Geroosterde sprinkhanen of foie gras
“Geroosterde sprinkhanen heb ik al gegeten, gekocht bij een madammeke dat – dacht ik toen – gebakken garnalen verkocht. Ik vond het niet echt lekker.”
Tentje of roomservice?
“Liever roomservice. Ik heb genoeg met de tent rondgetrokken tussen mijn achttiende en twintigste. Begin de jaren 1970 – in volle hippieperiode – ben ik in zes maanden tijd met mijn tentje naar Kathmandu gereisd: eerst een lift naar Lyon en dan naar Italië, Griekenland, Turkije… Van daaruit ging het met minibusjes en treinen tot in Nepal. Na veertien dagen rondzwerven in Kathmandu ben ik dan via hetzelfde traject teruggekeerd. Ik moest wel liften: ik had amper nog geld op zak, maar wel luizen en een Afghaanse jas van geitenwol die uit zichzelf begon te bewegen. (lacht)”
Inpakken en wegwezen of goed voorbereiden?
“Wij bereiden onze reizen nagenoeg niet voor. We zijn ooit naar de Dominicaanse Republiek getrokken, louter afgaande op een foto van een plastic banaan achter een speedbootje, iets wat de kinderen in één of ander magazine gezien hadden. Ter plekke bleek die banaan stuk. Wij zorgen voor een vlucht en een hotel, maar niet meer dan dat.”
Zon of sneeuw?
“Geen van beide! Aan skiën heb ik een godgloeiende hekel, maar dat geldt voor elke sport waar ik een andere broek voor moet aantrekken. En op een strand liggen te bakken, interesseert me ook niet. Ik kan trouwens veel makkelijker relaxen in een land waar het iets frisser is.”
Landgenoten: vermijden of verbroederen?
“Ik ga hen zeker niet opzoeken, maar als er landgenoten in een straal van vijftig meter lopen, hebben ze me natuurlijk meteen gezien. Als het leuke mensen zijn, sla ik graag een praatje. Tijdens een bezoek aan de piramides van Cheops bleken er, toen ik buitenkwam, twee bussen van Jetair te staan. Toen was het hek volledig van de dam.”
Snelweg of veldweg?
“Ik vond de wegen in Noorwegen heel goed, omdat je er niet sneller dan negentig mag. Je hebt er niet de behoefte om sneller te rijden: onderweg is er niets dat je zenuwachtig maakt. Als je in België van Brussel naar huis moet, dan ben je al opgedraaid nog voor je goed en wel uit de stad bent. Nu ja, de Nederlanders klagen wel over onze wegen, maar zij komen ze stuk rijden! (lacht)”
Wereldkeuken of Belgische hap?
“Als ik in een ander land ben, bestel ik steevast een gerecht dat ik niet ken. Al gebeurt het dan wel eens dat ik iets op mijn bord krijg dat er niet altijd even smakelijk uitziet, zoals haggis in Schotland. Maar ik wil alles wel eens proberen. In Noorwegen logeerden we bij een schrijfster en we kregen er bijna elke dag elandvlees: eland in de spaghetti, elandsteaks… De Noren hebben niet zo’n goede reputatie wat koken betreft.”
Het Louvre of raften in de Pyreneeën?
“Het Louvre, als ik in Parijs ben. Ik ga er niet speciaal naartoe, want Parijs trekt me niet zo aan. Ik hou niet van de mentaliteit.”
Zonsondergang of zonsopgang?
“Liefst een zonsondergang, voor het andere moet je je wekker zetten. In Egypte werden we elke dag uit ons bed gelicht voor een excursie naar één of andere tempel, maar je krijgt uiteraard overal hetzelfde verhaal.”
Eén lange vakantie of veel korte breaks?
“Citytrips, daar doen we niet aan mee. Ik hou van rust: we wonen op de buiten, het is er heel stil en ik heb dieren. Ik hoef hier niet meteen weg.”
Taxi of liften?
“Een taxi. Ik ben 58 en ik heb genoeg gelift. In Venetië heb ik ooit staan liften: de mensen stopten, maar hun autootjes waren zo klein dat ik er met mijn rugzak niet bij kon. Ik ben toen wel meegereden achterop een vespa – met een zware rugzak – en toen ik afstapte, zakte ik door mijn benen: die waren verlamd door de spanning op mijn rug.”
Sjamaan of reisverzekering?
“Ik kom weliswaar uit een generatie van biologisch boeren en tuinieren en al die zaken interesseren me mateloos, maar doe mij toch maar de reisverzekering. Die natuurremedies tracht ik met enige nuchterheid te benaderen, omdat het vaak om geneeswijzen gaat die stammen uit de tijd toen er niets beters was. Ik sta er wel voor open, maar ik vertrouw het toch niet helemaal.”
All-in of zelf ontdekken?
“Ik ga graag naar een land waar iemand woont die ik ken, zo kom je meteen op de meest interessante plaatsen terecht en ontwijk je alle valstrikken. Ooit werd in een hotel ‘swimming with the dolphins’ aangeboden. Onze kinderen wilden dat uiteraard doen. We moesten heel vroeg op, want we hadden een rit van vier uur voor de boeg. Bleek dat we in nog tien andere hotels moesten stoppen en uiteindelijk terechtkwamen bij een zwembad met vier dolfijnen. De kinderen mochten even aan die dolfijn hangen en dat was het. Zelden zoveel beteuterde gezichten gezien.”
Urbanus is komiek, zanger, acteur en stripauteur.
Dit interview verscheen eerder in het reismagazine GRANDE.












