Exploreer Oeganda, Afrika's mooiste

De Nijl vindt er zijn oorsprong, evenals de dichtst bijstaande verwanten van de mens. Oeganda is beroemd vanwege de zeldzame berggorilla’s, maar is veelzijdig qua wildlife, landschappen en vegetatie, zoals in de adembenemende Rwenzori Mountains. Herstellend na jaren van schrikbewind, toont Oeganda zijn ware aard: een land vol potentie en natuurschoon.

Het busje schudt hevig alle kanten op. Snel sluit de chauffeur het raampje, vlak voor een stofwolk het zicht bedekt. Een inhalend volgepropt taxibusje (matatu) raast voorbij. Gids en chauffeur Gordon Mawanda moppert. Ondanks dat de Oegandees het soms onverantwoorde ‘wild western’ gedrag van automobilisten en motorrijders gewend is, blijft het oppassen geblazen. Mawanda kent de routes op zijn duimpje; hij is al vele jaren werkzaam in de toeristenbranche.

Kleurrijk straatbeeld

“Zijn jullie klaar voor de ‘African massage’?, vraagt Mawanda. Het avontuur van onverharde wegen begint kort na het verlaten van hoofdstad Kampala. De mensenmassa en het chaotische verkeer nemen af, terwijl afwisselende landschappen en dichtbevolkte dorpjes toenemen. Loslopende kuddes Ankole koeien – herkenbaar aan hun enorme hoorns - en geitjes barricaderen regelmatig de weg. Kinderen in schooluniformen zijn in alle vroegte lopend langs de berm te vinden. Wanneer ons 4-wheel drive busje voorbij rijdt, klinkt er luidkeels: ‘Muzungu, how are you?!” en zwaaien kinderen uitbundig. Er zijn steeds meer blanken die Oeganda bezoeken, maar in veel delen van het land trekken toeristen nog veel bekijks. Volwassenen zijn wat gereserveerder, focussen zich op hun werk: vrouwen dragen enorme houtstapels op hun hoofd, terwijl mannen per fiets grote matokestronken - bananen - de heuvels opduwen. Overal in het land heerst een vergelijkbaar straatbeeld. Dat geldt niet voor het landschap, dat verandert juist constant: van de heuvelachtige en waterrijke savanne van Murchisson Falls, het uitgestrekte en geïsoleerde Kidepo, de groene theevelden rondom regenwoud Kibale Forrest, tot de hoge pieken van de Rwenzori Mountains, de robuuste Virguna vulkanen en het ondoordringbare woud van Bwindi. Oeganda is een groot sprookjesboek, waarbij zich op elke bladzijde een nieuw verhaal ontvouwt. Weliswaar is de een bekender dan de ander, zoals de mysterieuze geschiedenis en mythes over de oorsprong van de Nijl, die via Egypte uitmondt in de Middellandse zee. Afrika’s langste rivier stroomt vanuit het immense Victoriameer omhoog en ontspringt in de Victoria Nijl die 120 kilometer lang het geliefde park Murchison Falls doorkruist. De aders van de Victoria en Albert Nijl vloeien samen in het Pearsonkanaal, waarbij de Albert Nile opgaat in Soedan.

Mountains of the moon

Minder bekend zijn de in het zuidwest gelegen Rwenzori Mountains, grenzend aan de Democratische Republiek Congo. Dit nationale park vormt met haar 5109 meter hoogte, de derde hoogste en grootste bergketen van het continent. Groot verschil met de Kilimanjaro (Tanzania) en Mount Kenya (Kenia), is dat de ‘Mountains of the Moon’ slechts een kleine 1500 tot 2000 bezoekers per jaar heeft. Hoe is dat mogelijk? Volgens Ilischa Balrukku, ranger annex kok en werkzaam voor de Rwenzori Ranges Guides and Escorts Association (RRGEA), komt dat enerzijds door slechte marketing en de fysieke moeilijkheidsgraad, anderzijds door de politieke onrust die het land teisterde. “Begin jaren zeventig waren er veel reisexpedities en onderzoekers in het gebied. Het schrikbewind van Idi Amin maakte daar abrupt een einde aan. De vele burgeroorlogen en onrust met grensgebieden en rebellen rond Congo isoleerden de Rwenzori, een goudmijn voor stropers van olifanten, antilopen en knaagdieren. Ik was onlangs in Duitsland en daar vragen mensen nog steeds naar Amin. Ze hebben geen idee dat Oeganda sinds 2006 weer stabiel is. Mensen zijn wantrouwig, maar hier is rust. Er is veel veranderd, nadat nog zo’n schurk, Joseph Kony uit Oeganda verdween.” 

