Wie wint de GRANDE Award 2011?
10 vragen aan Rob Vanoudenhoven:
“Vreemde virussen en stijve tepels”
Eigenlijk was het gekkenwerk: met negen duo’s (telkens één ouder met tienerzoon of –dochter) zes weken lang stroomopwaarts van monding tot bron de Amazone verkennen doorheen Brazilië en Peru. Maar het leverde wel een bijzonder meeslepende tv-reeks op. Vandaar dat de GRANDE-lezers de vierde GRANDE Award toekennen aan ‘Missie Amazone’ dat zo gekroond wordt tot ‘beste reisproject van 2010’. Zowat een jaar na de opnames van het programma blijft het voor presentator én reisleider Rob Vanoudenhoven een beklijvende onderneming: “Voor mij had deze reis zes maanden mogen duren.”
1
Proficiat Rob. Je vervoegt het mooie lijstje van voormalige GRANDE Award-winnaars Martin Heylen, Nic Balthazar en Erika Van Tielen. Wat doet dat met een mens?
“Eerlijk: ik ben blij verrast. Ik had nooit gedacht dat ‘Missie Amazone’ het zou halen. Anderzijds ben ik erg tevreden dat de GRANDE-lezers, toch een publiek van fervente reizigers, dit project naar waarde weten te schatten.”
2
Het cliché luidt ‘reizen is leren’. Heb je dat tijdens deze reis kunnen ervaren en wat heb je dan precies geleerd?
“Reizen is inderdaad leren. Ik kende Brazilië al langer omdat ik voor het programma ‘Via Vanoudenhoven’ ooit eens een bezoek heb gebracht aan de beroemde indiaan Raoni. Maar ook nu weer viel me de totaal andere levensstijl van de mensen op. Je leert er hoe je op een veel rustigere manier kan leven en dat de westerse zoektocht naar steeds grotere rijkdom zeker niet naar meer geluk leidt. Mensen gaan er naar de basis van het leven en worden niet geleid door onze ratrace. Nu ja, ik weet ook wel dat je dat niet mag overromantiseren. En natuurlijk speelt ook het betere klimaat een rol. Hoewel dat soms kan tegenvallen. Tijdens onze expeditie hebben we eens een koudegolf vanuit de Andes over ons heen gekregen. Daardoor hebben we zelfs een tijdlang met stijve tepeltjes rondgelopen” (lacht).
3
Heb je zelf al je levensstijl aangepast?
“Toch wel. Vanaf ‘s morgens vroeg de nieuwswebsites afschuimen, kranten lezen, de journaals bekijken…, ik doe dat nog wel, maar toch minder dan vroeger. Weet je dat ik tijdens de opnames van ‘Missie Amazone’ het internet totaal niet gemist heb? Zelfs de Tour de France die toen plaatsvond, heb ik er niet gevolgd. Je leeft gewoon te intens met de mensen rondom jou en met de gebeurtenissen die je er je dag bepalen. De natuur, het eten; het slorpt je allemaal op. Hier in België probeer ik ook het sociale karakter van de locals in Zuid-Amerika te behouden. Mensen praten daar nog met elkaar, hé. Daardoor word je ook veel makkelijker in hun gemeenschap opgenomen. Hier wordt dat steeds zeldzamer. Ik wil niet te negatief klinken, maar ik heb stellig de indruk dat steeds meer mensen opgesloten zitten in hun eigen weelde. En dat leidt alleen maar tot meer angst. Vandaar dat ik alvast een heer in het verkeer probeer te zijn. Zelfs als ikzelf iemand doorlaat zal ik parmantig mijn hand opsteken, onder het motto ‘dank u dat ik u heb doorgelaten’. Zo ver is het al gekomen.”
4
Wil je zelf ooit uit onze jachtige levensstijl stappen?
“Samen met mijn gezin denk ik daar inderdaad serieus over na. Een verhuizing naar bijvoorbeeld Costa Rica zie ik helemaal zitten. Je kan daar dan een eigen zaakje opstarten en elke ochtend met frisse zin weer opstaan. Samen met enkele vrienden die al eens twee maanden in Argentinië doorbrachten, hebben we daar al intens over gemijmerd.”
5
Ik hoor je telkens over Latijns-Amerika praten. Voel je met dat werelddeel de grootste affiniteit?
“Deels is dat toeval omdat het werk mij al vooral naar daar heeft geleid. Ik zou best nog vele andere delen van de wereld willen ontdekken zoals Zuid-Oost-Azië. Indonesië moet prachtig zijn! Maar het is waar, voor Latijns-Amerika heb ik toch wel een zwak. De mensen zijn er echt warm en aangenaam. Neem nu de Brazilianen, dat zijn echt fijne mensen. Eén voorbeeldje maar: je hoort er weinig mensen die hun stem verheffen. Bovendien is het land echt wel aan het boomen; je vindt er alles wat je maar nodig hebt. Ook de taal, die zangerige versie van het Portugees, spreekt mij enorm aan. En je kan er heel lekker eten! Weet je, een land als Frankrijk vind ik ook erg de moeite. Ik heb er al grote delen van bezocht en telkens weer keer ik tevreden terug. Maar om daar te gaan wonen? Neen, dat is toch veel te dichtbij.”
6
Stel: ik wil binnenkort naar de landen die jij voor ‘Missie Amazone’ hebt bezocht. Welke plek moet ik zeker gezien hebben?
“Ik denk spontaan aan het drielandenpunt Brazilië-Peru-Colombia. Je ziet er het regenwoud veranderen in het hooggebergte. Dat is heel speciaal én bijzonder mooi.”
7
Het is wel een hele onderneming om daar te geraken. De kandidaten van ‘Missie Amazone’ leken het toch wel heel zwaar te hebben. Was het niet té lastig?
“Goh, lastig… Voor mij mocht het nog zwaarder. Maar goed, het was natuurlijk geen zondagnamiddaguitstapje. Je mag ook niet vergeten dat we achttien mensen hebben meegenomen die nog nooit zo’n expeditie hadden ondernomen. Bovendien maakte het ouder-adolescentgegeven de reis er niet makkelijker op. Voor die mensen is er wel een heel nieuwe wereld opengegaan. Vandaar dat er een hechte groep is ontstaan, waar zelfs de kandidaten die al vroeg moesten opgeven nog steeds bijhoren. Ook de banden tussen de ouders en hun kinderen zijn versterkt uit het programma gekomen. Vaak schrokken ze van elkaar onder het motto ‘amaai, ik wist niet dat mijn moeder zo goed haar plan kon trekken’. Ach, fysiek was de reis wel zwaar maar elke ochtend stonden we op in een ander magnifiek décor. Dat is zoals sporten: als je achteraf onder de douche staat, doet dat ook deugd.”
8
Ben jij eigenlijk een echte fan van avontuurlijk reizen?
“Ik zie graag af. Dat is best vreemd want vaak ben ik een ‘bangerik’. Je moet mij hier nu niet vragen om te gaan benjispringen. En vliegtuigen, bah, daar zit ik niet graag in. Maar een reis als deze onderneem ik heel graag, ook al omdat ik de expeditieleider was, zelfs als de camera’s niet draaiden. 24 uur op 24 heb ik mij met die groep beziggehouden, zo goed en zo kwaad als ik kon. Het is best paradoxaal allemaal want sommige dingen laat ik toch liever aan mij voorbij gaan: in de modder ploeteren als je weet dat die vol parasieten zit, de jungle intrekken en tientallen keren gestoken worden… Ik ben zelfs met één of ander vreemd virus huiswaarts gekeerd. Vreemd dat ik door de douane ben geraakt (lacht). Enkele weken geleden ben ik nog hervallen en heb ik een aantal dagen in het ziekenhuis met een hart- en longvliesontsteking doorgebracht. Het valt af te wachten of dat virus ooit uit mijn lichaam raakt. En toch was het plezant, ja. Ik kan dat moeilijk verklaren… Misschien is het wel een onbewuste zoektocht naar kicks.”
9
Met welk gevoel heb je de reis afgesloten, toen je aan de bron van die machtige Amazonerivier stond?
“Dat was een heel dubbel gevoel: enerzijds was ik blij het eindpunt gehaald te hebben, maar anderzijds heb ik toch enkele traantjes gelaten. Deels kwam dat door de spanning die wegviel. Zes weken lang leef je als ploeg onder een bepaalde stress omdat je nu eenmaal een programma aan het maken bent waarvan je het welslagen niet altijd in de hand hebt. Maar het gevoel dat domineerde was toch wel spijt. Spijt dat het gedaan was. Voor mij had het nog zes weken langer mogen duren. Of zes maanden.”
10
Is reizen een verslaving voor jou?
“Ik denk het wel. Ik heb het ook altijd dolgraag gedaan, allicht omdat we het vroeger met mijn ouders nooit vaak gedaan hebben. Ik moet 25 geweest zijn toen ik voor het eerst het vliegtuig nam. Reizen is nooit verloren geld. Ik zou zelfs iets verkopen om toch maar een reis te kunnen bekostigen. Weet je wat het verslavende element is? Onderweg zijn. Luchthavens, stations, hotels… voor mij vormen ze geen beproeving. Ook met de wagen honderden kilometers rijden, doe ik dolgraag. Ik ben pas terug van een weekje skiën met mijn zoon in het Franse Avoriaz. Dat is meer dan negenhonderd kilometer ver, maar ik leg die afstand graag af. Nu, ik hààt skiën. Misschien heeft het ook daar mee te maken.”













