zaterdag 04 september, 2010 - 01:00

Grande Award

Erika Van Tielen wint derde GRANDE Award

‘Grenzeloos. Reis langs het IJzeren Gordijn’

Het was wat de Engelsen ‘a close call’ noemen: een overwinning met slechts een duimbreed voorsprong. Voor de nummer twee, Annick Ruyts met haar tv-reeks ‘We are from Belgium’ is het dus een net-niet-verhaal geworden. Dat maakt de verdiensten van ‘Grenzeloos. Reis langs het IJzeren Gordijn’ er natuurlijk niet minder op: dankzij dit boek en de gelijknamige reportagereeks in ‘Vlaanderen Vakantieland’ leerden we met zijn allen een onbekend stuk Europa kennen waar twintig jaar na de val van de Muur het gewicht van de geschiedenis nog steeds goed voelbaar is. Met zowat 6.500 stemmen sleept dit bijzondere reisproject de GRANDE Award 2010 in de wacht. De perfecte gelegenheid voor een gesprek met hét gezicht ervan: rising star Erika Van Tielen.

Tekst: Kevin De Vos

Ze is net terug uit Midden-Amerika en ook de volgende reis zal niet lang op zich laten wachten: Erika Van Tielen behoort echt niet tot de categorie van de huismussen: “Koffers inpakken vind ik zalig!”

Heb je voor ‘Grenzeloos’ vaak je koffers moeten pakken?

“Maar één keer, want we hebben op twee weken tijd alles opgenomen. Het is natuurlijk uitzonderlijk dat we voor Vlaanderen Vakantieland zo lang in het buitenland vertoeven, maar ‘Grenzeloos’ was natuurlijk veel meer dan een gewone reportage. De reeks werd gestoffeerd met geschiedkundige achtergrond en zat boordevol informatie. De GRANDE Award betekent een extra erkenning voor het geleverde werk, én natuurlijk ook voor het boek waarop de tv-reeks gebaseerd was.”

Ben je wel met een gerust gemoed aan dit project begonnen? Reizen langs het voormalige IJzeren Gordijn klinkt wel leuk als idee, maar levert niet de meest sexy bestemmingen op?

“Vóór mijn afreis spookte inderdaad de vraag ‘wat moet ik daar nu gaan doen’ door mijn hoofd. Ik had het een beetje gehad met Duitsland: mijn grootmoeder was Duits en een deel van mijn familie woont nog altijd in Nordrhein-Westfalen. Daardoor werd ik vaak naar Duitsland meegesleurd. Maar uiteindelijk ben ik positief verrast. Natuurlijk zijn er spectaculairdere bestemmingen, maar dit vergeten stukje Duitsland heeft veel meer te bieden dan je zou denken. Vooral de afwisseling viel me op: je hebt langs het vroegere IJzeren Gordijn grote meren, idyllische fietsroutes, beeldschone landschappen en Lübeck als originele citytrip. En dat op maximaal 600 kilometer van Brussel. Bovendien geven de bijzondere geschiedenis en de vele verhalen van de inwoners je reis naar die regio een grote meerwaarde. Dat zijn de reportages die ik in de toekomst nog meer wil maken: reisverhalen die net iets verder gaan dan gewoonlijk, zonder belerend of zwaar op de hand te worden.”

Heb je zelf uit de reeks veel geleerd?

“Natuurlijk, want toen de Muur viel, was ik zes jaar, niet meteen een leeftijd waarop je je bewust bent van de grote politieke gebeurtenissen. Sowieso is er mijn persoonlijke Duitsland-link waardoor ik me toch net ietsje meer bij de geschiedenis van het land betrokken voel. Vandaar dat ik de vele verhalen van de mensen aan beide kanten van de Oost-Westgrens zo boeiend vind. Het idee ‘het Westen is goed, het Oosten is slecht’ gaat door al die verhalen toch wel een beetje vervagen. Natuurlijk hebben sommigen in Oost-Duitsland erge dingen gedaan, maar een politiek klimaat kan dat makkelijk in de hand werken. Als burger houdt zo’n politiek systeem je gegijzeld en dan komt de stap ‘ik zal maar meedoen om mezelf niet in nesten te werken’ gevaarlijk dichtbij.

Zie je anno 2009-2010 nog een scheidingslijn tussen Oost- en West-Duitsland?

“Zo cru zou ik het niet durven te stellen, maar hier en daar merk je toch nog verschillen. Zo logeerden we voor ‘Grenzeloos’ in een aantal hotels aan de oostkant, die duidelijk nog geen haar veranderd waren. Grote ongezellige gebouwen waren het, met van die gigantische refters. Zelfs de planten zagen er miserabel uit. Heel speciaal. Maar voorts zie je weinig verschillen. Misschien zit de grootste scheidingslijn nog in de hoofden van de mensen. Uit hun verhalen kun je opmaken dat die hele geschiedenis nog niet helemaal verteerd is.”

We kennen jou nu vooral als Vlaanderen Vakantieland-reporter, maar durf jij je een echte reiziger te noemen?

“Toch wel. Dankzij mijn ouders heeft dat er altijd wel ingezeten. In ons gezin hadden we immers de gewoonte om regelmatig op reis te gaan. Sinds ik op eigen benen sta, trekken vooral verre reizen me aan. Zuidoost-Azië, Afrika, Latijns-Amerika… in al die regio’s heb ik minstens enkele landen bezocht. Sowieso is het reisen an sich, het onderweg zijn, even belangrijk als de bestemming zelf. Voor een groot deel bepaalt dat aspect de fun. Minstens één verre reis per jaar is mijn doel. Dat ik voor mijn werk vaak in het buitenland verblijf, heeft mijn reisdrang zeker niet doen verminderen. Integendeel, ik hou ervan om het lekker druk te hebben en regelmatig te vertrekken. Ik kom graag thuis, maar heel lang moet dat thuisblijven nooit duren. Als ik er één bestemming uit zou moeten pikken, zou ik zelfs niet weten wat te kiezen. Ik vind alles even interessant.”

Zou je naar een bepaald land kunnen verhuizen?

“Ondanks het feit dat ik dolgraag reis, vind ik België zo slecht nog niet. Iedereen klaagt wel over het weer en zo, maar dat is niet essentieel. Hier kan ik naar de bioscoop wanneer ik dat wil of kan ik een gezellige avond op restaurant doorbrengen. In veel zogenaamde paradijselijke bestemmingen behoort dat vaak niet tot de mogelijkheden. Natuurlijk is een exotisch strand met palmbomen fantastisch, maar na een week ben ik dat strand gewoon beu. Niets gaat zo snel vervelen als het paradijs.”