Leven in de Ardèche: het zalige zuiden

Voor veel vakantiegangers is de Ardèche in de zomermaanden het synoniem van een deugddoende luilekkervakantie: een gekoeld wijntje op een lommerrijk terras, met de kinderen dammen bouwen in een keienrijk riviertje of met de kajak door stroomversnellingen suizen.

De naam Ardèche roept ook het beeld op van zonzeker weer. Maar in de zomer is het er behoorlijk druk en zijn parkeerplaatsen schaars. Een alternatief is het voor- of najaar. Samen met de op adem gekomen locale bevolking kun je dan ongestoord en in alle rust genieten van deze oogstrelende streek.

Een van de eerste dingen die me hier opvallen, zijn de talloze kastanjebomen in het heuvelachtige binnenland. De streek is eeuwenlang arm geweest en voor hun levensonderhoud waren de meeste families aangewezen op de châtaigne of de tamme kastanje. Die leverde hun de vrucht en het hout, noodzakelijk om te overleven. Dat de kastanjeboom hier nog altijd vol respect ‘arbre à pain’ of broodboom genoemd wordt, zal dan ook geen toeval zijn.

Dat zie je ook in het Kastanjemuseum van Joyeuse. Het museum is gehuisvest in een prachtig zeventiende-eeuws pand, ooit klooster van de Orratorianen, nu overzichtelijk uitgerust met talrijke gebruiksvoorwerpen en werktuigen die de ontwikkeling van het teelt-, ent- en verwerkingsproces van de tamme kastanje aanschouwelijk voorstellen. Van de tweehonderd soorten gedijen er in de Ardèche niet minder dan 65, het resultaat van meer dan vijfhonderd jaar intense cultuur. Ook nu nog staat de Ardèche met een productie van ruwweg 6.000 ton per jaar – bijna de helft van de totale nationale productie – op de eerste plaats. Overigens mag de châtaigne d’Ardèche zich sinds 2006 zelfs tooien met het label van gecontroleerde herkomstbenaming of het bekende AOC-etiket. De kastanjeboom draagt dankzij vele initiatieven van erfgoedpioniers weer het kroontje van ‘reine de l’Ardèche’. Ere wie ere toekomt! A tout seigneur tout honneur!

De vrolijke markt van Joyeuse

Alleen kniesoren en oude knarren worden niet vrolijk op de markt van Joyeuse. Een zuiderse markt is sowieso al een belevenis op zich, maar die van Joyeuse kikkert je extra op met een lekker vakantiegevoel. Ze is samen met de markten van Aubenas en Les Vans een van de drukste van de hele Ardèche. Vanop de parkeerplaats boven het dorp ben ik langs de bonte kramen onder de bomen naar het marktplein beneden gelopen, waar het krioelt van het volk. Er heerst een gezellige drukte. Kleuren, klanken en geuren vloeien samen in een uitbundige symfonie uit de Midi, en het ruikt er vreselijk verrukkelijk!

Veelkleurige zeep uit Marseille, lavendel, honing, olijven, olie, salie, tijm, oregano, marjolein, kazen, pensen, hammen en worsten… mijn smaakpapillen raken aardig aan het trillen. Met de gebruikelijke zin voor overstatement bejubelen eloquente kramers hun marchandise. “Venez, venez, ma petite dame, voyez mes magnifiques saucissons. Et aujourd’hui, et pour vos beaux yeux, 200 grammes en plus. Gratos.” Ikzelf scheur er natuurlijk mijn broek aan, maar dat zal me een zorg wezen op deze mooie dag! Even verder steekt een kaasboer eerst de loftrompet over de kazen van Frankrijk in het algemeen en dan die van de picodon, een smeuïg geitenkaasje uit de streek, in het bijzonder. “Pic et pic et picodon”, toetert hij in zangerig Occitaans de menigte toe.

Ook veel plaatselijke cultivateurs hebben de weg naar Joyeuse gevonden met hun kweeksels uit de eigen biotuin: uit de kluiten gewassen pompoenen, reuzenrammenassen, warmoes, snijbiet, knotsen van kolen, uien, manden vol look, artisjokken en veelsoortige sappige tomaten. Enig acrobatisch talent is vereist om een zitje te bemachtigen op het terras van een van de twee cafés die het marktplein rijk is. Pastis, wijn en – opvallend veel Belgisch – bier vloeien rijkelijk terwijl een jolige straatmuzikant de toon zet voor een onbeteugelde joie de vivre.

Dorpen met grootse onderscheiding

Leuke dorpjes zijn legio in de Ardèche. De allermooiste worden ‘village de caractère’ of ‘plus beau village de France’ genoemd en enkele zijn zelfs dubbel onderscheiden. Dat is het geval voor Vogüé, dat onlosmakelijk verbonden is met de heren van Vogüé, een oeroud Frans adelijk geslacht. Al in de twaalfde eeuw bouwden zij hun imposante, versterkte kasteel dat met zijn vier kloeke, ronde torens boven het dorp en de Ardèche uittorent. Grillig gevormde en spectacualire ogende kalksteenrotsen zijn de onmiddellijke achterburen van het kasteel.

