En route van Dijon naar Lille, van zuid naar noord doorheen Frankrijk

Vertrekpunt is Frankrijk, doel is België. Onderweg houden we halt aan vijf Franse prachtsteden met een rijke geschiedenis en cultuur. Beginnen doen we bij Bourgondische hertogen in Dijon en Auxerre, langs de kasteelpracht in Versailles, tot de Vlaamse architectuurstijlen in het Noord-Franse Arras en Lille.

1.  Dijon

Dijon staat vooral bekend voor haar mosterd, maar als Bourgondische hoofdstad kan ze ook rekenen op een rijk verleden. De Gallo-Romeinen kenden de plek in de 3e eeuw beter als Divio. In de 11e eeuw zetten historische Bourgondische hertogen als Jan zonder Vrees, Karel de Stoute en Filips de Goede de stad op de kaart. Tot op vandaag kan je in het centrum dwalen door de straten en steegjes van het middeleeuwse Dijon. De gotische kathedraal van Saint-Bénigne valt zeker te bewonderen. Oorspronkelijk stond er op de plek een monnikenklooster tot men in de 13e eeuw begon aan de bouw van de hoge gotische gewelven en de forse torens.

Meer oostwaarts, aan de Place de la Libération, ligt het hertogelijk paleis uit de gloriejaren van de machtige Bourgondische hertogen. In het Palais des Ducs et des États de Bourgogne huizen tegenwoordig de gemeentelijke diensten en het Musée des Beaux-Arts. Het museum is een van de grootste in Frankrijk en telt een uitgebreide collectie, alles van Oudegyptische kunst en Europese Primitieven tot 18e- en 19e-eeuwse schilderijen uit het expressionisme, realisme en kubisme. Pronkstuk van het museum zijn de rijkversierde graven van Bourgondiërs Filips de Stoute, Jan zonder Vrees en Margaretha van Beieren.

2.  Auxerre

Dijon - Auxerre: 190 km

We blijven nog even in Bourgondië en trekken naar Auxerre, een klein havenstadje aan de rivier Yonne. Net als Dijon zijn ook hier heel wat middeleeuwse overblijfselen. De Tour de L’Horloge is bijvoorbeeld een toren uit de 15e-eeuwse stadswal. Langs weerszijden hangen twee 17e-eeuwse klokken. De zonnewijzer langs de ene kant toont het uur van de dag, de maanwijzer aan de andere kant volgt de stand van de maan.

Auxerre verken je het best te voet: het havenstadje is niet groot en de hellingen zijn zeker geen kuitenbijters. Door het schipperskwartier Quartier de la Marin moet je zeker gewandeld hebben. Smalle slingerende weggetjes leiden je langs de oude arbeidershuisjes, de kaaien van Auxerre en de kathedraal Saint-Étienne.

3.  Versailles

Auxerre – Versailles: 175 km

Versailles moet een rustig Frans plaatsje geweest zijn voordat Lodewijk XII er zijn jachtslot neerplantte. Halfweg de 17e eeuw vestigde zijn zoon Lodewijk XIV zich er en liet het slot uitbouwen tot een enorm paleis omringd door hectares adembenemende landschapstuinen. Versailles zou uitgroeien tot de zetel van het absolutisme van de Franse monarchie. Het begon in 1661 met de architect Louis Le Vau, de schilder en interieurontwerper Charles Le Brun en landschapsartiest André Le Nôtre. De luxueuze wandelgangen van het paleis spreken tot de verbeelding: houten versieringen, gepolijst marmer en fresco’s aan de muren, verwijzingen naar Griekse en Romeinse mythologie in les Grands Appartements du Roi et de la Reine én de Galerie des Glaces, een 75 meter lange balzaal met 17 spiegels en 17 hoge glasramen. Het prijskaartje? Een lege Franse schatkist en een enorme staatsschuld.

Je zou haast denken dat er niets anders te zien is in Versailles, maar vlakbij het kasteel ligt ook nog Le Domaine de Marie-Antoinette. De latere opvolger van de Zonnekoning, Lodewijk XVI trouwde met de Oostenrijkse prinses Marie-Antoinette. Hij liet voor zijn familie, ver weg van het hof de tuinen Grand en Petit Trianon aanleggen. Tot het domein behoort ook Hameau de la Reine, een nagemaakt boerendorpje met boerderijen, een vijver en een windmolen waar Marie-Antoinette al eens graag boerenmeid speelde.

4.   Arras

Versailles – Arras: 200 km

Arras maakte tijdens de middeleeuwen deel uit van het graafschap Vlaanderen, en dat merk je nog steeds. Op de twee oude markten Grand’ Place en Place des Héros domineren de Vlaamse barokhuizen en puntgevels het zicht. Je zou je zo in Brussel of Brugge wanen. Jammer genoeg kreeg de stad het hard te verduren tijdens WOI. Door de nabije frontlijn moest ongeveer 80% van de stad, en dus de stijlvolle gevels, heropgebouwd worden na de bombardementen.

Arras ligt bovenop een krijtgroeve en heeft verschillende onderaardse gangen. In de 10e eeuw werden ze uitgegraven en sindsdien hebben ze verschillende functies gehad: kelder, silo’s en schuilplaats voor de Geallieerden in WOI en bomkelder in WOII. Aan de Carrière de Wellington wordt het offensief uit de lente van 1917 herdacht. De Wellingtongroeve was een netwerk van gangen dat wel 20m diep ging. Gravers uit Nieuw-Zeeland breidden het netwerk uit zodat meer dan 24.000 Britse troepen er konden legeren. De Wellington steengroeve vertelt het verhaal van de krijttunnels en de Slag bij Arras.

5.  Rijsel

Arras – Rijsel: 55 km

De vroegere industriestad Rijsel is de laatste jaren zichzelf aan het heruitvinden op cultureel en commercieel vlak. De middeleeuwse straten en rijhuizen met een Vlaamse touch gaan er hand in hand met de modernste musea en bruisende shoppingcentra. De Vlaamse stijl wordt er in leven gehouden op de pleinen, het belfort, het stadhuis en het operagebouw. De Grande Place –ook wel bekend als Place du Général de Gaulle, geboren in Rijsel- is het centrale plein. Het meest opvallende gebouw is er de oude beurs, dat vandaag bestaat uit 24 kleine handelspanden.

Rijsel telt ook heel wat markten. Op de Marché de Wazemmes kan je terecht voor al je groenten en fruit, kleding, stoffen en alles wat je kan bedenken. Drie dagen in de week en wekelijks 50.000 bezoekers. In de moderne zakenwijk Euralille zit je goed voor enkele uren shopplezier. Het district op zich heeft verschillende moderne hoogstandjes, onder andere architect Rem Koolhaas plaatste er een bouwwerk.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

GRANDE reporter Guy Meus
bezocht dit hotel en schreef:
"

Fijne, heel verzorgde keuken en een achttal originele themakamers: Provence, retro, kloostercel…

..."
"

Vier sterren, toe maar! Het hotel ligt aan de voet van de Cathédrale Saint-Bénigne. Moderne inrichting in een woning uit de zestiende eeuw. Provisiekamer uit de dertiende eeuw.

..."
GRANDE reporter Guy Meus
bezocht dit hotel en schreef:
"

Stijlvolle klassekamers en heerlijk ontbijt in een somptueus decor.

..."