De nieuwe wals van Wenen

Vertrouwd ouderwets en fris eigentijds: in Wenen passen de legstukken van een veelkantige stadspuzzel perfect in elkaar. Om het Habsburgse Wenen van Sisi, Franz Joseph, pronkerige paleizen, muziek en zweverige romantiek kun je natuurlijk niet heen. Dat is het glorieuze verleden, maar vandaag is Wenen ook een bruisende, moderne en hippe metropool.

De tijd van toen: de klassiekers

Meer dan zeshonderd jaar lang heersten de Habsburgers vanuit Wenen over een flink stuk van de wereld. Geen wonder dat de stad uitpuilt van de schitterende stadspaleizen en residenties van blauwbloedig volk dat met de keizerlijke dynastie gelieerd was. We geven 5 tips van 'de klassiekers van Wenen':

Tip 1.     In de Hofburg , het machtige woon- en regeringscomplex van de Habsburgers, kun je een wandeling maken door de keizerlijke appartementen en je vergapen aan de indrukwekkende collectie tafelbestek in de Zilverkamer. Aan Sisi en haar tragische levensverhaal is een aparte tentoonstelling gewijd. In de Spaanse Rijschool zetten Lippizanerhengsten hun beste beentje voor en in de hofkapel begeleiden de glasheldere stemmetjes van de Wiener Sängerknaben de zondagse misviering. Neem een kijkje in de barokke pronkbibliotheek en maak in de Schatkamer kennis met fonkelende keizerskronen, kelken en kazuifels, maar ook met de schat van het Gulden Vlies van ‘onze’ Bourgondiërs. In Schloss Schönbrunn, de zomerresidentie buiten het centrum, ben je een dag zoet als je een rondje doet door de verschillende zalen en door het indrukwekkende park.

Tip 2.    De Stephansdom, die de Weners minzaam hun Steffl noemen, is een van de grootste gotische kerken ter wereld met een toren van 137 meter. Met een lift kun je naar de noordelijke toren, waar de Pummerin hangt, een 22 ton zware klok met navenante klepel. Van daar heb je een weids uitzicht over de stad met het beroemde Riesenrad in de Prater, het voormalige keizerlijke jachtgebied en nu een wandel- en attractiepark, de oude Donau ver buiten de stad en de Donauturm, de UNO-city, kantoorgebouwen, het golvende bosrijke Wiener Wald, de Kahlenberg waar de altijd dreigende Osmanen in 1683 definitief verslagen werden, en de torenspitsen van de tientallen kerken die Wenen telt.

Tip 3.    Nu we het toch over kerken hebben: de barokke Karlskirche die Karel VI, de vader van Maria Theresia, in de achttiende eeuw liet optrekken als bedankje voor de uitroeiing van de pest die nagenoeg half Wenen gedecimeerd had, is echt wel speciaal. De beroemde bouwmeester Johann Bernard Fischer von Erlach tekende voor het merkwaardige concept en frescoschilder Johann Michael Rottmayer borstelde het ovalen plafond. Om die van nabij te bewonderen, neem je de lift, een noodzakelijke maar lelijke constructie midden in de kerk. Kijk ook even naar de overkant, waar je de twee stadspaviljoentjes in jugendstil van Otto Wagner te zien krijgt. Even verderop zie je een gouden bol op een wit kubusachtig gebouw: dat is het Sezessionsgebäude, het verenigingsgebouw van Weense kunstenaars en architecten die resoluut voor een vernieuwende richting kozen nadat de hele Ringstrasse met gebouwen in historiserende stijlen volgepoot was. Hier vind je ook de beroemde Beethovenfries van Gustav Klimt in de kelderverdieping.

Tip 4.    Twee vliegen in één klap: zelden geziene barokke pracht vind je in de jezuïetenkerk op de Dr.Ignaz-Seipl-Platz, waar je op zondag vaak muzikaal omlijste misvieringen gratis kunt bijwonen. Hetzelfde geldt voor de Peterskirche aan de Graben, waarvoor die andere beroemde barokarchitect van Wenen, Johann Lukas von Hildebrandt, de koepel ontwierp.

Tip 5.    Wandel zeker ook eens door de prachtige tuinen van het Obere en Untere Belvédère, twee schitterende barokke paleizen die prins Eugen von Savoyen betaalde met de buit die hij binnengehaald had door de Ottomanen te verslaan. In het hoogstgelegen paleis mag ‘de Kus’, het beroemde schilderij van Gustav Klimt, je zeker niet ontglippen, maar ook ander werk van Klimt, Schiele en beroemde Franse impressionisten hebben er een plaats. Politiek geïnteresseerden komen er alles te weten over de ondertekening van het Staatsvertrag in 1955, waardoor Oostenrijk na tien jaar bezetting weer een souvereine staat werd.

Pietje de Dood

Naast het barokke geweld van kerken en paleizen zijn er genoeg bekende en minder bekende plekjes om even op adem te komen.

Tip 1.    Met Pietje de Dood hebben de Wieners, zo leert de geschiedenis, altijd al een bijzondere relatie gehad. Neem een kijkje in de Kapuzinergruft met de monumentale praalgraven van een flink stel Habsburgers (gegarandeerd verse bloemen bij Sisi!), in de catacomben van de Stephansdom, in de kelders van de Sankt Michael of in het urnenzaaltje van de Augustinerkirche, en je zult zien dat er een bizarre cultus bestond rond gebeente, harten en organen.

Kerkhofliefhebbers moeten zeker ook eens naar het Zentralfriedhof, met de tram een kwartiertje buiten de stad. Het is een reuzegroot terrein waar je zonder plan wel degelijk verloren kunt lopen. Je komt in een oase van rust terecht te midden van een oerwoud van kruisen, grafmonumenten en grillige bouwsels. Onder de grond ligt heel wat belangrijk Weens volk van diverse pluimage, en erboven, zeker als je vroeg bent, buitelen konijnen, hazen en ander beweeglijks ussen de graven. In het personeelsbestand vind je dan ook een lijst met kerkhofjagers.

Tip 2.    Je komt volledig tot rust in de Karl-Luegner-Gedächtniskirche, waar je bij het zien van het intieme jugendstilinterieur even stil wordt: sober, mooi, fascinerend. Deze kerk van Max Hegele, een leerling van Wagner, is een waardig alternatief voor die andere, nog mooiere jugendstilkerk van Otto Wagner am Steinhof, die op zaterdag en zondag met een gids bezocht kan worden. Pure klasse!

Tip 3.     Zalig kuieren doe je ook in de vele parken die Wenen telt. In het Stadtpark struin je langs de standbeelden van beroemde componisten – de Walzerkönig Johann (Sjani) Strauss heeft goud gekregen. Loop even naar het bruggetje en je ziet onder je de Wien, een vertakking van de Donau die door Wenen loopt. Meteen zie je ook het pittoreske spoorwegstationnetje van – alweer – Wagner, die als architect ook in de Stadtbahn, de voorloper van de metro, de hand had.

Andere parken waar je op het gras lekker mag liggen zonnen en luieren, zijn het Goethepark aan de Vlindertuin achter de Albertina, de Volksgarten rond het standbeeld van Sisi of het park aan de neogotische Votivkirche rond de gebouwen van de eerbiedwaardige Alma Mater.

Tip 4.    Bijzonder leuk om samen met de locals rustig een terrasje mee te pikken is de Naschmarkt, die oorspronkelijk niets met ‘naschen’ of snoepen te maken heeft, maar met het oud-Duitse woord Asch of melkemmer. Het is een kleurrijke markt waar je je naast Oostenrijkse specialiteiten tegoed kunt doen aan Aziatische en mediterrane delicatessen. Op zaterdag kun je er over de koppen lopen.

Tip 5.    Vanaf begin april wordt de buurt rond de Schwedenplatz aan het Donaukanal omgeturnd tot een stadsstrand waar je tot laat in de nacht in luie ligstoelen kunt genieten van een ‘Vienna by night’ onder de sterren.

Architecturale hoogstandjes

Tip 1.      Vlak bij het Stubentor op de Ringstrasse op de Georg Kochplatz 2 staat er een merkwaardig gebouw. Het is de Postsparkasse van de hand van Otto Wagner. Te midden van de protserige paleizen komt dit sobere, grijswitte gebouw met marmeren tegels heel modern over. Met dit functionele en strakke gebouw zette Wagner de toon voor een vernieuwende bouwstijl die zijn intrede deed in het begin van de twintigste eeuw. Loop even naar binnen en neus rond in de mooie lokettenzaal.

Tip 2.     Vlak aan de hoofdingang van de Hofburg en naast de Sint-Michielskerk, de parochiekerk van de Habsburgers, heeft de controversiële architect Adolf Loos een voor die tijd merkwaardig modern gebouw rechtgezet. Frans-Josef, zo wordt gezegd, trok de gordijnen van zijn werkkamer dicht om niet naar het ‘Haus ohne Augenbrauen’, het huis zonder wenkbrauwen, te hoeven kijken, zo lelijk vond hij het, maar hij had dan ook niet de meest verfijnde smaak. Met dit gebouw reageerde baanbreker Loos niet alleen tegen de overdadige en nutteloze ornamentiek van de neostijlen maar ook tegen de florale versieringen van de Weense art nouveau.

Tip 3.     Vredesactivist en groene jongen Friedensreich Hundertwasser is in Wenen een naam als een klok. Als je houdt van fantasierijke gebouwen, bonte kleuren, grillig golvende lijnen, geometrische vlakken en speelse vormen, dan kun je naar het Hundertwasserhaus, een sprookjesachtig wooncomplex in de Löwengasse 37. Ook de van ver zichtbare toren van het afvalverbrandingsbedrijf Spittelau is een werk van zijn hand.

Tip 4.     Een eind buiten de stad in Erdberg hebben avant-gardearchitecten met naam (onder meer Coop Himmelb(l)au en Jean Nouvel) de oude Gasometer, enorme bakstenen opslagtanks van stadsgas, omgevormd tot comfortabele woningen, kantoorgebouwen, winkel- en ontspanningsgebieden.

Tip 5.     Vlak tegenover de Steffl kun je in het Haas-Haus van architect Hans Hollein, een hypermodern gebouw in glas waarin de Stephansdom mooi weerspiegeld wordt, gezellig tafelen en een goed glas wijn drinken.

Knappe musea

Tip 1.    Een niet te missen klassieker is natuurlijk het KHM of KunstHistorisches Museum tegenover de Heldenplatz van de Burg aan de Ringstrasse. Wereldberoemde kunstwerken en opvallend veel meesters uit de Lage Landen zijn er vertegenwoordigd. Wil je het oeuvre van onze Pieter Brueghel in originele versie zien, rep je dan naar dit museum. Ook het Naturhistorisches Museum dat ertegenover ligt, is de moeite: ze hebben er de beroemde Venus van Willendorf, prachtige mineralen, kanjers van edelstenen en skeletten van sauriërs.

Tip 2.    In het Albertina, een prestigieus gebouw dat naar Albert von Sachsen-Teschen, een Habsburgse aartshertog en verwoed verzamelaar is genoemd, vind je zowat de grootste verzameling prenten en etsen ter wereld. Er lopen ook voortdurend groots opgezette en internationaal vermaarde tijdelijke tentoonstellingen.

Tip 3.    Het Museumsquartier of MQ in de voormalige paardenstallen van het keizerlijke huis is uitgegroeid tot wereldklasse. In het Leopoldmuseum kun je prachtwerk zien van Klimt, Schiele en Kokoschka, terwijl in het MUMOK, een zwartgrijze, monumentale bazalten monoliet, moderne kunst tentoongesteld wordt. In het midden van het plein is er dan nog de Kunsthalle met tijdelijke tentoonstellingen.

Tip 4.    Bijzonder geslaagd is het Jüdisches Museum in de Dorotheergasse 11, waar je op een eigentijdse en frisse manier kennismaakt met het bloeiende joodse leven in Wenen voor de deportatie en uitroeiing door de nazi’s. Er worden heel wat vragen gesteld over de zin van een joods museum en de betekenis daarvan vandaag.

Op de Judenplatz herinnert kunstenares Rachel Whitebread aan de holocaust en de KZ’s met een sprekend monument, een soort bibliotheek met stenen boeken die elk van de vernietigde levens symboliseert. In de hoek van het plein kun je ook naar een museum waar de blootgelegde resten van een oude synagoge te zien zijn.

Tip 5.    Filmliefhebbers zullen hun hart ophalen in een museum dat helemaal gewijd is aan de film ‘The Third Man’ van Carol Reed met Orson Welles en Joseph Cotton. Gepassioneerd verzamelaar Gerhard en vrouw Karin hebben er in een drietal zalen niet alles, maar wel heel veel bijeengebracht om de legendarische ontsnapping van de oplichter Harry Lime door de riolen van Wenen tijdens de bezetting na de Tweede Wereldoorlog in kaart te brengen. Je moet daarvoor naar de Pressgasse 25, een zijstraat op het einde van de Naschmarkt aan de Kettelbrücke.

Shoppen en lanterfanten

Tip 1.    De klassieke winkelstraten met de bekende merken vind je in het hart van de stad: de Graben, de Kohlmarkt met het bekende Demel – de Sachertorte smaakt hier inderdaad uitstekend – en de Kärntnerstrasse. De lange Maria Hilferstrasse is ietwat gewoner, maar ook die straat is een uitgerekt winkelparadijs.

Tip 2.    Vanuit de Maria Hilfer ben je in een wip in de wijk die bij de Weners bekendstaat als Spittelberg. Deze voormalige rodelampjesbuurt werd gelukkig van de afbraak gered en in de vele pittoreske straatjes – stijgen en dalen want het ligt op een bergje – zijn jonge designers, mediavolk, copywriters en reclamebureaus, modemakers en veel hippe vogels neergestreken. Creatief klinkende winkelnamen als ‘God’s favourite dogs’, ‘Be a good girl’, ‘Love save the day’ en ‘La Maison d’Elisa’ wijzen de weg.

Op zoek naar een vintage jurkje of leren handtas, een lamp uit de belle époque, een meubeltje uit de jaren 60, nostalgische ansichten van het oude Wenen, te gekke prullaria, maffe souvenirs, enige juweeltjes of antiquarische spulletjes? Loop dan eens door de Siebenstern-, de Linden-, de Zoller-, de Kirchen- of de Neubaugasse, kijk er rustig rond of maak een praatje met de sympathieke eigenaars.

Bel even aan bij Maurizio, die net in de Kirchengasse 27 een shop geopend heeft waar hij dvd’s aanbiedt met de betere Oostenrijkse film. Iets lucratiever is zijn tweede ‘core business’: het kopiëren van plannen en bouwtekeningen voor studenten van de Technische Universität (TU). Je kunt er een ‘bio-eitje’ eten, kruidenthee drinken of ecologisch verantwoorde sapjes tot je nemen.

Tip 3.    Ook in de buurt van de Naschmarkt en in de zijstraten, de Linke Wienzeile, de Gumpendorfer Strasse, gonst het van de creativiteit en schieten snuisterwinkeltjes en trendy lunchtenten als paddenstoelen uit de grond.

Tip 4.    Hetzelfde geldt voor de buurt rond de TU aan de Wiedener Hauptstrasse, waar je in het Freihausviertel designershops en leuke cocktailbars bij de vleet vindt.

Tip 5.    Aan de Schwedenplatz ga je de brug over het Donaukanal over en je bent zo via de Hollandstrasse of de Taborstrasse op de Karmeliterplatz, een levendige, volkse wijk vol budgetvriendelijke restaurants en cafeetjes waar je vooral Weners ontmoet.

Wiener Küche en andere lekkernij

Tip 1.    De Wiener schnitzel, hoewel uit Milaan afkomstig, is natuurlijk een begrip in deze stad, net als de Sachertorte. Bij Figlmüller in de Bäckerstrasse beweren ze de grootste (en de beste) te hebben. Op een bord van 27 centimeter doorsnede serveren ze hun flinterdunne, lichtbruine en krokant gekorste kalfslap die exact 3 centimeter over de bordrand uitpuilt. Reserveren, want toeristisch.

Tip 2.    Ook met een zwaar Weense inslag is de Tafelspitz, een flinke homp in bouillon en groenten gekookt soepvlees, die begeleid wordt met puree, compote en een sausje op basis van Kren of mierikswortel, een vast ingrediënt in de Oostenrijks-Habsburgse keuken. Van de sobere keizer Franz-Joseph wordt beweerd dat hij zijn hele lange leven nooit iets anders gegeten heeft. Bij het bekende Plaschutta, in de Walfischgasse 3 vlak bij de opera, is hij uitstekend.

Tip 3.    Eet je liever Italiaans en ben je in de buurt van het neogotische Rathaus of het Josephstadttheater, loop dan naar de Piaristengasse 50, waar de uitgebreide kaart van Ristorante Il Sestante je onmogelijk teleur kan stellen.

Tip 4.    Voor een cocktail of een brunch op zondagmorgen is Bar Lutz in de Maria Hilferstrasse 23 een leuk adres. Het knap gedesignde interieur en de lederen banken nodigen uit tot lekker loungen bij een cocktail Goodbye Lenin: vodka, limoen- en mandarijnensap en espuma.

Tip 5.     Een leuk adresje voor een kleine snack tussendoor is de bekende ‘Zum Schwarzen Kameel’ in de Bognergasse 5 aan het Freyung: ze hebben er een ruime keuze hartige, zachte en sierlijk gedecoreerde broodjes met onder meer heerlijke beenham. Hetzelfde geldt voor de smakelijke ‘tramezzini’, royaal belegde zachte driehoekige sandwiches, bijvoorbeeld bij Van Veisen op de Franziskanerplatz.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels