Reportagetip: Pura vida in Costa Rica

Het Midden-Amerikaanse Costa Rica is een tropisch paradijs voor avonturiers en liefhebbers van overweldigende natuurpracht. Feeërieke regenwouden, spetterende vulkanen en een rijke fauna: in het land van de Ticos en Ticas – zoals de inwoners zichzelf noemen – is alles pura vida, puur leven!

Echte Tico’s herken je aan hun desayuno, het ontbijt. En bij wijze van welkom offreert gids Albin ons een dubbele porie gallo pinto, gebakken rijst met zwarte bonen, roerei en plakken Monteverdekaas. Een must, voor de whisky die de mannen er vaak bij drinken, passen we beleefd. Terwijl de obers ons de immense borden voorschotelen, komt San Jose, de door grillige bergtoppen ingesloten hoofdstad, tot leven. Het is amper zeven uur in de ochtend, maar de Interamerican Highway zit al muurvast. Gelukkig garandeert de wat hogere ligging van San Jose (1.150 meter hoogte), bijgenaamd ‘chepe’, ons een nog aangename, windgekoelde ochtend. “Zweten en puffen is voor straks”, weet Albin “wanneer we het Nationaal Park van Tortuguero doorkruisen”. Maar daar moeten we eerst geraken: de zogenaamde autoweg 32 blijkt in de praktijk een provinciale tweevaksbaan met éénbaansbruggen te zijn, vol te zwaar geladen vrachtwagens die tergend traag de heuvels opkruipen.

Drie uur later arriveren we in Finca Carmen 2. “Welkom in bananenland”, roept Albin. “En je moet dat letterlijk nemen”. Een finca is een immense boerderij, die in dit geval gerund wordt door de multinational Del Monte. Het complex omvat meer dan 20 vierkante kilometer bananenplantages, honderden werknemers, een woondorp en een kleine airstrip van waar de vliegtuigjes met pesticiden opstijgen. Per dag worden er duizenden groene kammen grasgroene bananen gewassen en verpakt voor export. De snelheid waarmee dat gebeurt, is verrassend hoog. Wanneer we ons hoofd even in de productiehangar binnen mogen steken, zien we de bananen letterlijk voorbijvliegen.

Groen, groener, groenst

Het Nationaal Park van Tortuguero is met zijn dichte regenwouden, raffiapalmmoerassen en exotische fauna het grootste geklasseerde natuurgebied van de oostelijke kustlijn. Dat we hier vandaag kunnen rondreizen, hebben we te danken aan de aanleg van een gelijknamig kanaal. De werken voor deze 105 kilometer lange door regenwoud omzoomde watersnelweg namen tien jaar in beslag. Het is razend druk aan de kleien kade van Cano Blanco, de belangrijkste aankomst- en vertrekplaats van de rondvaartboten. Dat zijn lange houten sloepjes uitgerust met buitenboordmotoren van 200 pk en meer. Onafgebroken scheren ze als fijngeslepen slagersmessen door een wirwar van kanalen richting Tortuguero City. Ook wij schepen in, gespen het reddingsvest om en scheuren weg. Het 200 vierkante kilometer grote nationale park vormt een labyrint van delta’s, rivierarmen en langunes. De tocht is rustgevend en zo eenvoudig mooi: een bos dat water insluit, bijgenaamd het Costa Ricaanse Amazonewoud.

90 minuten later varen we het eindstation binnen. Donkere wolken, de hemel barst, de zondvloed overvalt ons. De Caribische kust is een van de vochtigste gebieden van Costa Rica. Een dag zonder regen is een grote uitzondering, pijpenstelen zijn de regel. We zullen het geweten hebben: onze lodge lijkt wel één grote douche. Reizigers onder oversized paraplu’s zoeken haastig hun weg naar de kamers. Zoals het de tropen betaamt, trekken de wolken ’s avonds over. De hemel kleurt oranje, slinger- en brulapen vechten voor territorium terwijl wij, comfortabel gezeten in de schommelstoelen, een Imperial-biertje drinken.

Elke dag verse lava

Niet alleen de natuur is overweldigend in Costa Rica, ook onder de grond gebeuren er spectaculaire dingen. Het land wordt van het noordwesten naar het zuidoosten in tweeën gedeeld door een aantal bergketens, de meeste met vulkanen: zeven actieve en 60 slapende. De Arenal, op vijf uur rijden van Tortuguero, is de pater familias. Volmaakt conisch en vrijstaand spuit hij vanuit zijn 1.633 meter hoge krater dagelijks lava. Ongegeneerd, en vooral ongelimiteerd. We nemen onze intrek in de Volcano Lodge, een eenvoudig hotel maar met frontaal uitzicht op de door woedeaanvallen geteisterd berg, zowel vanuit je bed als vanop je terras. Al snel leren we dat de grote onbekende de zichtbaarheid is. ’s Morgens biedt onze 'room with a view' vooral laaghangende wolken. Maar ’s nachts, wanneer het uitgeklaard is, zien we de roodgloeiende lava als lichtpijlen in het rond vliegen. We zetten de tv af, dit is de real stuff! We weten waarom we reizen: het meemaken op de eerste rij, on the spot, het ruiken, voelen en horen! De dikwijls zeer lage wolken – nubes bajas – leiden trouwens een bijzonder eigen leven in Costa Rica. Druppelen doen ze zelden, het is de zondvloed. Ook vandaag weer. “Voor La Fortuna (het aangrenzende dorp van de vulkaan) bestaat er geen weerbericht”, lacht Albin bij het ontbijt met bergen pannenkoeken. “Regen is er doodgewoon een deel van de ervaring.”

In bad met een leguaan

Zo goed als altijd hoort bij een seismisch gebied een rivier. Aan de voet van de vulkaan borrelt massaal heet water aan de oppervlakte en dat heeft het voortreffelijk gerunde Tabacon Resort fijntjes gecommercialiseerd. De weelderig aangelegde badplaats met haar dampende ‘hot springs’ is een gegeerde dagexcursie. De Rio Tabacon krijgt immers ook geneeskrachtige eigenschappen toegemeten, zodat kuren in de talrijke bassins niet alleen gezellig, maar ook gezond is. “En wij houden van wat gezond is’, lacht de jonge manager Victor. ‘Hay que hacerlo con estilo, je moet het met stijl doen’. Ook wij slepen handdoeken en dikke badjassen aan en duiken in een van de lagunes, een tintelend genot voor lijf en leden. Tot we veel later, pal boven ons hoofd, een hondsluie leguaan van 70 centimeter opmerken. Ook een tinteling!

Luiaard

Op verscheidene plaatsen in het regenwoud rond de vlakte van San Carlos, een halfuurtje rijden ten noorden van La Fortuna, zijn immense hangbruggen aangebracht. Samen maken ze deel uit van een drie kilometer lange wandelweg dwars door 250 hectare beschermd gebied. In het dichte woud schuilt in elke hoek onverwachte pracht: over de grond transporteren mierentroepen in dubbele falanx kleine stukjes bladeren. Daarom heten ze ook bladsnijmieren: ze vermalen blad tot mulch, waarop ze vervolgens schimmels kweken. Hiervan eten ze de sporen. In een van de cecropiabomen hangt een drieteenluiaard en op een palmblad kruipt een kleurrijke kever. Niet alleen wandelende takken kruisen onze route, ook een slang van een halve meter neemt zonder pardon haar voorrang van rechts. Costa Rica heeft ruim 600 soorten ‘serpientes’ of ‘culebras’, waarvan er (maar) 22 giftig zijn. Bovendien is de slang in principe een nachtdier, is ze zelden agressief en als er eens eentje bijt, is dat doorgaans als zelfverdediging. Maar ze zijn ook genadeloos goed in de onverwachte aanval. Al snel leren we dat onze trip nog een supplementair pluspunt heeft: die fungeert ook als gratis sauna. De ‘wandelweg’ is bij momenten zo steil dat de lichamelijke inspanningen niet van de poes zijn.

Oude krokodillen en witte magie

Naar wegen gaat het overheidsgeld hier alvast niet. Dat mogen we vandaag nog maar eens ondervinden tijdens de klim naar de La Paz-watervallen, één grote beproeving voor het Koreaanse busje van Albin en onze rug. Maar het hindernissenparcours wordt ook deze keer weer rijkelijk beloond. We arriveren in de tuin van Eden, waar 4000 vlinders ons welkom heten en 26 soorten kolibries als gonzende gastheren rondfladderen. Maar de grote trekpleister van dit park zijn de vijf watervallen die zich met oorverdovend geraas in de beboste ravijnen op de helling van de Poas-vulkaan storten. De twee kilometer lange ‘trail of falls’ is een bloedmooie wandelweg die je via verharde boswegen, hangbruggetjes en platforms tot dicht bij de watervallen brengt. Onderweg word je besproeid met waternevel. Vooral de Magia Blanca en El Templo maken een grote indruk. Wat een impact! Wij willen van onze bejaarde lokale gids Carlos weten waarom hij nog dagelijks in deze hitte door het oerwoud trekt. Hij glimlacht: “Ik lever ervaring aan de bezoekers, my friend. Tenslotte: van jonge krokodillen maakt men ook geen handtassen.” Het is al namiddag ondertussen, en we rammelen van de honger. “Een casado, jongens?” Rijst, bonen, aardappelen, kip, ui, gebakken banaan en salade afgewerkt met chilisaus: dat verschijnt op ons bord bij familierestaurant Freddo Fresas in Poasito, volgens Albin de omweg van 20 kilometer meer dan waard. Hier wordt nog gekookt op houtvuur, en dat proef je. Albin doet zich te goed aan twee porties. Voor de prijs moet je het niet laten!

Koffie in een minimetropool

Gebouwd met de opbrengst van de koffiehandel en nog steeds hét uithangbord van de stad: het barokneoklassieke Teatro Nacional aan de Plaza de la Cultura, hartje San Jose. Net zoals de cafetaleros (koffiebaronnen) destijds, drinken we tegenover dit monument uit 1890 een stevige 'taza grande de café con leche' op het terras van het Grand Hotel Costa Rica. ‘Since 1930’ staat op een koperen plaatje gegraveerd, en zo zien de obers er ook uit. Spierwitte gesteven jasjes met goudkleurige knopen en logo, gitzwarte haren, een fijn snorretje, gespeelde superioriteit rond de mondhoeken: San Jose wordt even Havana. De hoofdstad van Costa Rica is met 350.000 inwoners niet meer dan een uit zijn voegen gebarsten provincienest, een druk doolhof zonder verdere uitstraling. De stad etaleert perfect wat we tijdens de reis geleerd hebben: voor cultuur moet je niet naar Costa Rica komen. Hier is natuur de cultuur.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels