Het mooie Bergen

Het mooie Bergen - Mons in het Frans - is de hoofdstad van Henegouwen en de culturele hoofdstad van Wallonië. Hoog tijd dus om er de sfeer op te snuiven en in de pittoreske straatjes te verdwalen.

Wie tegenwoordig in Bergen aankomt, ziet een stad die klaar is voor de toekomst en die die toekomst tegemoet stapt met een rijkgevuld en gevarieerd verleden onder de arm. Die toekomst zag er echter niet altijd even rooskleurig uit. Gesticht in de middeleeuwen rond een burcht op de heuvel waar nu het belfort staat (ziedaar de oorsprong van de stadsnaam), werd Bergen door de eeuwen heen vaak het slachtoffer van ambitieuze veroveraars. Zo ging de gevreesde hertog van Alva er zijn bloederige gang en werd de stad eeuwenlang afwisselend door de Fransen, de Oostenrijkers en uiteindelijk de Nederlanders bezet. Ook Wereldoorlog II was buitengewoon moordend voor Bergen, dat geteisterd werd door zware bombardementen. Gelukkig bleef een groot deel van de historische kern bewaard.

Ook de instorting van de mijnbouw en de zware industrie was een flinke klap. In de jaren 1970 werd met de opening van de grote technische universiteit een uitweg geboden en sloeg de stad een andere richting in. Bergen liet de industrie achter zich en veranderde geleidelijk aan in de levendige, gezellige en kleurrijke studentenstad die ze nu is. Het industrieel erfgoed ging evenwel niet verloren. Verschillende sites net buiten de stad werden omgetoverd tot moderne musea of multifunctionele ruimtes waardoor ook zij deel uitmaken van de vernieuwing.

Monumenten in het centrum

Het monumentale belfort trekt onvermijdelijk de aandacht als je Bergen binnenrijdt. Dit stadsicoon is door zijn hoogte van bijna overal zichtbaar en werpt zich onmiddellijk op als voornaamste oriëntatiepunt. Deze 87 meter hoge toren die uit de zeventiende eeuw dateert, is het enige barokke belfort van ons land en werd als werelderfgoed erkend door UNESCO. De vele versieringen, de frivole torentjes, de indrukwekkende wijzerplaten, het blinkende bladgoud en de maar liefst 49 klokken die om het kwartier van zich laten horen, maken het tot een schitterend bouwwerk.

Het aanzien van de toren wordt nog versterkt door zijn locatie op het hoogste punt van de stad: het Gravensteenpark. Hier stond oorspronkelijk het kasteel van de graven van Henegouwen, waarrond de hele stad gebouwd werd. Van die burcht blijft vandaag enkel een kapel over. De belangrijkste reden om hier nu naartoe te trekken, is het panorama. Van hieruit heb je een onovertroffen uitzicht over de stad en haar omgeving: de ideale plek om even uit te blazen na een dagje wandelen. Dat hebben de Bergenaars zelf ook begrepen, want in de zomer is het een van de populairste plekjes in het centrum.

Wie van aan het belfort de Rue des Clercs in loopt, komt algauw op de Grote Markt terecht. Dit sfeervolle plein vormt het kloppende hart van de stad en vele van de belangrijkste straten komen erop uit. Het is bezaaid met terrasjes, en de mooie historische gebouwen die het omringen, geven het plein heel wat allure.

Hier vind je een ander indrukwekkend bouwwerk van Bergen, het gotische stadhuis. Het werd oorspronkelijk gebouwd in de vijftiende eeuw, maar gedurende honderden jaren verder uitgebreid, verbouwd en aangepast, bijvoorbeeld door de toevoeging van de nu niet meer weg te denken klokkentoren in 1716. Ook het interieur is oogstrelend en de zalen kun je na afspraak bezoeken. Het stadhuis is de verblijfplaats van de beroemdste bewoner van de stad; verbazend genoeg is dat een aap. Het gaat over het bronzen aapje van de grand garde (de hoofdwachter) die stevig in de voorgevel gemetseld zit. Hoe dat zo gekomen is of waarom er in godsnaam een aap aan het stadhuis hangt, kan niemand met zekerheid zeggen. Het zou om een meesterproef van een jonge smid kunnen gaan, om een uithangbord van een middeleeuwse taverne, of zelfs om een schandpaal voor kinderen (wat het geheel toch een iets minder folkloristisch tintje zou geven). Feit blijft: de aap is er nu, en als je met de linkerhand over zijn blinkende bolletje wrijft, brengt dat geluk.

Wie door de grote toegangspoort van het stadhuis loopt, komt in de tuinen van de burgemeester terecht. Deze zijn het hele jaar geopend voor het publiek en vormen een gezellige plek om even uit te rusten of een picknick te houden. Hier wordt dan ook volop gebruik van gemaakt. Zelden zag ik in België een stadhuis waar de plaatselijke jeugd met broodjes, muziek en de nodige biertjes zonder schroom in de tuin gaat zitten – een aan te moedigen evolutie. Let wel op voor de fontein van ‘le Ropieur’, een straatjongen die nietsvermoedende voorbijgangers natspuit.

Op papier de hoogste toren van het land

Omdat de stadskern van Bergen heel compact is, kun je makkelijk alles te voet ontdekken. De meeste andere toplocaties liggen ook relatief dicht bij de Grote Markt. Shopaholics kunnen zich volledig uitleven in de omliggende straten: in de Rue des Fripiers voor kleine tweedehands- en designwinkeltjes en in de Rue de la Chaussée voor het grotere ketenwerk. Wie de Grand’Place wat te kalmpjes vindt, kan op de Marché aux Herbes tot een stuk in de nacht met de jeugd verbroederen. Wie liever wat kunst bewondert, moet vanaf de Grote Markt langs het mooie Théâtre Royal de Rue Neuve inlopen. Hier ligt het museum van schone kunsten: Beaux-Arts Mons of kortweg het BAM. Dat stijlvolle complex is vooral gewijd aan kunst uit de twintigste eeuw. De vaste collectie met werk van onder meer Paul Delvaux en Pierre Alechinsky wisselt af met tijdelijke tentoonstellingen.

Op de Place du Chapitre, vlak bij het belfort, vind je een ander gigantisch monument van Bergen: de imposante en loodzwaar ogende collegiale kerk van de heilige Waldetrudis (genoemd naar de vrouwelijke patroonheilige van de stad). De eerste steen van deze gotische gigant werd gelegd in 1450, maar het heeft tot 1687 geduurd voor men ophield met bouwen.

Hoewel het op het eerste gezicht niet te zien is, is de kerk zelfs nooit helemaal afgewerkt. De geplande kers op de taart moest een reusachtige toren aan de westzijde worden, een monster van maar liefst 190 meter hoog. Dat zou Bergen met voorsprong het hoogste gebouw van het land hebben gegeven. Hoewel de grondvesten ervan zichtbaar zijn, is de toren er echter nooit gekomen. Aan de oevers van de Schelde haalt de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal opgelucht adem. Toch is het bouwwerk dat er nu staat, nog steeds een juweeltje. De waterspuwers op de dakranden (elke kerk zou er moeten hebben!), de prachtige glasramen, de rijke kerkschat, de lijkwade van Waldetrudis, het gedetailleerde beeldhouwwerk: het is allemaal zeer de moeite waard.

Le Doudou: het feest van het jaar

Het is evenwel de gouden koets die in de kerk tentoongesteld staat, die van groot belang is tijdens het grootste evenement van Bergen: La Ducasse, in de volksmond Le Doudou genoemd. Le Doudou is een opeenvolging van feestelijke processies en rituelen die tijdens het weekend na Pinksteren gehouden worden en wordt beschouwd als cultureel werelderfgoed. Het wordt al gevierd sinds de veertiende eeuw en bestaat uit vier belangrijke momenten.

Het eerste noemt men Descente de la Châsse (het neerlaten van het reliekschrijn). Op zaterdag wordt de lijkwade van Waldetrudis eerbiedig uit de gelijknamige kerk gedragen en aan de burgemeester overhandigd.

Hij brengt ze naar het stadhuis voor wat volgen zal: op zondagochtend houdt men een processie waarbij het reliek op de Car d’Or (de gouden koets) gelegd wordt en triomfantelijk door de stad wordt gereden. Terwijl zes forse boerenpaarden de kar in beweging trekken, verzamelt zich achter hen een stoet van 1.500 Bergenaren uitgedost in historische kostuums. De processie voert de lijkwade terug naar de kerk.

Iets voor aankomst worden de paarden losgekoppeld en start het derde luik van de festiviteiten: de Montée du Car d’Or (het opduwen van de gouden koets), waarbij de verzamelde massa met vereende krachten de koets het laatste steile stukje richting kerk op duwt. Het is van groot belang dat deze handeling in één ononderbroken ruk gebeurt. Anders zal de stad ten prooi vallen aan onheil, rampen, buitenaardse invasies en meer van dat fraais. Meestal vormt dit echter geen probleem omdat de samengedromde menigte met intens geschreeuwde aansporingen de krachtpatsers een mentaal duwtje in de rug geeft.

Wanneer de lijkwade terugligt waar ze thuishoort, maakt een uitverkorene die verkleed is als Sint-Joris zich klaar voor zijn jaarlijkse gevecht met de draak. Vergezeld door duivels, mederidders en zelfs brandweermannen en politieagenten schrijdt hij de heuvel af richting Grand’Place, waar het moment suprême zal plaatsvinden. Voor duizenden toeschouwers op een volledig volgelopen Grote Markt vecht Joris een heroïsche strijd uit met zijn houten antagonist. Tijdens dat gevecht probeert het losgeslagen publiek fanatiek enkele paardenharen uit de staart van het arme reptiel te snokken. Ook deze brengen geluk. Na een gevecht van ruwweg een halfuur vuurt Joris traditioneel het fatale schot af met zijn pistool, en de draak is niet meer. Dat is het signaal voor iedereen om naar de binnenplaats van het stadhuis te snellen en een laatste keer een lied aan te zetten: “Et les Montois ne périront pas!” De stad is weer veilig voor een jaar, en dat zal gevierd worden. Laat het duidelijk zijn: wie maar één dag naar Bergen kan, moet ervoor zorgen dat het deze dag is. De hele stad is volledig in de ban van het gebeuren en de beleving is onovertroffen.

Het Van Gogh-huis

Niemand minder dan Vincent van Gogh heeft een tijd in Bergen gewoond. Het arbeidershuisje waar hij verbleef, is vandaag een museum dat het leven van de schilder illustreert. Hier speelde zich overigens een belangrijke wending in zijn leven af: in dit huis besloot hij immers het schilderen weer op te nemen. Kopieën van de intense briefwisseling waarin hij dat plan uit de doeken doet, kun je er inkijken, en met ‘De Spitters’ hangt er ook een origineel werk van zijn hand.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek