Naar Ijsland: voor het oog van de storm

Authentiek 4x4-genot op openbare wegen, het is nog amper te vinden. Twee maanden per jaar kan je terecht op weg 35 en weg F26 in IJsland, een off-roadroute dwars door het machtige vulkaaneiland. Reizigers die IJsland bezoeken, hebben twee keuzes. Ofwel neem je de ringweg, Highway 1, letterlijk rond het eiland, ofwel ga je er verticaal door en wacht het ruige avontuur van de Hooglanden. Dat lukt enkel via een geregistreerde weg die alleen in de hoogzomermaanden open is en waar je enkel met een terreinwagen kunt rijden. Voor dat parcours is enige ervaring een must. Je moet immers meermaals door enkele rivieren, en dat vraagt toch enige behendigheid, technische kennis en een portie gezond verstand. En zin voor avontuur uiteraard. Oké, er zijn dus spelregels. Maar laat je vooral niet afschrikken. Wie een aangeboren talent voor de vierwieler heeft, beleeft hier gegarandeerd de tijd van zijn leven.

Verdomd bloedmooi

Dit is niet onze eerste IJslandreis, dus is de verwondering iets minder uitbundig. Maar telkens weer overvalt ons dat gevoel, die intense indrukken van natuurlijke schoonheid: het blijft verdomd bloedmooi. Vanuit Keflavik Airport nemen we de 41 richting Reykjavik. Dat is de noordelijkst gelegen hoofdstad van de wereld en telt amper 200.000 inwoners, verspreid over duizend vierkante kilometer. Tijd voor een koffie, en die drinken we in de houten cafetaria van de Gullfoss-watervallen, daar waar de kiezel het overneemt van het asfalt. Watervallen, ze zijn er in alle maten en soorten in IJsland. Gullfoss, letterlijk de gouden waterval, is een van de toppers. Ik kan het niet laten om ons driekoppige gezelschap mee te nemen naar het platform waar je letterlijk een oorverdovend uitzicht hebt op de jagende watermassa. En waar je ook gegarandeerd nat wordt van de opstuivende nevel. 

De mysterieuze en pure natuur

En dan geven we onze Toyota de sporen. Tachtig kilometer bedraagt de afstand tot ons eerste hotel, en het landschap wordt met de minuut ruiger. De grens kan figuurlijk niet beter getrokken worden. Tot Gullfoss heb je de toeristenbussen en de wagens met de individuele reizigers. Ze moeten allemaal dezelfde weg terug. Alleen de 4x4’s gaan hier verder een donker en weids landschap in, een afspraak met de mysterieuze pure natuur in het hart van IJsland. Terwijl de landschappen meer ruraal worden, vermindert het licht. Een gevoel dat versterkt wordt door de druilregen en lage wolken die zich hier en daar vastklampen rond de bergtoppen van de vulkanen. Met een laatste streep daglicht in de rug arriveren we vrij laat in ons hotel. Het meisje van de cafetaria, die tegelijkertijd dienst doet als receptie, trekt de wenkbrauwen bedenkelijk op wanneer we vragen of we nog wat kunnen eten. Na diplomatisch overleg met de chef blijkt een bord soep met brood de enige oplossing te zijn. En daar zitten we dan, schurkend tegen een vulkaan, op kousenvoeten in een oververwarmd chalet, met voor ons een halfliterbord wintersoep en buiten een regenvlaag om u tegen te zeggen.

Voor het oog van de storm

We vertrekken de dag erna bij zonsopgang. De Kjölur-route, zoals Route 35 genoemd wordt, is een slingerende, puttenrijke ‘dirty road’ waar het uitzicht elke tien minuten compleet wijzigt. In de late voormiddag houden we halt in Afangafell, waar we getrakteerd worden op een mooi panoramisch uitzicht over het Blöndulon-meer. Dat gevoel wordt versterkt door het mysterieuze licht: een combinatie van wolken, veel wind, korte regenbuien en nu en dan een openbrekend wolkendek met een harde zon en staalblauwe lucht als gevolg. Op het uur dat je nog lunchtijd zou kunnen noemen, steken we de benen onder tafel in het Olafshus in Saudarkrokur. Het pand dateert van 1897 en deed jaren dienst als bankgebouw. Nu is het een leuk restaurant, geschilderd in de nationale kleuren. Als beloning voor de eerste rit trakteren we onszelf op een frisse Viking-pils. Eentje maar, want via de historische site van Glaumbaer kiezen we ringweg 1 tot Akureyri, de belangrijkste stad van Noord-IJsland en meteen ook de tweede stad van het land. Maar vergis je niet: dit is een veredeld dorpje. 

’s Avonds vieren we onze eerste etappe. Tot we op tv de weersverwachting aanschouwen: de beloofde storm zal morgenmiddag over Noord-IJsland gieren met de beloofde hevige regen en sneeuw in de Hooglanden. We gooien onze kaarten op tafel en bekijken de alternatieven. Het is eenvoudig: die zijn er niet. De regen doet het waterpeil van de rivieren stijgen en er is een grens tot hoe diep je er met de terreinwagen door kunt. Als we het onderweg niet halen, zullen we moeten terugkeren met het risico dat we geïsoleerd en geblokkeerd raken. Het beste wat we kunnen doen, is nogmaals zeer vroeg vertrekken, ook omdat we dan het oog van de storm voor zouden kunnen zijn. 

Ploegen tussen de vulkanen

Niets mooier dan de zon zien opkomen tussen de wolken achter de gesplitste Godafoss-waterval. Een caleidoscoop van indrukken houdt zich zoals een acteur op de bühne verborgen achter het dunne wolkendek. Het is vijf graden, windstil, exact zeven uur in de ochtend. Goedemorgen IJsland. Meestal staat de parking hier vol, nu zijn we alleen. Als we straks het metalen veehek openen, stappen we de ruigste hoek van Europa binnen, het vergeten hart van IJsland. In dit wilde gebied is de mens van geen enkel belang: hier regeren vulkanen, bergrivieren en Moeder Natuur. De Toyota is volgetankt, we hebben dekens, extra water en boterhammen met spek en eieren aan boord. En drie repen chocolade. Niets doet vermoeden dat er straks een storm zal overtrekken. Zo stil. Let’s go … Want elke gereden kilometer is een gewonnen kilometer.

Tot Myri en Aldeyarfoss gebeurt er niets, dan transformeert het landschap compleet. We zien geen boerderijen meer, geen teken van menselijke aanwezigheid. We zitten in een uitgestrekte zwarte zandbak. De wind pikt op, de wolken komen steeds lager hangen. In het Kidagilsrdrög-dal krijgen we de eerste stortregens te verwerken met het resultaat dat de uitgereden weg herschapen wordt in spoorgevormde plassen. Diepe modderpap die de Land Cruiser speels doet trekken met zijn achterste. Rond het middaguur krijgen we de hoofdschotel geserveerd. Exact tussen de twee megavulkanen, de Hofsjökull en de Vatnajökull, moeten we enkele niet-overbrugde rivieren door. De thermometer geeft twee graden aan en de buitenlucht kleurt diepgrijs. De duivel heeft het licht uitgedaan.

Amper 3 tegenliggers

Hoe zuidelijker we over de F26 (ook wel de Sprengisandur-route genoemd) trekken, hoe beter het weer wordt. En in Versalir breekt plots, uit het niets, de zon door. We zijn vandaag exact drie andere voertuigen tegengekomen. Het gaat om één Duitse Unimog-terreinwagen met wereldreizigers en twee locals. Wanneer de kiezel plots opnieuw asfalt wordt in Hrauneyjar, duikt ook het roadhouse op. We bestellen koffie en taart en bedenken: dit was misschien wel de mooiste weg die we ooit gereden hebben.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels