Het prachtige Krakau: hip en heilig

Krakau bulkt van de kerken, paleizen, musea en monumenten. Krakau is hip en heilig, alternatief en aartsconservatief, metropolitisch en patriottistisch. En net daarom fascinerend. 

Niet de hoofdstad, wel de mooiste

Weinig ruimte voor discussie: Krakau is de mooiste stad van Polen. Voor ongeveer de helft van de duizendjarige Poolse geschiedenis was Krakau ook de hoofdstad, tot Warschau in 1609 definitief de fakkel overnam. Pas tweehonderd jaar later kwam Krakau terug op de voorgrond als cultureel centrum van het land. Sommige oudere inwoners lijken nog altijd niet verteerd te hebben waarom de status van hoofdstad hen werd ontnomen, en doen smalend over die koning die naar Warschau verhuisde om dichter bij zijn geliefde Zweden te zijn. Maar misschien was Krakau anders niet op dezelfde manier bevroren in de tijd en in al zijn pracht bewaard. Een verwoesting zoals in Warschau en Gdansk bleef de stad bespaard en de gebouwen die je er vandaag ziet zijn authentiek. Met zijn vele hogescholen en universiteiten is Krakau een jonge en levendige stad. Je kan er heerlijk flaneren over het reusachtige marktplein, shoppen in de oude bazaar, straten en pleintjes verkennen of gewoon rondhangen. Na een bezoek aan het vroegere koninlijke paleis Wawel begrijp je helemaal niet meer waarom koning Sigismund III Vasa zonodig de troon naar Warschau wou verhuizen. De burcht torent bazig en indrukwekkend boven de stad uit, maar binnen is alles een en al pracht, praal en liefelijkheid, vooral door de heerlijke binnentuin. De enorme collectie wandtapijten in de Wawel-burcht – de grootste in Europa – blijkt bijna integraal uit Brusselse ateliers afkomstig.

Jan de trompetter

Elk uur loopt in de hoogste toren van de Mariakerk in Krakau een wekkerradio af. Trompettist Jan stopt met televisie kijken, staat op uit zijn knusse sofa, plukt zijn pet en trompet van de kapstok en luidt de kerkklokken. Dan opent hij de vier torenvensters en schalt de Hejnal, een oude Hongaarse melodie, vier keer over de stad. Iedere keer wordt ze abrupt afgebroken. Samen met zes collega’s, allemaal brandweerlieden, houdt Jan dit eeuwenoud ritueel in stand dat de heldenmoed van de stadtrompettist herdenkt bij een invasie van de Tartaren in 1241. Belaagd door de aanvallers probeerde Jans voorganger de stad nog te waarschuwen. Zijn alarmsignaal stokte toen een pijl zijn keel doorboorde. Jan is apetrots op zijn beroep dat hij uitoefent sinds hij een muziekwedstrijd op Radio Krakau won. ‘Hejnalist zijn is een hele eer’, vertelt hij. ‘Ook al speel ik vierentwintig uur lang ieder uur dezelfde melodie, het verveelt nooit.’ Na vierentwintig uur wordt hij afgelost door een collega en mag hij eindelijk slapen.

Koningen in de Wawelkathedraal

‘De Poolse geschiedenis is even ingewikkeld als de Poolse taal’, zegt onze gids later bij de koninklijke graven onder de Wawelkathedraal. De ene vorst rust in een anonieme granieten kist, de andere liet zich op zijn sarcofaag in vol ornaat vereeuwigen. Honderden bezoekers schuifelen door het schrijn van het Poolse patriottisme. Polen mijmeren over hun glorierijke verleden, toen het Poolse-Litouwse rijk zich uitstrekte van de Oostzee tot de Zwarte Zee en Krakau de hoofdstad was. Op een kalkstenen heuvel domineert de Wawelburcht de stad en de rivier Wisla. Bij het kasteel moeten we anderhalf uur wachten om de unieke collectie van 136 Vlaamse wandtapijten te zien. Noodgedwongen beperken we ons tot de kathedraal.

De laatste trends in Kazimierz

Middernacht in de Joodse wijk Kazimierz. Terwijl de klezmergroepen in de koosjere restaurants aan de Szerokastraat stilaan hun laatste melancholische of opzwepende noten spelen, is de nacht aan de Plac Nowy nog jong. Bij de houten rotonde staat een lange wachtrij in het neonlicht. Bij het kleine venster bestellen de feestvierders zapiekanki, de Poolse variant van pizza, om daarna opnieuw de alternatieve kroegen in te duiken. Singer, Brewerie of Alchemia: ze houden van kaarsen en weren het daglicht, alsof het bovengrondse kelders zijn. Kazimierz combineert, net zoals Le Marais in Parijs, joodse tradities met de laatste trends. Cocktailbars en synagogen, kunstgaleries en gedenkstenen, designwinkels in gekasseide steegjes. De oude synagoge, deels gotisch, deels uit renaissance, overleefde de Tweede Wereldoorlog: op het joodse kerkhof werden bijna alle graven geschonden.

Een paus van zout

Paus Johannes Paulus II is in het zeer katholieke Krakau overal. Zelfs honderd meter onder de grond, in de zoutmijn van Wielciczka, kreeg hij een standbeeld. Het staat in de enorme kerk gewijd aan de heilige Kinga. Je kan de mijn niet zonder begeleiding bezoeken, want alleen ervaren gidsen kennen hun gangen. Het grote publiek kan tot 135 meter onder de grond. De zuivere en uiterst droge lucht is zo gezond dat er op een nog lager niveau, op 211 meter, een sanatorium is voor astmatische kinderen. We bezoeken beeldengalerijen, uitgewerkt in zout, een onderaards zoutmeer, een gigantische zoutgrot, en natuurlijk: de nodige kapelletjes en dus één twaalf meter hoge kerk met een beeld van Johannes Paulus II in zout. Het altaar, de kroonluchters en de bas-reliëfs trekkend de aandacht. Alles is hier van zout. ‘Mijnwerkers maakten soms beeldjes voor hun plezier’, aldus onze gids. ‘Enkelen bleken erg getalenteerd en werden vrijgesteld om aan deze kapel te werken. Als sinds de vijftiende eeuw worden in de mijn misvieringen gehouden.’ Wielickzka prijkte in 1978 samen met Krakau op de eerste werelderfgoedlijst van de Unesco. Een drie kilometer lang circuit leidt je er langs ondergrondse kapellen, meren en gigantische zalen. De Sint-Antoniuskapel dateert al uit 1690. Copernicus, Goethe en Chopin bezochten de mijnen toen ze nog volop draaiden. Uit deze benauwende en betoverende wereld, bewoond door glinsterende sprookjesfiguren van zout, werd door de eeuwen heen acht miljoen kubieke meter zout opgehaald. Het Poolse-Litouwse rijk haalde in de zestiende eeuw zelfs een derde van zijn inkomsten uit Wieliczka. Krakau is ontstaan in de ondergrond.

Wedstrijd: doe mee en win!