Caribbean Queen: stap mee aan boord van de Star Clipper

Voor heel wat reizigers vormt het nog steeds een van die pure droombestemmingen, een onbereikbaar lijkende fata morgana van wuivende palmbomen, hagelwitte stranden, diepblauwe cocktails en een onbedorven ‘pluk de dag’-sfeer. Het pure paradijs, quoi. Ook nu we met zijn allen naar de verste uithoeken van de wereld trekken, blijft de aantrekkingskracht van die hemelse Caraïben helemaal intact. GRANDE.be ging de X-factor van dit beeldige stukje aardbol uittesten aan boord van de Star Clipper, een schitterende viermaster die garant staat voor een onvergetelijke reiservaring.

Eén week zeilen tussen schatten van eilandjes, op de soms ongegeneerd turkooizen Caraïbische Zee, laverend tussen postkaartperfecte settings, fotogenieke zonsondergangen en de sexy exotiek van een eeuwig paradijs. Dat zou de ruggengraat van deze reis vormen. En zo zou ook geschieden… Thuisbasis voor dit weekje dolce far niente is de Star Clipper, een goed uit de kluiten gewassen zeilschip dat plaats biedt aan 170 passagiers en 72 personeelsleden.

De Caraïben vormen het ideale decor, niet alleen vanwege het idyllische karakter, maar ook omdat zo’n viermaster veel wendbaarder is dan de gigantische cruiseschepen die tegenwoordig de wereldzeeën bevaren. Resultaat: je raakt doorgaans veel dichter tot bij de aanleghavens zodat je minder met kleine bootjes (‘tenders’ in het jargon) moet pendelen tussen land en schip.

“On ne rit pas avec la sécurité, madame”

Ons zeilavontuur start aan de kade van Philipsburg, het zuidelijke havenstadje op Sint-Maarten, het hevig heuvelende eiland dat Nederland en Frankrijk onder elkaar verdelen. Sint-Maarten is niet meteen het interessantste Caraïbische eiland maar vormt wel een goede inleiding op wat volgt: je ontdekt er alle clichématige ingrediënten die je van een exotische cocktail verwacht: oogstrelende (maar helaas ook goed volgebouwde) landschappen, maanvormige baaien, een kleurrijke mensenmix en (zeker in het Nederlandse gedeelte) casino’s en andere oorden van vertier.

Die curieuze mix laat je meteen achter jou wanneer je aan boord bent van je hotel voor de komende week: de glimmende en trotse Star Clipper. Onder een toeschuivend wolkendek (ook in het ‘droge’ seizoen blijven Caraïbische onweders graag de natuur onderhouden) zien we de andere gasten druppelsgewijs de aanlegsteiger betreden. De sfeer heeft iets weg van een schoolreis waar je als kind zo lang naar had uitgekeken: nauwelijks ingehouden opwinding, brede vakantiesmiles en elkaar besnuffelende passagiers zijn daar de veruitwendiging van. Uiteindelijk blijken we met 125 passagiers te zijn die de komende week met elkaar zullen doorbrengen. Niet dat je op elkaars lip leeft, maar de ruimte op zo’n zeilschip is nu eenmaal beperkt.

Net vooraleer de Star Clipper het ruime sop kiest, blaast iedereen verzamelen aan de Tropical Bar op het benedendek voor de veiligheidsbriefing. We maken er kennis met Philip, de purser van het schip en in die hoedanigheid zich ontpoppend tot manusje-van-alles: personeelschef, zee-expert, entertainer, klachtenboek, kleine-probleempjes-oplosser: de Zweed doet het allemaal met een flair die heel vanzelfsprekend lijkt, maar ook vele jaren ervaring in het vak verraadt. En o ja, een taalwonder is hij ook nog: met sprekend gemak leest hij in het Frans tijdens de veiligheidsbriefing een gibberende dame de les die blijkbaar nog iets te veel last had van het schoolreissfeertje (“on ne rit pas avec la sécurité, madame”) om even later zijn driloefening in even vloeiend Duits en Engels te herhalen. Straffe jongens, die Zweden.

Conquest of paradise (herh.)

Die avond gaan de gasten voor het eerst aan tafel. In tegenstelling tot grote cruiseschepen die duizenden passagiers huisvesten, heb je hier niet de keuze tussen elvendertig restaurants en evenveel bars. Alles gebeurt dus in één hoofdrestaurant, maar dat biedt dan wel doorgaans een bijzonder lekkere keuken met een interessante wijnkaart.

Tijdens het diner maken we kennis met Steven en zijn echtgenote Enrica, een al wat ouder Canadees echtpaar dat voor de tweede keer een zeilreis op de Star Clipper geboekt heeft. Dat zeilen is voor hen van zeer groot belang, net als voor de meeste gasten trouwens. Zeilen zien ze als een way of life, een magisch fenomeen dat ze met veel intensiteit willen beleven. Wanneer die avond rond de klok van tien voor de eerste keer de zeilen worden gehesen, bevinden alle passagiers zich dan ook op het bovendek om het spektakel met eigen ogen te aanschouwen. De matrozen trekken en sleuren zich de pleuris terwijl kapitein Peter (ook een Zweed) de werkzaamheden met een lichte nonchalance gadeslaat. Die Peter ziet er trouwens een beetje uit als kapitein Iglo: een bebaarde man van middelbare leeftijd die vast het grootste deel van zijn leven op de woeste wereldzeeën heeft doorgebracht. Met deze man kan je naar de oorlog, zoveel is duidelijk.

Terwijl de Star Clipper de wind in de zeilen krijgt, knalt uit de boxen de zwierige Vangelis-deun Conquest of Paradise. De lachspieren van ons, nuchtere Europeanen, worden daarbij enigszins op de proef gesteld, maar de Amerikanen aan boord vinden het allemaal 'amazing'! Dat weten ze bij Star Clipper ook wel, want de hele week lang zal die Conquest of Paradise-deun ons vergezellen telkens wanneer het schip zijn aanlegplaats verlaat. Een nieuwe oorwurm is geboren…

Welkom in de 20ste eeuw!

Gelukkig bevinden zich op de Star Clipper nog vele andere bronnen van vermaak. Een niet-onbelangrijk deel van de fun wordt aangeleverd door onze medepassagiers. Op het eerste gezicht lijken ze misschien wat serieus en stijfjes, maar al snel ontpoppen ze zich tot ware poelen van jolijt. Zo worden we elke dag weer geamuseerd door een dame op leeftijd die door het schip schrijdt als ware ze op de Queen Mary. Bovendien lijkt haar rechterhand vergroeid te zijn met een glas wijn (of nog beter: een glas bubbels) dat continu met haar mee paradeert. Very glamorous indeed!

Daarnaast wordt onze nieuwsgierigheid danig op de proef gesteld door een zeer intrigerend koppel. Andreas en Annemaria komen uit Duitsland en houden er blijkbaar een heel aparte relatie op na. Je moet weten: haar schatten we 85, hem 35. Hij stelt zich voor als haar ‘personal trainer’. Zij geniet van zijn tedere gezelschap. Fascinerend, die menselijke soort…

Ander opmerkelijk gezelschap vormt het duo Bonnie en Joan. Beide dames (de ene rank als een hoog opgezette ladder, de andere volslank met de nadruk op het eerste deel van die term) kunnen op zijn Amerikaans uren kakelen over koetjes en kalfjes en doen dat bij voorkeur op een torenhoog geluidsniveau. Later op de avond zetten ze hun conversaties steevast voort aan de toog van de Tropical Bar, bij het nuttigen van meerdere glaasjes witte wijn, een ritueel waarbij Joans neus geheid van roze naar dieprood overschakelt.

Geregeld worden we ook geëntertaind door het koppel Charity en Marty. Zoals haar naam al doet vermoeden, gaat Charity door het leven als een braaf diepgelovig dametje. Haar vriend Marty is dan weer de verpersoonlijking van de typical American bloke, even naïef als breedgeschouderd. Ze vinden ons alvast zo aimabel dat ze graag al hun diepste zielenroerselen met ons delen. Wij garanderen je: heel boeiende tafelconversaties!

