Reportagetip: Zomertrip naar Interlaken en de Jungfraujoch

Zwitserland, waar je ook gaat, de adembenemende landschappen en idyllische plekjes liggen er voor het grijpen. Neem nu Interlaken, het bevallige stadje dat zich nestelt tussen twee bloedmooie meren en imponerende Alpentoppen waaronder de wereldberoemde Jungfrau. Het ijzingwekkende bergspoor naar Jungfraujoch bestaat al meer dan honderd jaar. Hoog tijd dus voor een onvergetelijke ontdekking, tussen water en bergen.

De bergen

Duidelijker kan een naam nauwelijks zijn: Interlaken ligt inderdaad tussen twee zeer fotogenieke Alpenmeren. Van welke kant je ook komt, het landschappelijke moois dat rondom het stadje zo lustig werd rondgestrooid, oogt immer postkaartperfect. Interlaken sleurt een ietwat stijf en mondain imago mee, maar ter plaatse blijkt dat goed mee te vallen. Oké, dit stadje van goed vijfduizend zielen pakt uit met chique shops en dure merken en zal ook nooit tot de meest bruisende plekken op aarde behoren, maar de sfeer voelt er aangenaam relaxed aan: van stress en gejaagdheid is nergens sprake.

De centrale ader van het stadje is de Höheweg, met zijn snoer van juweliers, postkaart- en vlaggenverkopers en blinkende hotels. Van op de Högeweg krijg je veelbelovende uitzichten op de omringende Alpentoppen cadeau, waaronder natuurlijk de Jungfrau. Precies die berg lokt jaar in jaar uit veel volk naar Interlaken, en dat vanuit alle hoeken van de wereld. Op straat en rond de ontbijtbuffetten van de hotels zie je bijvoorbeeld opvallend veel Aziatische gezichten, en ook Zuid-Amerikanen weten Interlaken steeds beter te vinden. Het maakt van deze Centraal-Zwitserse plek de toegangspoort tot het Berner Oberland.

Op naar de top

De vedettes van de regio zijn het koningskoppel Jungfrau-Jungfraujoch, die respectievelijk op 4.158 en 3.475 meter zelfs de meest geoefende reizigers met verstomming achter weten te laten. De grote populariteit van deze wereldberoemde toppen hebben de Zwitsers in grote mate te danken aan een technisch hoogstandje in de vorm van een spoorlijn. De meer dan honderd jaar oude treinverbinding blijft ondanks haar gezegende leeftijd een sensationele ervaring om langs onvergetelijke landschappen, diepe ravijnen, scholen bergkoeien en door kleverige nevelslierten vanuit Interlaken (gelegen op zo’n 500 meter boven zeeniveau) naar de top van de Jungfraujoch te klimmen. Naarmate de minuten vorderen, voel je de lucht ijler worden, zie je de wolken naar je toe zweven en lijkt Interlaken in het dal tot een miniatuurdorpje te verschrompelen.

Je treinavontuur begint in het station Interlaken Ost, van waaruit je elk uur een verbinding hebt naar de berggoden boven je. Informeer op voorhand goed over het weer; regen, sneeuw of zelfs gewoon dikke wolkenpakketten kunnen je plezier in min of meerdere mate vergallen. Wees anderzijds ook niet te pessimistisch; toen wij de tocht aanvatten, leek het weer niet veel soeps te zullen worden, maar van zodra we ons door een wolkenzone gewurmd hadden, konden we in het hooggebergte genieten van een regelrecht rivièraweertje… maar dan veel kouder natuurlijk. Genieten, dat doe je ook tijdens de hele treinrit. Het eerste deel daarvan leidt je door vriendelijke landschappen en langs wufte bergrivieren naar Lauterbrunnen. In dat station moet je overstappen op een andere trein, die al een deel van het zware klimwerk voor zijn rekening zal nemen. Of je kunt ook meteen opteren voor een pauze, want vanuit Lauterbrunnen valt er ook heel wat moois te ontdekken. Top of the bill daar zijn ongetwijfeld de watervallen van Staubbach, die zich met luid geraas driehonderd meter lager storten. De watermassa begint als een kolkend gevaar en eindigt in miljoenen fijne druppeltjes… Fascinerend!

Als je in Lauterbrunnen terug op de trein stapt, zal die je eerst naar Wengwald leiden, op 1.182 meter hoogte. Dat is meteen de perfecte stop om in het naburige Wengen op bezoek te gaan. Wengen is zo’n heerlijk Zwitsers bergdorp (denk aan donkerkleurige houten chalets, winkels met nationale vlaggen en koebellen en gezellige terrassen). De onweerstaanbare charme is deels ook te danken aan de deugddoende rust die er in de straten heerst. Het hele dorp is immers verkeersvrij, wat het sprookjesgehalte enkel maar ten goede komt.

Na Wengwald begint het echte werk. De stijgingsgraad van het treinspoor neemt toe, het landschap oogt steeds strenger en voor het eerst krijg je een glimp te zien van de machtige Jungfrau, die geflankeerd wordt door de Silberhorn, elk met hun verblindende eeuwige sneeuw. Stilaan komt ook de magnifieke Eigergletsjer in het vizier. In de trein zelf wordt het erg stil… Iedereen hangt met het hoofd buiten, het fototoestel in de aanslag, om toch maar zo weinig mogelijk te missen van al die schoonheid.

Het station Kleine Scheidegg is een nieuwe stop. Gelegen op 2.061 meter vormt dit station een gegeerde plek voor skiërs. Zij kunnen er immers al heel vroeg in het seizoen terecht. Ook in het late voorjaar ligt er vaak nog genoeg sneeuw voor intens skiplezier. Ook de niet-skiërs kunnen hun hartje ophalen: op zo’n kwartiertje wandelen van het station ligt een sensationeel ‘belvédère’ van waaruit je een oogstrelend panorama krijgt op de hele omgeving.

IJswereld

Maar onder het motto 'The best is yet to come' moet je de treinreis natuurlijk voortzetten tot het einde. Dat wordt aangekondigd met de onweerstaanbare passage door de schitterende Eigergletsjer. Daar houdt de trein onder meer halt in het station Eigerwand, dat helemaal uit de rotsen werd gehouwen. Van daaruit ontwaar je de vallei van Grindelwald en de regio rond Interlaken. De panorama’s zijn onvergetelijk, net zoals de locatie van het station. Die geeft immers goed weer wat voor een technisch huzarenstukje de bouw van de spoorlijn naar de Jungfraujoch wel was. Voor alpinisten vormt de Eigerwand zelf dan weer een fameuze uitdaging; pas in 1938 werd die voor het eerst bedwongen…

De laatste stop op je treinreis wordt station Eismeer, op 3.160 meter hoogte. Net als Interlaken heeft het zijn naam niet gestolen, want soms lijkt het wel alsof je de ijswereld rondom jou kunt aanraken. Je ontdekt er 'séracs', Zwitsers Frans voor heuse kolommen ijs die opgestuwd worden door de bewegingen van de gletsjer. Ook het uitzicht over de Schreckhorn is er werkelijk magnifiek.

Top of Europe

Zelfs na zoveel onvatbaar moois ontgoochelt de eindhalte van je tocht niet. Met een ligging op 3.454 meter boven de zeespiegel mag het station op de Jungfraujoch (met de ietwat pompeuze naam ‘Top of Europe’) zich het hoogst gelegen station van Europa noemen dat bediend wordt door een tandradtrein. Je merkt het meteen als je uit je wagon stapt: je voortbewegen op een dergelijke hoogte doet je erg snel op je adem trappen… Maar waarom zou je gehaast zijn als je aankomt op een van de mooiste plekken van ons continent? De hele site rond het station (meer dan 500 vierkante kilometer) behoort tot het Unesco-werelderfgoed, en dat is maar logisch. De vergezichten doen er menig fototoestel tilt slaan, de grandioze natuur slaat je met verstomming en de haast hoorbare stilte en ijzige wind maken het plaatje compleet.

Op de site leidt de snelste lift van Zwitserland (108 meter op 25 seconden) je naar het terras van de Sphinx, van waaruit je een adembenemend panorama aangeboden krijgt over de ruige landschappen rondom jou. Hoofdvedette is de Aletschgletsjer, die over zowat 22 kilometer naar beneden glijdt. Die wilde schoonheid wordt omringd door vierduizenders als de Fiescherhorn, de Aletschhorn en de Jungfrau. De top van de Jungfraujoch herbergt eveneens een onderzoekscentrum en een astronomische koepel; de legendarische zuiverheid van de lucht maakt van deze bloedmooie plek dan ook een perfecte locatie voor allerlei wetenschappelijke onderzoeken. Sportievelingen moeten zich zeker wagen aan de Aletschgletsjer, waarop je ook in hartje zomer de ski’s kunt aanbinden.

Na de sterke sensaties op enkele duizenden meters hoogte is het een beetje triestig opnieuw naar de vallei terug te keren. Maar ook rond Interlaken valt er heel wat te beleven, en dat dankzij de twee verleidelijke meren die het stadje omringen. Ten westen van Interlaken ontdek je de Thunersee, een grootse plas water die omringd wordt door betoverende bergen en stadjes waarvoor het woord ‘pittoresk’ wel uitgevonden lijkt. In die laatste categorie is Thun de grootste, helemaal aan de westelijke zijde van het meer. Thun bulkt van de fotogenieke plekjes: onder meer de Obere Hauptgasse en de Rathausplatz bieden een mooie collectie schattige gebouwen en tonnen flaneergezelligheid. Ook aan de 'front du lac' is het bijzonder leuk toeven; bij mooi zomerweer waan je je aan een warmbloedige mediterrane rivièra. Andere must sees aan de Thunersee zijn het kasteel van Oberhofen (met zijn schattige ligging aan het meer en met het Berner Oberland op de achtergrond een ware postkaart) en het stadje Spiez, waar je een namiddag lang de uren lekker lui kunt wegkuieren. Laat je imponeren door het lokale kasteel, de groene bergen rondom die zich in het staalblauwe water van de Thunersee storten en installeer je op een terrasje onder de parasols…

Wulps groen

Rondom Interlaken komt het geluk nooit alleen: ten oosten van de stad ligt er immers nog een magnifiek Alpenmeer op jou te wachten. De Brienzersee is een beetje kleiner dan de Thunersee, maar wat ze mist aan oppervlakte, wint ze aan cachet. Door het vaak turquoise, zelfs groene water en de dicht beboste heuvelflanken die zich soms ijzingwekkend steil naar beneden storten, doet dit stukje pure natuur immers minder ‘Alps’ aan. Het oogt allemaal wat ruwer, wat minder gebeeldhouwd. Tegelijk knipoogt de wulpse vegetatie al naar meer zuiderse toestanden, of naar de meren van Ticino (Lago Maggiore, Lago di Lugano,…), hoewel de Brienzersee wel degelijk nog steeds aan de noordzijde van de Alpen ligt. Tijdens mooie zomerse dagen heerst aan de boorden van het meer een heerlijk zuiders pluk-de-dag-sfeertje.

Nergens kun je dat beter ervaren dan in Brienz, een sprookjesachtig stadje waar tijd, stress en drukte geen vat op krijgen. Aan de boorden van het meer kun je opnieuw eindeloos flaneren en genieten van het landschappelijke moois dat hier zo gul werd uitgedeeld. De centrumstraten vormen dan weer een lust voor het oog dankzij de vele huizen die in typische chaletstijl werden opgetrokken. Brienz gaat trouwens door voor de hoofdstad van de houten beeldhouwkunst. Het stadje herbergt zelfs de Schule für Holzbildhauerei, de enige van het land, en meteen ook de garantie dat deze negentiende-eeuwse traditie niet verloren gaat. Zo gaat dat in Zwitserland: goddelijke landschappen, schilderachtige stadjes en moderne efficiëntie gaan er hand in hand.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels