Firenze: het blijft een fantastische stad

Het echtpaar Nightingale was zo gecharmeerd door de stad waar ze destijds woonden, dat ze hun pasgeboren dochter Florence ernaar vernoemden. Zij is niet de enige beroemdheid die het levenslicht zag in deze Toscaanse stad. Michelangelo en Dante gingen haar voor. Er is in Firenze - of Florence - geen ontkomen aan: overal wordt de bezoeker geconfronteerd (lees: verwend tot overspoeld) met de eeuwenoude, rijke historie van de stad. Musea, kerken, bruggen, tuinen en paleizen, die grotendeels dateren uit het renaissancetijdperk, domineren het beeld van het oneindige kunstaanbod.

Verdwalen is onmogelijk, want overal boven de huizen doemt de koepel van de Dom op, zowel historisch als geografisch het middelpunt van de Toscaanse hoofdstad. Maar er is ook een ander Firenze, met de tocht van de kleine straatjes, verborgen juweeltjes, weetjes en kleine ontdekkingen. Het Firenze voor de terugkomers die willen herontdekken en vooral dieper graven.

Panoramische start

Terwijl een flauwe ochtendzon de mist verdrijft, wacht ik op mijn gids Sophie voor de trappen van de San Miniato Al Monte. Eerst bezoeken we de veertiende-eeuwse fresco’s in deze romaanse kerk en wandelen dan richting Piazzale Michelangelo, een riant plein met panoramisch uitzicht. Hier staat ook het derde Davidbeeld. “Maar chronologisch het tweede”, verduidelijkt Sophie. “Het eerste vind je in het museum Galleria dell’Accademia, dit hier werd in brons gegoten en later werd een derde in marmer gecreëerd dat voor het Palazzo Vecchio opgesteld staat.”

Terwijl de zon ambitieus klimt, dalen wij af richting Arnorivier en centrum. Sophie kiest daarvoor een paadje door de rozentuin, een wat vergeten groen hoekje waar bovendien tien beelden van de Brusselse kunstenaar Jean-Michel Folon te vinden zijn. Hier hield de kunstenaar, die in 2005 overleed, immers ook zijn laatste grote expo. “Het mooie aan dit weggetje is dat je Firenze als het ware via de artiesteningang betreedt”, lacht Sophie. Tijd voor een cappuccino. Die drinken we in Il Baretto del Rifrullo, een aperobar waar de Florentijnen zelf komen. “Net zoals Venetië bijvoorbeeld wordt ook Firenze overspoeld door bezoekers”, zegt Sophie. “Iets minder dan tien miljoen per jaar. Dat maakt dat je een verloop van adresjes krijgt. De kunst is die populaire plaatsen te mijden en neer te strijken waar geen viertalige menu’s geafficheerd zijn.”

Terwijl we met genot een perfecte koffie consumeren, maakt Sophie een situatieschets van het huidige Firenze. De stad van de Medici werd tot december 2016 bestuurd door burgemeester Matteo Renzi, die de job ruilde voor het Italiaanse premierschap. “Tijdens zijn burgemeesterschap bracht hij redelijk wat vernieuwing en verbetering in Firenze”, legt Sophie uit. “Renovatieprojecten werden aangepakt, straten werden autovrij gemaakt, talrijke nieuwe toeristische initiatieven kregen een duw in de rug.”

Volg de gids

Onderweg naar juwelier Alessandro Dari wijst Sophie me op kleine, witte bordjes die vrij hoog op een aantal voorgevels bevestigd zijn. Dat is de waterstand van 4 november 1966, de dag waarop Firenze getroffen werd door een grote overstroming en het waterpeil tot drie meter hoog piekte.

In het Museo Bottega E Scuola del Maestro is het licht gedempt en speelt klassieke muziek. De meester-goudsmid zit, verborgen in een klein atelier, noestig te werken aan een nieuw juweel. Zijn collectie is gebaseerd op historische pronkstukken. Dit adres moet je kennen, want ook al behoren gekroonde hoofden tot en met het Vaticaan tot de klantenkring, wie het niet weet, fietst er zo voorbij.

Sophie heeft nog één bezoekje gepland voor de lunch, al wil ze nog niet kwijt wat het wordt. Via de Santa Croce-kerk op de gelijknamige piazza – de kerk dankt haar faam onder meer aan het graf van Michelangelo, Galileo en de fresco’s van Giotto - schieten we de kleine straatjes van deze kunstenaarswijk in. De buurt heeft een reputatie in lederbewerking, maar ook Florentijnse mozaïek wordt hier nog actief gemaakt. Sophie heeft een afspraak gemaakt met Jacopo, kunstenaar in een van de tien resterende ateliers waar volgens alle regels van het artisanale ambacht gehandeld wordt. Jacopo, de tweede generatie van de Lastrucci-familie, volgde vader Bruno op in deze arbeidsintensieve kunst. “Al van mijn acht jaar ben ik begaan met mozaïek”, vertelt hij me trots terwijl zijn Japanse assistente geluidloos enkele meesterwerkjes aanreikt.