Tot slot willen we je in de categorie ‘curieuze personages’ ook voorstellen aan Charlie. Deze Hongaarse zestiger ontpopt zich tot de artiest-fantasist van dienst. Bij valavond showt hij zijn pianokunsten in de bar. Dat doet hij bij voorkeur in fantastisch glimmende Las Vegas-pakjes. Haal die zonnebrillen boven! Na het diner verhuist hij zijn hele hebben en houden naar buiten, naar de Tropical Bar, maar niet vooraleer hij met een ietwat gepijnigd verstrooide professorblik de technische gevolgen daarvan (draden verhuizen, stekkers inpluggen, boxen testen, keyboard installeren…) heeft ingeschat. Maar het geduld van de passagiers wordt beloond wanneer olijke Charlie (op gevorderde uren met zijn Hawaï-hemd in tenue décontractée) de dansvloer open verklaart en live eigen interpretaties van tijdloze klassiekers als ‘Let’s twist again’ offreert. Daar gaan de eerste beentjes de lucht in! Halfweg de cruise willen we wel eens weten of Charlie ook meer hedendaagse melodietjes in huis heeft. Ziehier de korte conversatie: “Charlie, can you play us a 21st century tune?” Waarop een verbouwereerde Charlie uitroept: “Twenty what??”

Hi man!

De andere helft van de 'fun-in-the-sun'-factor wordt op zo’n cruise natuurlijk bepaald door de ontdekking van al het moois dat de Caraïben te bieden hebben. Voor wie er voor de eerste keer naartoe trekt, vormt een Star Clipper-cruise de perfecte manier om op relatief weinig tijd toch al een aanzienlijk deel van de eilandencollectie met een bezoek te vereren.

Onze route leidt door de Leeward Islands, een groep eilanden die behoort tot de Kleine Antillen en op de scheidingslijn ligt tussen de Caraïbische Zee en de Atlantische Oceaan. Dat durft wel eens voor wildere zeeën te zorgen. De eerste twee nachten deint het schip dat het een aard heeft. Voor minder ervaren zeebonken lijkt het wel alsof we met man en muis vergaan, maar de crew is duidelijk veel meer gewoon (“Hebt u ooit de Atlantische oversteek gedaan, meneer?”) en verwijst een dergelijk gedrag ingehouden gniffelend naar de categorie ‘toeristenaanstellerij’. Gelukkig blijken overdag de Caraïben er wél heerlijk paradijselijk bij te liggen.

Onze eerste stop, het onooglijke Nevis, stelt al bij al niet zoveel voor. We komen aan land in hoofdstad Charlestown op een luie zondagmiddag. De zon voelt als lood terwijl de luchtvochtigheid ons als een kleffe handdoek omringt. De ietwat vervallen koloniale architectuur verraadt een twijfelachtige economische toestand, maar gelukkig behouden de inwoners hun typische Caraïbische flair. Wanneer we even buiten de aanlegsteiger een koekeloerende, stevig uit de kluiten gewassen local tegenkomen (zo’n type dat eruitziet als een reggaezanger die wiet rookt), zegt die tussen neus en lippen: “Hi man!” Geweldig die clichés! Niet dat het eiland gespeend is van enige bezienswaardigheid: onder meer de botanische tuin en de hoog oprijzende Mount Nevis zijn zeker de moeite waard.

‘s Anderendaags staat een gelijkaardige stop op het programma: Dominica, een eiland met 60.000 zielen dat als een onafhankelijk land door het leven gaat. Wie houdt van weelderig begroeide bergen, kronkelende riviertjes en deugddoende warmte-onweders, zit hier gebeiteld. Het plaatselijke regenwoud bezit immers tal van unieke planten- en diersoorten. Vooral vogelliefhebbers kunnen er hun hartje ophalen.

In de categorie ‘lilliputterstaatjes’ doen we later op de week ook Antigua aan, dat net als Barbuda een curieus onafhankelijk landje vormt. Hoofdstad Saint John’s leeft helemaal op het ritme van de cruiseschepen (als je van boord gaat, word je haast overvallen door tientallen gidsen en chauffeurs die hun diensten aanbieden) en heeft op zich niet zoveel om het lijf, ware het niet dat de alomtegenwoordige rommeligheid en verwelkte grandeur een aandoenlijke charme bieden. Toer zeker eens het hele eiland rond (via Star Clipper kun je onder meer kajaktochten en avontuurlijke ontdekkingstochten in het regenwoud reserveren) en laat je betoveren door zoveel pure Caraïbische schoonheid. Natuurlijk mag je de onbeschaamd paradijselijke stranden niet links laten liggen. Antigua telt er nogal wat, en wat is het heerlijk er een namiddag door te brengen in het zijdezachte witgele strand dat in een postkaartperfecte baai heel zoetjesaan afglijdt naar een onvoorstelbaar heldere turkooizen zee…

Franse flair

De leukste en interessantste haltes op deze cruise vinden we op het Franse trio Îles des Saintes, Guadeloupe en Saint-Barthélemy. Het fijnste aspect ervan is dat het door en door Franse oorden zijn: je kunt er gezellig de krant Le Monde lezen 'avec un petit café' op een terrasje in de schaduw van het Hôtel de Ville, bevlagd met de Franse driekleur. En dat op 8.000 kilometer van huis!

Anderzijds biedt dit Frankrijk onder de tropen heel wat verscheidenheid. Îles des Saintes bekoort je vooral door de verbluffende natuurlijke setting. De Star Clipper meert er aan tussen een collectie bloedmooie eilandjes die op zich al de ‘Caribbean dream’ voorstellen. Wanneer we die avond uit dat haast te-mooi-om-waar-te-zijn-droomdecor vertrekken, speelt de ondergaande zon verstoppertje met enkele bloemkoolwolken. Naarmate de zon zakt, krijgt de hemel alle tinten van roze, violet en dieppaars, waarna we vervolgens getrakteerd worden op een intense sterrenhemel.

‘s Anderendaags zijn we in Guadeloupe aanbeland. Samen met het zuidelijker gelegen Martinique vormt Guadeloupe de belangrijkste Franse nederzetting in de Caraïben. De tijd is helaas te kort om dit relatief grote eiland grondig te gaan verkennen. Maar Léon Raaijmaakers biedt ons een krachtige stoomcursus. Léon is een sympathieke Nederlander die het Langley Resort Fort Royal Guadeloupe runt. Vanuit aanlegplaats Grande Anse leidt hij ons over typisch Franse nationales naar de Plage de Grande Anse, een werkelijk adembenemend mooie baai waar geen enkele valse noot te ontwaren valt: een helderblauwe zee en een halvemaanvormig strand omringd door diepgroene heuvels vormen samen een zo perfect plaatje dat het bijna pijn aan de ogen doet. Nog meer moois ontdekken we even verderop in de botanische tuin van Deshaies. Dat is niet zomaar een parkje maar een uitgestrekt domein vol pittoreske waterpartijen en een magnifieke bloemen- en plantenpracht. Deze tuin was ooit eigendom van de overleden comédien Coluche, in Frankrijk nog steeds een ware legende.

Flesje wijn: 950 euro

De laatste stop van de Star Clipper-week bevindt zich eveneens op Frans grondgebied: Saint-Barthélemy (‘Saint-Barth’ of ‘Saint-Barts’ op zijn Engels) is de laatste decennia uitgegroeid tot speelplaats van 'the rich and famous'. Talrijk zijn de sterren die verscholen in de weelderige heuvels over een vaak potserige villa beschikken. Verspreid over het mini-eiland vind je ook een aantal luxehotels die met elkaar wedijveren voor de grootste suites en het schitterendste zeezicht.

Wij besluiten de dag te beginnen in ‘hoofdstad’ Gustavia. Zoals dat gaat in dergelijke mondaine oorden, kun je er in een oogwenk je bankrekening plunderen in glimmende winkels van de Louis Vuittons en Diors van deze wereld. De straten zijn er meticuleus proper, de schattige huisjes blinken in de zon en aan de haven laten indrukwekkende jachten zich schaamteloos bewonderen.

Na de middag trekken we naar het strand van Saint-Jean, een van de plages mythiques van Saint-Barth. We stuiten er onder meer op de gasten van Nikki Beach. Net als in het bekende moederhuis in Saint-Tropez luieren ze er de dag weg in strakke witlederen fauteuils of in het zachte zand. Bij voorkeur gebeurt dat in het gezelschap van hilarisch dure wijnen of champagnes. Op een krijtbord staan argeloos flessen wijn van meer dan 900 euro aangeprezen… Il faut le faire! Maar zo gaat dat hier: het kan maar goed zijn als het ook duur is.

Die avond laten we ons onder een met wolkenplukjes opgevrolijkte hemel voor een laatste keer naar de Star Clipper brengen. Het wordt een avond van afscheid. Vaarwel aan de soms grappige, vaak intrigerende en altijd gezellige medepassagiers, vaarwel aan de onvergetelijke zonsondergangen, vaarwel aan de vrolijke Star Clipper-staf en bovenal vaarwel aan de grandioze natuurpracht en exotiek van de Caraïben.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels