Voetbalanalist en ex-profspeler (1983 tot 2002) Marc Degryse zeult voor zijn langeafstandsreizen nog steeds rond met een vuurrode Samsonite, een harde, Belgische schelpkoffer uit de jaren negentig. Zeer waarschijnlijk heeft hij hem voor het eerst in dienst genomen voor een trip naar Italië, maar daar is hij niet zo zeker van. “Die koffer is gewoon onverslijtbaar”, lacht hij. “Destijds werd er in de advertentie gezegd dat de koffer het zelfs overleeft als er een olifant op zou gaan zitten. Wel, ik moet ze gelijk geven (lacht). Hij is nog nooit stuk geweest, de wieltjes blijven draaien en door het gele lintje van een patisseriedoos herken ik hem uit de duizend.” Voor langere reizen pakt Degryse zijn spullen zelf, voor korte trips durft zijn echtgenote al eens snel de reistas in te laden. Een stropdas zul je er nooit in vinden, maar de loopschoenen gaan altijd mee. Net zoals de golfuitrusting op langere trips of een tennisracket op de korte uitjes. Lijdt Degryse zoals zovele sporters aan bijgeloof? Vaste accessoires aan boord? “Nooit en niets”, zegt de Bruggeling vastberaden.