Op twee wielen

“Wat doen we?”, vraagt Sophie. "Drinken we het aperitief in het roemrijke café Cibrèo of springen we op de fiets en bollen we tot Procacci?" Ik kies voor het tweede, niet het minst omdat Procacci bekend is voor de panini tartufati, een hapklaar broodje met truffel. De fietsverhuur, die we bereiken via een ommetje langs de brocantemarkt, blijkt kanariegele, nagelnieuwe exemplaren aan te bieden. Even het zadel instellen en weg zijn we, dwars door de binnenstad, langs de duomo – gelukkig hebben we een luide bel om onze doortocht te melden – tot de Via Tornabuoni, de elegantste winkelstraat van Firenze en sinds 1885 thuishaven van onze aperohemel. We hebben geluk. Er zijn maar drie tafeltjes, maar er komt er net eentje vrij. Staanplaatsen inbegrepen kan dit etablissement amper twintig bezoekers aan. En misschien maar goed ook; het decor smeekt om rust en devotie. Terwijl we van onze witte Antinoriwijn nippen, wijst Sophie me op het typisch Italiaanse spektakel dat zich voor de toonbank afspeelt. ‘Fare bella figura’, of hoe iedereen de beste indruk wil achterlaten, enkel en alleen voor de buitenwereld. Wel mooi natuurlijk, een sierlijkheid die wij bijna verloren zijn. Of die onterecht als pretentie geklasseerd wordt, terwijl het gewoon met goede smaak en stijl te maken heeft.

Het lunchadres is van een ander kaliber. Hier regeert de eenvoud. Let wel, de keuken is super. In Trattoria Coco Lezzone, een huis van vertrouwen sinds 1800, is het decor zo verouderd dat het opnieuw hip geworden is. De sfeer is onvervalst Italiaans druk, maar de service is gemoedelijk. En zoals aangekondigd: het is er lekker. Alweer een vergeten juweel, want aan de buitenkant is er alleen een onopvallende deur. Basta!

Werken van barmhartigheid

Je ziet het wel meer in Italië. Op de hoek van een plein of letterlijk naast de duomo, zoals hier in Firenze, staat een ziekenwagen. Wij denken dan dat het een vooruitgeschoven voertuig in stand-bye is vanwege de vele bezoekers, om sneller te reageren indien nodig. Want ziekenwagens staan anders toch in een ziekenhuis? Niet in Italië, waar in grote delen van het land de Dienst 100 georganiseerd wordt door de Misericordia, letterlijk ‘de werken van barmhartigheid’. De Misericordia, momenteel met zo'n 1000 nationale vestigingen, steunt op vrijwilligers. Die van Firenze is de oudste van Italië, uit 1244 om exact te zijn. Hoewel het vandaag uiteraard enorm geprofessionaliseerd is, blijft het basisidee intact.

We stallen onze fietsen naast de fluo ambulances en betreden het museum, waar we – door een vrijwilliger, uiteraard - wegwijs gemaakt worden in de rijke geschiedenis van deze hulpdienst waarop het Rode Kruis zich later deels baseerde. De verzameling draagberries, medische apparatuur en historische kledij is rijkelijk, maar vooral de oude schilderijen eisen hier de aandacht op.

Nood aan een beetje frisse lucht, kiest Sophie een mooi parcours door de randen van de stad om finaal in het Museo Marino Marini aan te komen. “De (lege) graftombe van Giovanni Rucellai moet je gezien hebben”, legt Sophie uit. “Omdat ze gebaseerd is op het Heilige Graf, bijna gekopieerd zelfs.” Buiten zakt de zon en neemt de kilte toe. En hoe eindig je een fietstochtje beter dan met een Italiaans ijsje? Volgens de gids is er maar één adres dat alle respect verdient: Carabé, waar Sicilianen de recepten leverden. In een volle streep goudgeel avondlicht smullen we van de ‘nocciola’.

Eindpunt, tijd om de fietsen in te leveren. Maar Sophie heeft nog één verrassing. Terwijl de stad leegloopt met bustoeristen en volloopt met shoppende locals, drinken we een afsluitend glaasje prosecco op het dakterrasje van een grootwarenhuis, een klein terras met een groots uitzicht.

De Santa Croce-kerk op   			de gelijknamige piazza.
Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

GRANDE reporter Gert Van Wichelen
bezocht dit hotel en schreef:
"
Villa d'Amelia is een stijlvol en hedendaags hotel, 15 kilometer ten zuiden van Alba.
..."