Balrukku heeft in alle tien nationale parken gewerkt en de hoogste bergen van Afrika beklommen. De Rwenzori’s zitten in zijn bloed, zijn grootvader was een van de eerste dragers en zijn vader werkte ook in het park. “Er is geen vergelijkbare plek, bij elke 500 meter, elke kilometer verandert de vegetatie. Zelfs tussen de pieken van 4000 naar 5000 meter verandert de omgeving. Je zult versteld staan. En neem regenkleding mee, want de weersomstandigheden zijn zeer onvoorspelbaar.”

We zijn benieuwd. Wanneer we een dag later onze eerste stappen in het park zetten, begint het al te plenzen. “Welkom in de Rwenzori”, zegt gids Lazarus Bwambale met een zure grijns en kijkt naar de grauwmistige lucht. Regenpakken en laarzen komen tevoorschijn, die na twintig minuten al doorweekt zijn. Startend op een hoogte van ruim 1600 meter, klimmen we half soppend naar boven. De Mahoma trail is sinds augustus 2012 in gebruik en vormt samen met het ‘oude pad’, de meest interessante maar ook pittigste van de acht verschillende trekkingsroutes van het uitgestrekte park. Beide paden komen na meerdere dagen klimmen uit op de eeuwige sneeuw van de bergen Baker (4843 m), Stanley (4563 m), Speke (4890 m) en Margherita (5109 m), waarvoor bergervaring is vereist.

Ongerept woud

De rijke en afwisselende vegetatie waar Balrukku zo enthousiast over spreekt, is inderdaad overweldigend. De eerste 300 meter zijn lang en steil. Het eeuwenoude natte bos vol tropische planten, klimmers, hoge struiken en metershoge bomen verandert na ruim twee uur lopen in een groot open veld vol enorme dichtbegroeide varens. Het smalle pad verdwijnt bijna in de groene planten-zee. Na zo’n honderd meter kronkelt het pad omhoog. Grote stappen. Het klimmen kost veel energie. De grond is glad; overal liggen bladeren op de grond. Even stoppen en op adem komen. Plots klinkt er een harde kreet in de verte, een mix tussen een krolse kater en een geit. Gids Bwambale legt zijn vinger op zijn mond en wenkt om naast hem te komen staan. “Er zitten daarginds blauwapen, zeldzame primaten. Pak je verrekijker. Zie je ze?”, vraagt hij. Via het loepzuivere Swarovskiglas valt een zwarte aap te zien met lange sierlijke staart en een blauwe gloed over zijn rug. Vanuit een boom tuurt hij van zo’n honderd meter aan de overkant onze kant op. Plots raast er een rode staart en vleugels voorbij. “Dat was een roodblauwe Turaco”, roept de gids. "Deze schuwe vogels komen alleen hier voor.“

We lopen door, in een dag willen we het tweede kamp bij het Mahoma-meer bereiken op 3300 meter. Dat is ruim zeven uur lopen, maar voor geoefende wandelaars en doorzetters te doen. Het ongerepte woud slingert via smalle paden omhoog, met uitzicht over haar alpen, bedekt door een waas van mist. Eindelijk klaart het op en breekt de zon door.

Waar paradijs

De overgang naar het ‘mikado bos’ van bamboe is het begin van de tweede zone. De metershoge ‘stangen’ vormen een mysterieus stilleven, doordat vele planten zijn omgevallen. De lucht is nauwelijks zichtbaar, zo dicht is het bos. Vogelgezang neemt af, de stilte overheerst. Overal hangen lianensliertjes en het stevige bamboe is bedekt met bedjes van mos. De fijne blaadjes op de grond maken plaats voor blubberige drab. “Hier begint het olifantenpad. Kijk uit, het is glad”, waarschuwt de gids. De schuwe bergolifanten reizen ’s nachts, maar laten met hun keutels en sterke geur duidelijke sporen achter. Ondersteund door een bamboestok ploeteren we ons door de glibberende modder. Kaplaarzen zijn hier onmisbaar. Even niet opletten betekent onderuitgaan… “Nu ruik je in ieder geval lekker”, grapt de gids. Uit het niets verdwijnt het bamboe en verschijnen de sprookjesachtige Chionanthus virginicus, beter bekend als Old man’s Beard. De lange mosachtige draadjes doen denken aan een lange baard. Na een half uur verdwijnt het olifantenpad, steken we kleine riviertjes over en komen we uit aan de andere kant van de heuvel, waar de prachtige Rukenga vallei zich openbaart. Hoge moerasachtige grassen hebben de overhand, aangevuld door Old man’s Beard bomen. Her en der zijn de kleine eeuwig bloeiende bloemen (mimulopsis eliotti) te spotten en een aantal reuze Lobelia’s pronken statig naar de horizon. De robuuste Lobelia bequaertii heeft een rozetachtige kraag en een diameter van zo’n 80 cm. Het is de enige soort met bijna komvormige schutbladen, die zo’n vijf meter hoog kan worden. Aan de rand van de vallei stroomt een alpenriviertje. Het lijkt het vredigste plekje op aarde, een waar paradijsje.

Bescheiden levenswijze

De laatste klim tot het tweede rustkamp is stijl en pittig. Moe maar voldaan gooien de dragers, die ons bepakt en bezakt hebben ingehaald, hun materialen neer. Even wat drinken en dan de tenten opzetten aan de rand van het Mahoma kratermeer. Onder de dragers is ook een vrouw, Gafina. Ze doet dit zware werk zodat ze het schoolgeld van haar drie kinderen kan betalen. Een paar jaar geleden overleed haar man en werd ze de kostwinnaar voor haar gezin. Per kwartaal betaalt ze per kind $70, wat een flinke opgave is voor een alleenstaande ouder. Waarom hertrouwt ze niet? “In Oeganda wordt van een vrouw die hertrouwt verwacht dat ze een kind baart voor haar nieuwe man. Aangezien ze al wat ouder is en drie kinderen heeft, ziet ze dat niet zitten”, vertaalt Lazarus Bwambale. Toch is de hardwerkende Gafina gelukkig: ze heeft haar kinderen en familie en dat is het belangrijkste. De bescheiden levenswijze is een belangrijk kenmerk van Oegandezen. Voor Westerlingen is een eerste kennismaking met het straatbeeld en de bevolking wellicht shockerend en armoedig, toch ogen de meeste mensen die in primitieve huisjes leven best gelukkig. Ze hebben voldoende voeding, een dak boven hun hoofd, werk en ze hebben elkaar. Zelfs de armsten hebben een toekomst, zoals de huidige president Yoweri Museveni, bewezen heeft. Hij groeide op in een zeer arm gezin. Ook Gordon Mawanda deelt een vergelijkbare ervaring, waarbij vier van zijn zeven broers en zussen succesvol de universiteit afrondden. “Ik had vroeger nooit gedacht dat ik een eigen reisbureau zou runnen of dat mijn broer dokter zou worden. Wel was ik vastbesloten om iets te bereiken in mijn leven. Arme leerlingen die op school goed hun best doen en uitblinken in resultaten worden omarmd. Ze ontvangen een studiebeurs en hebben voor hun afstuderen al uitzicht op een baan, zoals in mijn geval in het toerisme.”     

Terug naar het kampvuur, waar de mist plaatst maakt voor heldere sterren, omlijst door de donkere schaduwen van de portal peaks.

Het afdalen gaat de volgende dag een stuk sneller, maar is verraderlijk. De paden zijn smal, rotsachtig en maken grote aanslag op knieën en bovenbenen. Gelukkig is het droog. Terwijl Gafina ons vrolijk inhaalt, stopt ze plotseling en loopt vastberaden naar een groepje varens. Voorzichtig met haar wandelstok tovert ze een prachtige driehoornige kameleon tevoorschijn, een zeldzame soort die alleen hier voorkomt. Het laatste stuk, rondom de woeste Kiohio rivier, wordt de Monthone zone genoemd en doet denken aan een groene savanne: een open gebied vol lage struiken, aangevuld met eeuwenoude tropische bomen, een prachtige en verrassende afsluiting. Na zo’n vier uur lopen, zit het erop en beamen we de legendarische woorden van ontdekkingsreiziger Douglas Freshfield: “Je mag bekend zijn met de Alpen en de Kaukasus, het Himalayagebergte en de Rocky Mountains, als je niet hebt rondgedwaald in het Rwenzorigebergte, valt er nog veel te ontdekken.”

Chimps spotten

De ene trekking zit er nog niet op, of de andere staat alweer voor de deur. Oeganda is hét land van de primaten. Er leven tientallen soorten apen, waarvan de zeldzame berggorilla de bekendste is. De chimpansees in regenwoud Kibale vormen een mooi startpunt. Het park heeft met 13 soorten de hoogste dichtheid van primaten, zoals de zwart-witte colobus, bavianen, roodstaartapen en de grey-cheeked mangabey. Voor het spotten van apen is uiteraard een beetje geluk nodig evenals droog weer. Na een briefing over veiligheidsvoorschriften en regels (geen snelle bewegingen, geen nabootsen van geluiden, vijf meter afstand houden en wie verkouden is, mag niet mee), vertrekken drie kleine clubjes van zes met een ranger. Via een walky talky is er onderling contact. Geruisloos, bijna sluipend worden takken en gladde kronkelende boomwortels ontweken. De ranger loopt kriskras door het regenwoud. In de verte klinkt na een kleine twintig minuten plots keihard gekrijs. Het geluid bezorgt even een schrikreactie, maar dit is geen agressief gedrag: de apen nodigen elkaar uit om vijgen te komen eten. De gids praat in de walky talky. "Volg mij", zegt ze fluisterend. Het geluid wordt harder en bijna automatisch gaan de neuzen omhoog, richting de metershoge bomen. Ze zitten ver weg, beschut achter een groen bladerdak. Af en toe bewegen de takken. Chimps spotten betekent geduld hebben, want de natuur laat zich niet regelen. Turend langs een aantal bomen verschijnt er plots een wandelend exemplaar, die vliegensvlug de boom in klimt. Een stukje verderop zitten twee mannetjes te luieren in een boom en knabbelen op een takje. De walky talky krast opnieuw, we gaan verder. Het andere groepje heeft een mannetje ontdekt dat bijna poserend op de grond zit. Na een aantal minuten heeft hij genoeg van zijn ‘paparazzi’ die op slechts drie meter afstand van hem staan. De climax volgt echter nog: na tien minuten lopen zit een groepje van vier chimps op een omgevallen boomstam. Er wordt druk onderling gevlooid, gekrabd en geknuffeld. Een uniek moment, want ondanks dat de mensapen dagelijks bezoek gewend zijn, stellen ze zich niet vaak zo kwetsbaar op.

Sierlijke slingeraars

De kleine Golden Monkey’s zijn minder bekend en niet makkelijk van dichtbij te zien. De goudkleurige beweeglijke aapjes (circa 1100 in totaal) leven alleen in het zuidelijkste puntje van Oeganda, in het Mgahinga National Park. Dit park, omgeven door een laag bos, heide en de Virunga Vulkanen, verbindt Congo, Rwanda en Oeganda aan elkaar. Het is bekender vanwege de gorilla trackings, die vooral geliefd zijn in Rwanda. De vegetatie is weliswaar minder spectaculair dan Rwenzori of Bwindi, maar de Muhuvura, Mgahinga en Sabinyo vulkanen compenseren zonder meer het uitzicht met hun mystieke vormen. Wie een goede conditie heeft, kan ze in een of twee dagen beklimmen en wordt verrast door de fraaie kratermeren op de top. De speurtocht naar de gouden aapjes is vergelijkbaar met een gorillatrack: spoorzoekers gaan vooruit en proberen de dieren te traceren. Het klimmen verloopt redelijk soepel; na zo’n twee uur zijn de dieren gevonden in de bamboezone, onderaan de voet van Mgahinga. Sierlijk dansen de middelgrote aapjes van de ene tak naar de andere. Soms gaat het even mis wanneer ze over de metershoge bamboeplanten slingeren en er ineens een gat is. De dunne bladeren vangen de apen niet op, waardoor ze met flinke snelheid naar beneden razen. Hun lange staarten en armen bieden redding, en hop, even snel zitten ze in de volgende boom. 

