donderdag 11 maart, 2010 - 15:32

Tom Waes

“Mijn tip: nooit bang zijn”

Deze zomer trekt hij met zijn vriendin en drie kinderen naar Londen en Parijs. Tegelijk heeft hij een zwak voor de ruwe natuur en eindeloze vergezichten. Maak kennis met de reizende mens Tom Waes. “Een strandvakantie is echt een straf voor mij.”

“Dat ik al een groot deel van de wereld gezien heb, is minstens voor de helft te danken aan mijn werk. Maar goed, ik reis dolgraag. In 1995 heb ik zelfs enkele maanden door Azië getrokken. Onder meer India, Nepal, Thailand en Indonesië stonden op mijn programma.”

Hier is een Aziëfan aan het woord?
“Absoluut. Ook de supervriendelijke mensen maken er een topbestemming van. Je moet er wel grote moeite doen om echt off the beaten track te geraken. Elke toerist blijkt immers de ‘Lonely Planet’ te lezen, waardoor de plekken en adressen die erin staan, overspoeld worden. Ook de locals lezen trouwens die gidsen. In het noorden van India gingen we eens op zoek naar een adresje dat ‘Fred’s Palace’ heette. Tien kilometer voor onze aankomst sprongen tientallen mannen de bus op die zich allemaal voorstelden als eigenaar Fred, echt onvoorstelbaar. Tussen Bombay en Goa zijn we eens totaal geïmproviseerd van de trein gestapt om op verkenning te gaan. Toen pas begon voor mij het echte reizen.”

Je houdt duidelijk van exotische plekken. Is ook het Hoge Noorden iets voor jou?
“Je mag er mij altijd heen sturen. British Columbia in Canada vind ik bijvoorbeeld geweldig. De desolate landschappen van de Rocky Mountains behoren tot het mooiste wat ik ooit gezien heb.”

Ik heb onderhand het gevoel dat citytrips niets voor jou zijn.
“Het is niet mijn favoriete manier van reizen, maar af en toe kan ik er wel van genieten. Neem nu Rome, wat een prachtige stad is dat! Mijn vriendin en ik hebben daar voor ons tweeën een gids ingehuurd die ons de fascinerendste plekken heeft getoond, aangevuld met deskundig commentaar. Ook op citytrip ga ik dus graag all the way.”

Vakanties dichtbij huis, kunnen we je daarmee verleiden?
“Ik zeg daar niet neen tegen. Ik trek bijvoorbeeld heel graag naar de Nederlandse provincie Zeeland. Ik vind de kusten daar een formidabel alternatief voor de Belgische kust. In Nederland is alles veel minder volgebouwd, je hebt er meer ruimte en de natuur krijgt er nog vrij spel.”

Twee weken aan een zonovergoten strand, is dat iets voor jou?
“Een reis waarbij het enkel daarom draait, beschouw ik als een zware straf. Ik verbleef ooit in een all-inhotel op de Dominicaanse Republiek. Nooit meer. Vooreerst zie je totaal niets van het land, ik had even goed op Cuba kunnen zijn. En tot overmaat van ramp krijg je ‘s avonds steevast een of andere travestietenshow voorgeschoteld. Afschuwelijk!”

Zijn er bestemmingen die je nog zeker wilt ontdekken?
“Marokko, Tunesië en Egypte heb ik al bezocht, maar de rest van Afrika is nog steeds een blinde vlek op mijn reiskaart. En dat vind ik een serieus gemis. Een safari wil ik bijvoorbeeld zeker eens doen. Maar dan niet in Kenia, waar je in een busje tussen zestig Amerikanen terecht dreigt te komen. Chris Dusauchoit heeft me Tanzania aangeraden. Het is een tip die ik zeker zal onthouden.”

Heb je een gouden reistip voor onze lezers?
“Je moet vooral geen schrik hebben. Natuurlijk mag je niet te ondoordacht te werk gaan. In Caracas, de hoofdstad van Venezuela, ben ik ooit tegengehouden door een busje vol militairen. Ze hebben me van straat geplukt omdat ik te ver van het ‘normale’ circuit was afgeweken. Maar kijk, ook dat is dus goed geëindigd.”

Kies uit al je reizen eens het meest magische moment?
“Mijn ontmoeting met Raoni, de beroemde indiaan uit het Braziliaanse Amazonewoud. Vooral de reis op zich is memorabel. Ik herinner mij dat we op steeds kleinere vliegtuigen overstapten en dat we steeds dieper het oerwoud ingingen. Voor mij is dat een bewijs dat niet zozeer je bestemming, maar de weg ernaartoe de ervaring zo geweldig maakt. Reizen is vooral onderweg zijn.”


Dit interview verscheen eerder in het reismagazine GRANDE.

Foto: © Bart Musschoot

Tekst: Kevin De Vos