Het dorp zelf lijkt zich tegen het kasteel aan te schurken alsof het bescherming zoekt voor een woede-uitbarsting van Moeder Natuur, die het water van de Ardèche beneden soms over zich jaagt. Het kasteel zelf is ook rijk aan geschiedenis en onderging in de loop der jaren heel wat bouwkundige ingrepen. Die krijg je in geuren en kleuren te horen van de gids die je door de fraai gedecoreerde zalen, de kerkers en de gewelfde  gangen leidt. In het kasteel, dat dankzij de stichting Vivante Ardèche nu voor het publiek toegankelijk is, vinden geregeld tentoonstellingen plaats waardoor deze site tot de top van culturele bestemmingen in de Ardèche is uitgegroeid.

Ook heel mooi gelegen in een adembenemend decor van robuuste rotswanden is het dorpje Balazuc. Door een labyrint van kronkelende straatjes, stenen, boogvormige poortjes en steile trapgangen lopen we naar boven, waar een knoert van een kasteel dorp en streek domineert. In Labeaume hebben ze geen kasteel, maar de natuur is er al even spectaculair als in de hele zuidelijke Ardèche. We wandelen over een lange stenen boogbrug, waar we een prachtig uitzicht hebben op de tegenoverliggende rotsen. De enorme holen in de rotswanden doen me denken aan een monsterachtige gatenkaas. In de zomer bouwen ze hier een podium in het water en worden er geregeld klassieke concerten opgevoerd. Dat moet prachtig zijn, bedenk ik, de sprookjesachtige verlichte rotsformaties, het klaterende water, hemelse klanken en dat alles in een decor uit de oertijd. Het hoekige kerkje met de forse klokkentoren iets hogerop in het dorpscentrum is in zijn eenvoud heel mooi en intiem.

Beslist ook een omwegje waard is het dorpje Saint-Montan even voorbij Larnas. Met zijn tinnen en transen, hoog op een uitloper van een rots, lijkt het langgerekte kasteel met versterkte omwallingen geplukt uit een spannend jongensboek over de kruistochten. Met wat verbeelding zie je hoe onvervaarde ridders met blikkerende zwaarden en bebloede borstrokken de zoveelste aanval van de snode Saracenen afslaan. Wil je naar het kasteel, dan moet je je door een wirwar van bochtige straatjes, overwelfde gangen en doorsteekjes worstelen. Het uitzicht op de top is magistraal.

Sesam open u: de mysterieuze grot van Orgnac

Het landschap van de Ardèche is bekend om zijn vele onderaardse grotten, spelonken en holen. Miljoenen jaren lang hebben insijpelend water en ondergrondse rivieren de kalksteenrotsen uitgesleten en spectaculaire formaties van stalagmieten en stalagtieten doen ontstaan. Maar de Aven d’Orgnac in de buurt van Vallon-Pont-d’Arc behoort wel tot de top van de druipsteengrotten.

Na het bekijken van een film over de streken die de natuur hier zowat 110 miljoen jaar geleden heeft uitgehaald, dalen we met onze gids de 788 treden af naar de laagst gelegen zaal. Daar zien we hoog boven ons het grote gat waardoor Robert de Joly met zijn team in 1935 via een vijftig meter lange ladder afdaalde en bij het zien van die onderaardse sprookjeswereld wellicht even met de ogen knipperde. Ik zie hem ook even slikken bij de blik op die berg botten en beenderen van rendieren, bizons, wolven, beren die in de loop der eeuwen door dat gat 250 meter de dieperik in getuimeld zijn. Dat zou niet het geval geweest zijn als dit ‘une grotte’ geweest was want die zou dan een horizontale ingang gehad hebben waardoor je gewoon binnen- en buitenstapt. Deze grot is daarentegen een ‘aven’: de toegang is verticaal. In 1939 werd er naast de aven een andere ingang gegraven en sinds kort brengt een lift je in welgeteld één minuut vanuit de laagst gelegen zaal op 221 meter diepte weer naar het licht. Geleidelijk aan werden meer gangen en kamers blootgelegd, maar van de totale oppervlakte van het grottenstelsel van 32 hectare is maar een fractie toegankelijk voor het grote publiek.

In de nabijgelegen Grotte Chauvet zijn tekenen van menselijke aanwezigheid gevonden: zo’n vijfhonderd muurtekeningen van wilde paarden, bizons, holenberen, leeuwen, oerossen… die zowat 35.000 jaar oud moeten zijn. Speleoloog Chauvet ontdekte de grot pas in 1994, bezoekers mogen er niet in vanwege het hoge risico van beschadiging en defintitef verlies van dit culturele erfgoed. In het Museum van de Prehistorie, een hypermodern gebouw op de site even verderop, krijg je enkele kopieën te zien, evenals maquettes, prehistorische vondsten en geologische verduidelijkingen. Daarna flitsen we met de lift weer naar boven, naar bekendere contouren. Maar geen nood, de spectaculaire panorama’s langs de dertig kilometer lange canyon, de zogenaamde Gorges de l’Ardèche tussen Vallon-Pont d’Arc en Saint-Martin d’Ardèche, brengen je opnieuw een stapje dichter bij de weergaloze landschappen van de zuidelijke Ardèche. 

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Hôtel Panoramic bevindt zich in Bagnères-de-Luchon, de 'Koningin van de Pyreneeën'. Het is de ideale plaats om even tot rust te komen, de batterijen weer op te laden, te genieten van de fauna en flora en de adembenemende Pyreneeën.

..."
"

Straatsburg bezoeken, én genieten van de natuur en de rust!

..."
GRANDE reporter Gert Van Wichelen
bezocht deze B&B en schreef:
"

In de vallei van de Dordogne ligt net buiten Souillac het vakantiedomein Le Manoir.

..."