Reisverhaal door Dominique Biebau, Bierbeek
Iedereen had het hem afgeraden. “Het is veel te warm hier”, had zijn vrouw gesuggereerd. Ook
uitbater Fernand van Hôtel Belle Vue had het grijze hoofd geschud. Toch had diezelfde Fernand na wat aandringen een plannetje getekend met daarop de lokale bezienswaardigheden: een château uit de veertiende, vijftiende en achttiende eeuw, een beekje met een pittoresk boogbrugje en een kerk met een opvallend gevormde klokkentoren. “Daar kun je beter niet naartoe”, zei Fernand. Hij tikte rechts van het kerkje. “Châteauneuf. Daar is echt niets te beleven.” Peter had geknikt, maar dacht er het zijne van.
Doorgaans was Peter geen groepsmens. Deze vakantie was een uitzondering. Hij had zelfs vrienden gemaakt. Hij besprak er de vaderlandse politiek met Gert en Frieda, een koppel gepensioneerde café-uitbaters uit Geel. Of hij tapte flauwe moppen met Dieter uit Kontich. Als iedereen genoeg gedronken had, sloten ze de avond af met een gebrulde versie van de Marseillaise. Dat vond Peter nog het leukst.
Die dag brandde de zon genadeloos. Het château had hem teleurgesteld. Even overwoog hij om rechtsomkeert te maken. Alleen de gedachte aan hoe kolonel Karel straks naar het aantal afgelegde kilometers zou informeren, hield hem gaande. Uiteindelijk belandde hij in Châteauneuf, de plek die Fernand hem zo had afgeraden. De temperatuur was flink de hoogte in gegaan, net als zijn hartslag. Hij besloot te stoppen – Karel hoefde dat niet te weten te komen. Hij zakte even door zijn knieën en ademde diep in.
Het bord stond op nog geen halve meter van waar hij stond. “La Repose” stond erop geschreven. In de verte zag hij de contouren van een boerderij en stapte ernaartoe. Er klonken stemmen. Vlamingen. De vertrouwdheid lokte hem dichterbij, tot hij de bron van het geluid ontwaarde. Een tiental mensen, overduidelijk toeristen, had zich rond enkele plastic tafeltjes geschaard. Ze dronken wijn uit colaglazen en hadden duidelijk een reuzenlol. Peter dook instinctief achter een bremstruik en luisterde mee. “Hebdet gelezen in de gazet?” zei de ene gezette vijftiger tegen een andere gezette vijftiger. “Er zijn er weer ontsnapt. Uit het Justitiepaleis deze keer.” Zijn gesprekspartner speelde zijn rol van verbaasde toehoorder met verve. “Dedju hé! Het is toch niet waar hé. Hoe hebben die dat gedaan?” Waarop de ander het hele geval tot in de kleinste details uitlegde. Daarna werden er moppen verteld. Peter bleef gefascineerd luisteren in de hoop materiaal te verzamelen voor de volgende avond op het terras. De tijd leek voorbij te vliegen. Tot er iemand over de plaatselijke attracties begon en er werd afgesloten met een gebrulde versie van de Marseillaise. Toen hij ten slotte de pezige veertiger opmerkte die puffend de oprit kwam opgelopen, knapte er iets bij Peter. Hij slenterde terug naar Hôtel Belle Vue, negeerde Karels schampere opmerkingen en ging in bed liggen. Zijn loopschoenen liet hij buiten staan. Daar konden ze voor zijn part de hele vakantie blijven staan.












