leven van de kunstenaar die in een zaaltje vertoond wordt.

Saint-Cirq-Lapopie: Museé Rignault. Aangenaam museum met veel werk van schilder Rignault, samen met eigen bezittingen en voorwerpen. Het ligt net onder de burcht-ruïne en je hebt zowel binnen als vanuit de rustgevende tuin een schitterend uitzicht op de omgeving.

Cénevières: Kasteelbezoek. Eeuwenoud kasteel uit de dertiende-veertiende eeuw hoog boven de Lot dat de familie De Braquilanges openstelt voor bezoek. Gastheer Patrick verzorgt de rondleiding door prachtig gedecoreerde zalen, kelders en kamers. Erg mooie fresco’s.

Bouziès: boottocht op de Lot met commentaar van de kapitein en zijn vrouw. Ludiek, ontspannend en instructief.

Situering

De valleien van de Lot en de Célé liggen in de Midi-Pyrénées in Zuidwest-Frankrijk. Tot voor de Franse Revolutie behoorde de Lot, samen met de noordelijke helft van het departement Tarn-et-Garonne, tot de oude provincie Quercy, waarvan Cahors de oude hoofdstad was. De naam Quercy kom je in de streek overal tegen: Les Causses de Quercy, gastronomie quercynoise… De rivieren Lot en Célé (en nog andere, zoals de Dordogne) meanderen door de prachtige landschappen en hebben in de loop der tijden diepe kloven in de Causses, de kalkstenen plateaus, uitgeslepen. De Lot is een bochtige rivier die ontspringt in de buurt van de Mont Lozère in de uitlopers van het Centraal Massief en 481 kilometer verder in Aguillon in de Garonne uitmondt. Hemelsbreed bedraagt de afstand van bron tot monding 200 kilometer.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Straatsburg bezoeken, én genieten van de natuur en de rust!

..."
"
Vlamingen Eli en Evelyne De Maeyer trokken naar Agonac in de Dordognestreek om hun droom waar te maken.
..."
"

Mas La Forestière is een luxueuze vakantievilla voor 8 à 10 personen in de Alpes-de-Haute-Provence in Zuid-Frankrijk.

..."
"

La Villa Verde betekent 'L' Art de vivre' aan de Azurenkust in het residentiële Boulouris, St. Raphaël.

..."
"

In de Gard nabij Uzès en kortbij Avignon en Nïmes ligt Mas du Temple, een luxe nieuwbouwvilla die je kan huren voor korte en lange verblijven.

..."
"

Luc en Cindy ruilden hun restaurant in Maasmechelen in 2017 voor een chambres d'hôtes en table d'hôtes in de rustige en landelijke Auvergne.

..."
"

Welkom bij Belgen in Zuid-Frankrijk! L’ Ancien Mas Bouzige ligt in het departement Gard, tussen de Cevennen, de Ardèche, de Provence, de Camargues en de Middellandse Zee.

..."
"

In de Provence ligt in Séguret – een van de ‘Plus Beaux Villages de France’ - het ‘Domaine de Cabasse’.

..."
GRANDE reporter Gert Van Wichelen
bezocht deze B&B en schreef:
"

In de vallei van de Dordogne ligt net buiten Souillac het vakantiedomein Le Manoir.

..."
"

In het gezellige kustdorpje Ambleteuse aan de Opaalkust word je hartelijk verwelkomd door gastvrouw Jennifer in hotel Les Argousiers.

..."