
Trekken door India of cruisen door Italië?
Frieda Van Wijck: “Beide zijn aantrekkelijk. Naar Italië wil ik wel een paar keer per jaar, al was het maar voor het eten. India staat op mijn verlanglijstje. Onze buren, een jong Indisch echtpaar, zijn begin dit jaar terug naar Mumbai vertrokken. Misschien ga ik hen volgend jaar wel eens bezoeken. De rugzak vervult me niet meteen met enthousiasme, een reiskoffer op wieltjes vind ik al net zo praktisch. En voor mij geen tenten alsjeblieft, een bed met een degelijke matras stel ik erg op prijs!”
Gsm aan of uit?
Aan, ik wil bereikbaar zijn voor familie en vrienden.
Inpakken en wegwezen of goed voorbereiden?
Goed voorbereiden lijkt me essentieel. Ik ben een paar keer onvoorbereid op vakantie vertrokken – hup de auto in en weg – en heb toen vooral veel tijd verloren omdat ik vooraf niet precies wist waar ik heen wilde.
Zon of sneeuw?
Zon, al hoeft ze niet de hele dag te schijnen. Ik loop graag rond in steden en dan heb ik toch liefst droog weer.
Landgenoten: verbroederen of vermijden?
Ik ga ze niet noodzakelijk opzoeken, maar als ik per toeval leuke landgenoten tegen het lijf loop, zie ik niet in waarom ik hun gezelschap zou mijden.
Zeeziek of luchtziek?
Zeeziek. Mij krijg je niet op een boot. Na de bootovertocht van Spanje naar Marokko lag mijn volledige maaginhoud bij de Marokkaanse douane. Verder vind ik op het water ronddobberen ook in andere opzichten veeleer vervelend.
Picknick of wegrestaurant?
In Italiaanse wegrestaurants heb ik al heerlijke pasta’s gegeten. In andere landen vind ik de wegrestaurants duur! Dus liever een baguette met een lekkere kaas en verse tomaten op een bankje in de wei! Het bankje is wel noodzakelijk: uitgespreide dekens, glazen die omvallen, wespen die weggewuifd moeten worden en krampen in je benen zijn niet zo aan mij besteed.
Zee of woestijn?
Dan toch maar de zee. Mijn ervaringen met de woestijn beperken zich tot tochtjes met een jeep in Jordanië en Chili. En dan was de woestijn nooit het doel op zich: we reden dóór de woestijn, op weg naar een oase. Een van de meest verbijsterende herinneringen heb ik aan de Chileense Atacamawoestijn. We waren al een paar uur onderweg, zand zover je kon kijken, en opeens zagen we in de verte iets bewegen: een fietser, echt waar!
Taxi of liften?
Geef mij maar het openbaar vervoer: je leert er leuke mensen kennen. Maar met de taxi ben je iets zekerder van je vertrek- en aankomstuur. Hoewel, in Jakarta gingen we ooit logeren bij de ‘aalmoezenier’ die jarenlang het zeemanshuis in Antwerpen had opengehouden. We namen een taxi en reden urenlang doelloos rond vooraleer de chauffeur uiteindelijk toegaf dat ook hij niet wist waar hij was.
Lezen: Marcel Proust of Herman Brusselmans?
Ik neem graag een boek mee dat iets te maken heeft met mijn vakantieland. Toen we in Istanbul waren, had ik net ‘Istanbul’ van de Turkse auteur Orhan Pamuk gekocht. Of Latijns-Amerikaanse schrijvers als ik naar Latijns-Amerika ga. Een leuk gevoel: de omgeving is exotisch, maar ook als je ’s avonds in bed ligt te lezen, leef je nog verder in die sfeer.
Vliegen: leuk of niet leuk?
De beperkte beenruimte, de passagiers in de stoelen voor je die hun rugleuning naar beneden willen zodat je ongeveer met je neus in hun hals zit, de vertragingen, de onverteerbare broodjes en nu ook nog het idiote verbod op flesjes water: het zijn allemaal kleine bronnen van ergernis die van vliegen een noodzakelijk kwaad maken. Des te blijer ben je natuurlijk bij aankomst, zowel op de vakantiebestemming als thuis!
Meebrengen: plastic Pisa-toren of balsamicoazijn?
Ik koop niet zoveel op reis. Ik probeer mijn bagage zoveel mogelijk te beperken. Bovendien blijkt achteraf dat je die antieke Indonesische poppen of handgemaakte panfluiten net zo goed hier kunt kopen! Ook dat is globalisering, vrees ik.
Het volledige artikel is eerder verschenen in GRANDE.
