Lucratieve business

Het absolute hoogtepunt onder de primaten, blijven de reusachtige berggorilla’s. Op zo’n tweeënhalf uur rijden van Mgahinga, langs de duizend meertjes van het heuvelachtige en groene Lake Bunyonyi, komt vanuit de laaghangende mist het ondoordringbare regenwoud van Bwindi op zo’n 2000 meter hoogte tevoorschijn. Van de 720 wilde gorilla’s leven er 320 exemplaren, bestaande uit negen families, in Bwindi. De Oegandese krant The Daily Monitor meldde half september 2012 dat de directeur van het Oegandese Verkeersbureau, Cuthbert Baguma, kenbaar maakte dat het toerisme in een paar jaar tijd is verdubbeld, van $440 naar $800 miljoen. De gorillatrackings bedragen hiervan 60%! Een lucratieve business voor de UWA (Uganda Wildlife Authority) en Oegandese regering. Bezoekers tellen $500 per persoon neer om een uur bij de vriendelijke reuzen te mogen verblijven. Toch is het geld het dubbel en dwars waard, niet alleen omdat het een once in a lifetime experience is, maar omdat het 25.000 jaar oude woud behouden blijft. Verder is er in het noorden van Bwindi een klein onderzoeksteam die het sociale- en eetgedrag van de beesten bestudeert. Tot slot houdt de UWA met haar rangers toezicht op stropers en jagers. Probleem is echter dat de straffen voor wildcrimes te soepel en te laag zijn en corruptie veelal een rol speelt. Ze komen gelukkig nauwelijks meer voor, maar in 2010 werd een gorilla gedood door stropers, waarbij de daders werden vrijgelaten nadat ze slechts zo’n $40 boete hadden betaald. Absurd, natuurlijk. De regering werkt eraan om de wetten te veranderen en straffen te verscherpen. Daarnaast is de betrokkenheid en kennisoverdracht van de beesten belangrijk voor de lokale bevolking. Zo’n 5% van de parkopbrengsten wordt besteed aan lokale projecten als nieuwe scholen, watertanks en gezondheidszorg. Lokale gemeenschappen zien steeds beter in dat gorilla’s hen iets opleveren. Volgens ranger James Otekat is er een flinke voorwaartse sprong gemaakt; hij heeft in de afgelopen jaren geen gewelddadige incidenten meegemaakt bij zijn drie gorillafamilies, Nshongi, Mishaya en Kahungye die in Rushaga, het zuidoosten van Bwindi leven. Het betekent wel dat de families door dagelijks contact meer gewend raken aan mensen, maar de UWA gaat er secuur en respectvol mee om. Gorillavoorvechter Dian Fossey zou trots zijn als ze nog had geleefd. Otekat: “Het is een noodzaak om via toerisme de toekomst van de bedreigde dieren veilig te stellen. Gelukkig zijn er genoeg mensen die het geld er voor over hebben. En het is zo bijzonder, ik maak elke dag weer andere dingen mee.” 

Hello mr. silverback!

Bij een gorillatrack gelden dezelfde regels als bij een Chimptocht. Bwindi is alleen een dichter woud, met metershoge bomen, soms glibberende ondergronden, steile wanden en smalle paadjes. De zoektocht varieert van een half uur tot een uur of acht. Onze wandeling is redelijk pittig en gaat al snel off-road. De rangers creëren met grote kapmessen zelf hun weg, op aanwijzingen van de spoorzoekers die ze via de walky talky spreken. Verse sporen (mest, voetstappen en platgestampte gewassen) geven aan dat we net bosolifanten gemist hebben. Regelmatig klinkt er vogelgezang, verder is het stil. Het is een lange tocht, waarbij alle aandacht uitgaat naar de grond. Even niet opletten, kan een uitglijder veroorzaken. Na ruim drie uur lopen wordt het zwoegen beloond: de Nshongi familie is gevonden. Tassen en etenswaren blijven achter, camera’s gaan uiteraard mee. Geruisloos volgen we een voor een de trackers. Op z'n dooie akkertje kauwt een silverback op een blaadje, omringd door dichte begroeiing van een boom. Hij is leider van de groep en ouder dan 12 jaar. Zijn kroost eet een paar takken verder, waarbij een van de vrouwtjes op haar rug een baby draagt van acht maanden oud. De apen zijn moeilijk zichtbaar, tot ze na een kwartiertje meer in beweging komen. Een driejarig mannetje klimt nonchalant omhoog en kijkt nieuwsgierig neer op zijn bezoekers. De silverback verroert zich een half uur nauwelijks, tot hij zich plotseling volledig naar zijn toeschouwers omdraait. Iedereen houdt zijn adem in. Ongelofelijk, wat zit hij dichtbij. Zijn poten verdwijnen bijna volledig onder zijn logge lichaam. “Dit is uniek, dit is de eerste keer dat ik een silverback zie die zich zo kwetsbaar opstelt in het bijzijn van toeristen”, fluistert James Otkat. Wanneer zijn takje op is, laat hij zich nonchalant voorover vallen en wordt hij opgevangen door een bed van bladeren. Een stukje verder nestelt hij zich in het platte gewas. Alsof de gorilla's weten dat het uur om is, nemen ze kort daarna afscheid en verdwijnen in het ondoordringbare woud. Het uur is omgevlogen. Het was een intense ontmoeting, die diepe indruk achterlaat. Deze ‘kameleon’ is een parel in alle opzichten die bij thuiskomst al heimwee oproept.

Rhino Sanctuary 

Het minder bekende Ziwa Rhino Sanctuary is het enige wild life reservaat in Oeganda waar de witte neushoorn leeft. Het dier was in1983 uitgestorven door stroperij, maar dankzij Rhino Fund Uganda en buitenlandse samenwerkingspartijen is er weer hoop voor de neushoorn. In 2005 werden er zes neushoorns uitgezet; een tweetal uit een Amerikaanse dierentuin en vier wilde dieren uit Kenia en Zuid-Afrika. Inmiddels is de kudde uitgebreid tot een twintigtal exemplaren. De dieren leven vrij, maar beschermd en het eerstgeboren kalf heet Obama, omdat hij een mix is van Amerikaanse en Keniaanse ouders. Tijdens een neushoorntrekking is het mogelijk – mits de wind gunstig staat - om de beesten vanaf slechts tien meter te aanschouwen. Dat geeft een magisch en spannend gevoel. Neushoorns zien en horen slecht, maar hebben een sterke neus. Als ze onraad ruiken, kunnen ze agressief zijn en een snelheid behalen van 45 km per uur. Op afstand genieten dus!

Safari

Oeganda heeft naast vele primatentrekkings en wandelmogelijkheden ook fraaie safariparken die geschikt zijn voor game drives en boottochten over de Nijl, zoals eyecatchers Murchisson Falls en Queen Elizabeth. Leeuwen, olifanten, giraffes, nijlpaarden, luipaarden, zebra’s, buffels en antilopen: deze parken hebben de hoogste wildlife dichtheid. Het geïsoleerde Kidepo Valley in het uiterste noorden is een van de mooiste parken dankzij haar uitgestrekte en ongerepte savannes. 

Een mooie afsluiter van de driehoek Kibale-Rwenzori- Bwindi is het kleinste safaripark, Lake Mburo (370 km2), dat op de weg naar Kampala ligt. Dit compacte park bestaat uit een mix van vijf meren, moeras, acaciabomen, laag struikgewas en open savanne, maar is ook omringd door precambrium rotsen, die meer dan 500 miljoen jaar oud zijn. Er leven zo’n 350 vogelsoorten en diverse antilopen, zebra’s, buffels, luipaarden, hyena’s en apen. Ochtend of middag game drives zijn goed te combineren met een bootsafari. In een klein motorbootje toont een gids het bedrijvige leven aan de waterkant, wat fraaie plaatjes kan opleveren, zoals een gapend nijlpaard, een visarend die zijn vleugels gespreid droogt in de zon of een jonge krokodil die het water induikt.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek