De jus van de Jura

Bij het binnenrijden van Baume-les-Messieurs word ik meteen geconfronteerd met een spectaculair natuurfenomeen dat in de Jura wel vaker voorkomt. Men noemt het met een geologische term een ‘reculée’: een lange, doodlopende vallei omringd door loodrechte rotswanden die in het kalkplateau uitgesleten zijn. Dat komt door de vorming en ontwikkeling van dit merkwaardige Massif du Jura zowat 200 miljoen jaar geleden. Het brengt geologen, filmmakers en natuurliefhebbers vandaag nog altijd in vervoering...

Hoge heren in Baume-les-Messieurs

Het dorpje oogt bijzonder romantisch: het wordt als een van de mooiste van Frankrijk beschouwd. Een Ierse monnik vond het hier in de zesde eeuw de ideale locatie voor een abdij. Vanuit deze abdij trokken in 909 onder leiding van abt Bernon zes monniken naar Cluny om er de beroemde abdij te stichten. Die van Baume werd in de loop van de geschiedenis vele malen verwoest maar telkens heropgebouwd. Door het invoeren van minder strikte regels, de komst van kloosterlingen met een adellijke stamboom en de luxueuzere levenswandel van de kanunniken of chanoînes van de abdij werd het oorspronkelijke Baume-les-Moines in 1806 omgedoopt tot Baume-les-Messieurs, wat prestigieuzer klonk. Van de abdij rest alleen nog de kerk en de statige verblijven van de kloosterheren. Dankzij hun toewijding aan parochiaal werk en zielzorg kon tijdens de Franse Revolutie de abdij blijven bestaan, maar in 1793 werd ze uiteindelijk opgeheven en werd ze staatsbezit. De kerk met romaanse wortels oogt monumentaal met haar gotische spitsbogen, enorme tongewelven en reusachtige ronde en vierkante pilaren. Het schip is niet minder dan 70 meter lang. Kleiner en fijner is het waardevolle houten retabel uit de zestiende eeuw dat uit Antwerpen komt, waar in die tijd heel wat begaafde retabelbouwers aan de slag waren.

Controle over la Cluse de Joux

Even buiten Pontarlier, de hoofdstad van de Haut-Doubs, torent een machtig kasteel op een beboste heuvel boven de vlakte uit. Het is nog vroeg in de ochtend en de forse vestingmuren verdwijnen mysterieus in melkwitte wolkensluiers en rafelige mistslierten. Op een bord voor de getraliede poort lees ik dat de plaatselijke Seigneurs de Joux dit kasteel al in de negende eeuw lieten bouwen om de smalle passage door het dal, la Cluse de Joux, te controleren. In de volgende eeuwen werd het aldoor verbouwd, uitgebreid en versterkt tot de onneembare vesting die voor me opdoemt.

Op de belvedère, met uitzicht op de spectaculaire, loodrechte, geribbelde rotswanden en de weidse vlakte, wordt de strategische ligging van dit fort zonneklaar. Beneden in de cluse liep sinds de Romeinse tijd een drukke handelsroute vanuit het rijke Vlaanderen over de Champagnestreek en het machtige Bourgondië naar Zwitserland en Italië, waarlangs zout, stoffen en specerijen vervoerd werden. De tol of péage die daarop geheven werd, maakte de heren van toen steenrijk en machtig. Mijn gids Gilles loodst me vlot door duizend jaar militaire vestingbouwarchitectuur die sterk verweven is met de Franse en Europese geschiedenis. Bourgondiërs die bij gebrek aan erfopvolging in het huis van Joux het fort in 1356 kochten, Spaanse Habsburgers, de Franse koningen, Oostenrijkers en Duitsers: allemaal passeren ze de historische revue.

Pas onder Lodewijk XIV werd de Franche-Comté of het Vrije Graafschap door de Vrede van Nijmegen (1674) definitief bij Frankrijk ingelijfd. Om het fort nog beter te kunnen verdedigen liet de Zonnekoning er zijn geniale fortenbouwer Vauban op los. Die maakte van de geologische mogelijkheden van de omgeving gebruik en leverde hier zijn zoveelste bravourestukje af. In het fort liet Louis XV tijdens de godsdienstoorlogen protestanten opsluiten, en in de achttiende eeuw werd het fort tijdens de Franse Revolutie, net zoals de Parijse Bastille, een staatsgevangenis. Terwijl mijn gids honderduit vertelt over schietgaten, afweerconstructies en wapens, lopen we door de immense opslagplaatsen voor voedsel en munitie en de slaapvertrekken van de ooit duizend manschappen die in het fort gekazerneerd waren. Ook de moeite waard zijn enkele vertrekken waar een fraaie collectie wapens, sjako’s en historische legeruniformen tentoongesteld zijn.

Kreten en gefluister

Het meer van Saint-Point in Malbuisson, op een kwartiertje rijden van het kasteel van Joux, ligt mooi en vredig ingebed tussen uitbundig groen beboste heuvels. Ik loop er vanuit het dorpje even naartoe en ben er, op enkele schoolklasjes na, helemaal alleen. De kinderen zijn aan picknicktafels druk in de weer met vragenlijstjes en schetsboeken. Het uitgestrekte meer – het derde grootste natuurlijke meer van Frankrijk – waarop een schilderachtig sloepje dobbert, is spiegelglad en straalt rust uit. Voor wat meer leven in de brouwerij, zo lees ik op een informatiebord over wandelingen en tochten langs dit meer, kom ik het best met Allerheiligen nog eens terug. Dan stijgen rauwe kreten en slepende klaagzangen op uit het water en bij zonsondergang zie je dan ook vreemde silhouetten over het water scheren. In een niet nader gespecificeerd ‘ooit’ zwierf aan de oever van de Doubs in een welvarend stadje een arm vrouwtje rond met een kindje in haar armen en in lompen gehuld. Ze vergingen van de honger en nergens werd hun een korst brood of onderdak aangeboden. Maar wonder boven wonder kwamen ze op hun pad een kluizenaar tegen met de vreemde naam Saint-Point, die hun zijn mat voor een nachtje afstond. De volgende dag was het hele vermaledijde dorp verzwolgen door het meer. Geen wonder dus dat ook nu nog sporadisch een visnet onverklaarbaar scheurt en rare geluiden uit een verzonken klokkentoren weerklinken.

Een bolwerk van kaas

Vanuit Malbuisson rijd ik een tiental kilometer hogerop de heuvels in naar het Fort van Saint-Antoine, een bastion van de bekende Comté-kaas en culinair ambassadeur van de Jura. Een zekere Marcel Petite, kaasaffineur, kwam in 1966 op het idee om zijn kazen te laten rijpen in een van de vele forten die na de verloren Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 ter versterking van de grens werden opgetrokken. Het fort oogt kolossaal: het ligt op 1.100 meter en telt eindeloos veel gangen en enorme kelders waar niet minder dan 100.000 kaaswielen of meules rijpen. In de bedrijfsfolder wordt over ‘kaaskathedralen’ gesproken.

Het op smaak brengen is het werk van de affineurs, die van hun fromage wel degelijk kaas gegeten hebben. Claude is maître-caviste en gidst me door dit professioneel gerunde kaaslabyrint waar de kaaswielen in lange gangen (2,7 km) en in hoge rekken opgestapeld zijn en 24 maanden en langer rijpen. “Voor een kaaswiel van 40 kilo heb ik 450 liter rauwe melk nodig van onze Montbéliard-koeien, die zich voeden met de beste grasjes, kruiden en planten die in onze weiden te vinden zijn”, doceert Claude. De melk moet dus aan de strengste criteria voldoen voor het AOC-label van de Comté en wordt aangeleverd door fruitières of kaasmakerijen, die ze dan voor de afwerking naar een affineur brengen. De rijpingsomstandigheden zijn in deze oude kelders met hun metersdikke muren ideaal: winter en zomer een gelijkmatige temperatuur tussen 6 en 9 graden en eenzelfde vochtigheidsgraad.

Het is een puur ambachtelijke bezigheid, gaat Claude verder, behalve dan dat er tussen de rijen een slimme robot sluipt die elke kaasbol even van het sparrenhouten rek tilt, borstelt, pekelt en weer op zijn plaats legt. ‘Saler, frotter, brosser, retourner’, klinkt dat in het Frans. Claude demonstreert de werkwijze even. Op het oog vist hij een kaaswiel uit een rek, betast het, draait het om, besnuffelt het en trommelt met een hamertje op welgekozen plekken om te ‘luisteren’ naar de staat van rijpheid. Met een kaasboor dient hij de kaas een streelzachte steekwonde toe en zuigt er een spietje uit. Dan mogen we proeven. Of elke gerijpte kaas hier dan ook precies hetzelfde moet smaken, vraagt de leek in mij. Fout natuurlijk, want niet elke koe graast op hetzelfde type wei en geeft dezelfde melk. Voor melk met identiek dezelfde smaak en dito kaas moet je naar de grote industriële kaasmakerijen, die allemaal dezelfde eenheidsworst produceren, schampert Claude. “Onze kaas”, aldus een erg trotse affineur, “is een uniek product dat in optimale omstandigheden zijn tijd neemt om te ‘groeien’ en dus prat kan gaan op een eigen karakter.”

De wijnvelden rond Arbois

Een aangenaam en schilderachtig stadje is Arbois, dat zowat als de hoofdstad van de wijnbouw in de Franse Jura, het oudste wijnbouwgebied van Frankrijk, wordt beschouwd. Met niet minder dan zes AOC’s prijkt het aan de top van de Franse wijnwereld. De stad aan de Cuisance-rivier waar ook de beroemde Louis Pasteur zijn jeugd doorbracht, oogt rustig en gezellig en is omringd door 800 hectare wijnvelden die de bekende AOC’s van Arbois opleveren en die als eerste Franse AOC dit predicaat mochten dragen.

Twee wittedruivenrassen, de chardonnay en de savagnin, en drie rode, pinot noir, trousseau en poulsard, zijn de druivensoorten die in het Juragebied de flessen doen fonkelen, naast een paar likeurwijnen en een crémant. Vooral Château-Chalon zal de wijnliefhebber wel bekend zijn, want de wijnboeren verbouwen er de savagnin, hun lievelingsdruif, die na een lang en kundig vinificatieproces de specifieke goudgele vin jaune of ‘gele wijn’ oplevert. Niet alleen de wijn zorgt voor veel joie de vivre, maar ook het dorpje zelf, dat zo uit een boek vol romantische ansichtkaarten weggelopen lijkt te zijn. Het is er heerlijk slenteren door de bochtige straatjes naar het kerkje op de heuvel, ooit een benedictinessen­abdij, met prachtige ribgewelven. Op de belvedère heb je een schitterend zicht op de omringende wijnvelden en de wijndorpjes in de buurt.

Bergen in de mist

“En of ik er zin in heb”, zeg ik tegen Valérie, die me een randonnée in de bergen van de Hoge Jura beloofd heeft. De avond voordien had ik bij een late zon hoog in de heuvels van Lajoux, het hoogst gelegen dorp van de Jura op 1.180 meter, een glimp van de besneeuwde bergkam hoog boven het dal van de Valserine opgevangen. Maar nu we er in de vroege ochtend aan willen beginnen – het doel was de Crêt de la Neige op 1.720 meter – blijkt dat idee niet zo geschikt vanwege het heel slechte zicht en kans op slecht weer.

Dan maar naar de Col de la Faucille in het wintersportgebied Les Monts de Jura. Een goede keuze, zo blijkt, want als we via Mijoux het hogere gebergte in rijden, zet de zon een aanval in op de wolken, die ijlings op de vlucht slaan. Via het ruime parkeerterrein, waar in het skiseizoen de liften op volle snelheid draaien, lopen we door een geurend sparrenbos naar het plateau op 1.300 meter. Dat ziet er ruw en kaal uit, maar blijkt een bijzonder waardevol gebied te zijn waar honderden soorten planten en bloemen een natuurlijke habitat hebben. Maar daar komen de wolken weer aanzetten en binnen de kortste tijd zien we geen steek meer voor onze ogen. Geen enkele reden tot paniek, sust Valérie, en met stevige tred laveren we door gordijnen van mist en regendruppels naar plekjes die alleen mijn geoefende begeleidster kent. De Zwitsers aan de overkant hebben de zon weer teruggejaagd naar Frankrijk en even later geniet ik van prachtige vergezichten op piepkleine dorpjes in de diepte en dansende heuvelruggen.

Onze tips:

Grand’ Combe-Châteleu: piepklein dorpje op de grens met Zwitserland, bekend om zijn opvallend vele traditionele boerderijen met een tuyé of enorme rookkamer met piramidevormige schoorsteen waar traditiegetrouw – ook nu nog – worsten en charcuterie gedroogd en gerookt worden. In het heemkundig museum van het dorp, een voormalige boerderij, hebben vrijwilligers niet alleen het vele traditionele landbouwalaam uit de Haut-Doubs tentoongesteld maar ook voorwerpen uit het eenvoudige dagelijkse leven.

Baume-les-Messieurs: de druipsteengrot aan de waterval zal gezinnen met kinderen zeker bekoren. Deze grot, zoals er in het karstgebergte van de Jura wel meer zijn, is erg populair, niet alleen door de klassieke verschijnselen als stalagmieten, stalactieten, gordijnen en grillige formaties, maar vooral door de fenomenale hoogte van de plafonds in de enorme zalen. Ook huisvest de grot een grote kolonie vleermuizen.

Château-Chalon: wijndegustatie op het schitterend gelegen wijndomein van de familie Berthet. Bij het proeven van de vijf AOC’s Château-Chalon dist landbouwingenieur en wijnmaker Jean je talrijke weetjes op over het ingewikkelde wijnbouwproces van sommige Jurawijnen. Voor het sap van de savagnindruif vin jaune wordt, rust het in eeuwenoude gewelvenkelders zes jaar en drie maanden in een deels open vat, waardoor zich een gistlaag vormt waaronder de wijn rijpt (wijnterm: sous voîle), diepgeel kleurt en een sherryachtige smaak krijgt.

Praktisch:

Het Juramassief, een geologisch interessant middengebergte, strekt zich uit over een lengte van ongeveer 230 kilometer aan weerszijden van de grens tussen Zwitserland en Frankrijk. Het Franse Juragebergte strekt zich uit over de departementen Doubs en Jura in de regio Franche-Comté met hoofdstad Besançon en het departement Ain in de regio Rhône-Alpes. De twee andere departementen van de Franche-Comté, met name Haute-Saône en Territoire de Belfort, behoren dus niet tot het Juragebergte.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Straatsburg bezoeken, én genieten van de natuur en de rust!

..."
"
Vlamingen Eli en Evelyne De Maeyer trokken naar Agonac in de Dordognestreek om hun droom waar te maken.
..."
"

Mas La Forestière is een luxueuze vakantievilla voor 8 à 10 personen in de Alpes-de-Haute-Provence in Zuid-Frankrijk.

..."
"

La Villa Verde betekent 'L' Art de vivre' aan de Azurenkust in het residentiële Boulouris, St. Raphaël.

..."
"

In de Gard nabij Uzès en kortbij Avignon en Nïmes ligt Mas du Temple, een luxe nieuwbouwvilla die je kan huren voor korte en lange verblijven.

..."
"

Luc en Cindy ruilden hun restaurant in Maasmechelen in 2017 voor een chambres d'hôtes en table d'hôtes in de rustige en landelijke Auvergne.

..."
"

Welkom bij Belgen in Zuid-Frankrijk! L’ Ancien Mas Bouzige ligt in het departement Gard, tussen de Cevennen, de Ardèche, de Provence, de Camargues en de Middellandse Zee.

..."
"

In de Provence ligt in Séguret – een van de ‘Plus Beaux Villages de France’ - het ‘Domaine de Cabasse’.

..."
GRANDE reporter Gert Van Wichelen
bezocht deze B&B en schreef:
"

In de vallei van de Dordogne ligt net buiten Souillac het vakantiedomein Le Manoir.

..."
"

In het gezellige kustdorpje Ambleteuse aan de Opaalkust word je hartelijk verwelkomd door gastvrouw Jennifer in hotel Les Argousiers.

..."