maandag 21 mei, 2012 - 17:36

Met de vespa door Toscane

Vanuit de charmante uitvalsbasis San Gimignano rijden we met een vespa in vier dagen door het meest bejubelde landdeel van Italië, via evenveel snedige lussen. Oostendenaar Jean Devos en zijn Italiaanse liefde Roberta lanceerden deze unieke reisformule in de regio Piemonte, ten zuiden van Turijn. Met succes. Jean Devos: “En al een paar jaar bieden we ook scooterromantiek aan vanuit San Gimignano, de meest middeleeuwse stad van Toscane.”

Pontedera = vespa
Come sta? Molto bene! We zijn op weg naar het Vespamuseum in Pontedera. Niet alleen omdat we zelf grote fans zijn, Vespisti heet dat hier, maar ook omdat we meer willen weten over de tweewieler die we berijden. “Ruim een halve eeuw na zijn introductie blijft de vespa de Piaggio een legende, een mythe die zelfs vandaag nog standhoudt”, staat er te lezen in de inkomhal. Hoe werd de vespa een mythe? Is het een technisch wonder? Helemaal niet. In de afgelopen decennia zijn wel wat veranderingen en vernieuwingen doorgevoerd, maar het basisconcept is onveranderd gebleven. Nee, de vespa verpersoonlijkt dromen! Voor vele Italianen maakte hij de weg vrij om zich bij een modernere wereld te voegen.
Na een bezoek aan de historische modellen scheuren we in de late namiddag terug het warme asfalt op. We bekennen overigens: ook de shop bij het museum kon op onze aandacht rekenen. Het vergde enige aandrang van onze kant om die geopend te krijgen; de deur was zonder enige reden op slot. Mamma Mia, Italië is een prachtig land, maar hun organisatie deugt niet altijd!
Ons volgende doel: Gelateria di Piazza op de Piazza della Cisterna in San Gimignano, waar Sergio Dondoli zichzelf etaleert als ’s werelds beste ijsroomdraaier, zijn kunsten bewezen door talrijke diploma’s en souvenirfoto’s van bekende klanten. We wachten geduldig in de rij en bestellen tiramisu, kokos- en notenijs. ’s Werelds beste is overdreven, maar de beste van het dorp zéker!

San Gimignano
Het middeleeuwse stadje San Gimignano is perfect bewaard en staat op de lijst van het Unesco-werelderfgoed. Geen wonder dus dat het nogal populair is bij toeristen. Volgens sommigen té populair: het gemeentebestuur overweegt een quotum om de stroom van drie miljoen bezoekers te stoppen, want het dorp is maar een voorschoot groot, amper negenhonderd bij vijfhonderd meter. De historiek van de middeleeuwse wolkenkrabbers is zeer eenvoudig: alles draaide rond saffraan; geld en macht dus. De torens (ooit 76, nu nog veertien) waren privéforten, en de hoogte moest de rijkdom van de eigenaar symboliseren.
Tijd voor een verfrissing. Die vinden we bij Sergio, eigenaar en samen met zijn vrouw Elisabetta wijnmaker van het gereputeerde huis Montenidoli, genoemd naar de heuvel van kalksteen en fossielen waarop de terroir zich bevindt. De 81-jarige Toscaan ontvangt ons met open armen, een flesje gekoelde Vernaccia Carato 2002 en twee Italiaanse herdershonden die, bij wijze van begroeting, meteen hun poot heffen tegen mijn vespa. Sinds 1965 worden op deze heuvel per jaar minimum 25.000 flessen van de betere lokale wijn geproduceerd en bewaard in een oude kelder die wordt bewaakt door een naakt wit marmeren beeld: Achilles, de beroemdste heros van het antieke Hellas. “Een geschenk van de Griekse overheid”, lacht Sergio. “Mijn schoonvader leverde als voorzitter van het Italiaanse Rode Kruis baanbrekend werk na de oorlogsjaren. Ze hebben hem dit cadeau gedaan. Sindsdien bewaakt hij de oogst.” De eigenzinnige vernacciawijn wordt alleen hier, in en rond San Gimignano, gemaakt. Andere varianten - in Sardinië, Bolzano en Abruzzo - gaan de markt op als dessertwijn. Zowat 180 kleine producenten verbouwen de druif. “En laten we het zo houden”, zegt Sergio. “Vernaccia moet een honderd procent authentieke wijn blijven. Jullie moeten trouwens ook onze Fiore en Tradizionale eens proeven!” We weigeren beleefd, wijzend naar de vespa’s die we over onverharde wegen terug naar beneden moeten sturen. Maar er helpt geen lievemoederen aan, Sergio heeft de flessen al geopend.

Chianti Classico

Vanmorgen vroeg zijn we opgewonden als kinderen vertrokken voor de 121 kilometer lange Chianti Classico Tour. Ondanks het schitterende zomerweer zijn fleece en sjaaltje geen overbodige luxe. Het is fris met het hoofd in de wind! Boven de zestig kilometer per uur begint de wind immers stevig te snijden. Het aperitief hebben we genoten in het bijna té drukke Castellina in Chianti. De eerste grote stop is restaurant La Bottega in Volpaia, net voorbij Radda in Chianti, hartje wijnregio. Hier, onder de bogen van een kasteel uit de elfde eeuw, zinken we weg in de luwte van de bomen. Wat een menukaart: hier wordt nog gekookt zoals het hoort! Het aparte aan dit restaurant is waarschijnlijk dat er eigenlijk niets speciaals is. Alles wordt doodgewoon authentiek bereid naar aloude familierecepten. Cucina Contadina. Bij de tiramisu ledigen we de in eigen dorp vervaardigde Chianti Classico, een kersenrode jongen met dikke tranenrand, die afrekent met het negatieve imago van deze wijn. Wie bij chianti nog denkt aan de met riet omzwachtelde, dikbuikige fles uit de pizzeria, moet dringend eens een flesje proeven!

Vespa? Pronto!
Ook tijdens de namiddagtocht valt het ons op hoe hoffelijk de Italiaanse autobestuurder omgaat met een vesparijder. Hier word je niet opgejaagd of ingehaald op twee centimeter afstand, en je krijgt geen claxonconcert als het niet snel genoeg gaat. Italië is een land dat motorengezoem bewondert, voor hen is het hemelse muziek. De schaduwen zijn al wat langer wanneer we, na een mooie tocht vanuit Greve in Chianti (de onofficiële hoofdstad van het wijngebied) via Poggibonsi de heuvel naar San Gimignano oprijden en via de vreselijk dichtgeparkeerde toegangsweg de Piazzale Martiri Montemaggio bereiken. Een dieporanje avondzon begeleidt ons tot het benzinestation aan de rand van de stad, waar we voor vijftien euro beide scooters volgooien. Zo, nu is het tijd voor olijven en een pizza prosciutto. We strijken neer op het terras van Il Trovatore (een aangeraden adresje uit het roadbook) en laten signor Nicolas ons zijn lekkerste hapjes voorstellen.

Siena en zijn landschapsschilderijen

Dag drie rijden we de Montagnola Tour. Easy going, want de afstand is kleiner dan gisteren. Het is een cliché dat motorrijden je gezichtsveld verruimt, maar het klopt wel: je schuift door de wereld, je ziet alles in de breedte want je rijdt ‘in’ het landschap, niet ‘erdoor’. En je ruikt ook alles. Kortom, je beleeft alles veel intenser, alsof je door een groot fotoboek rijdt. Het overvalt ons weer als we de heuvels richting Siena opscheuren. Onze eerste stop is Monteriggioni, de prachtig bewaarde vestingstad uit 1203, eigenlijk een gehucht dat amper uit tien straten bestaat, waar we de Enoteca Regionale bezoeken. Maar we houden het rustig: het roadbook belooft vele kleine kronkelwegen. Hoofdje fris dus. Vandaag is het echt cruisen. Urenlang, langs Sovicille (waar we fantastisch lunchen in La Compagnia; probeer zeker de pici cacio e pepe-pasta), Pievescola, Scorgiano, … Rijden om te rijden, omdat snorren met een vespa een vorm van intens geluk is. Zo voelen we ons ook ’s avonds wanneer we, fris gedoucht en in pure sixtiesstijl, met de scooters uit eten gaan. Het meisje achterop, haar handen rond het buikje van de bestuurder, het hoofd uit de wind. Het is de romantiek van de jaren 1950, toen motoren vrouwen aan het zwijmelen konden brengen. En op de terugweg worden de rollen omgedraaid, vooral omdat mijnheer iets meer ‘vino robusto brunello de Montalcino’ op heeft dan mevrouw. Via secura!

Gambassi Terme

Vandaag rijden we de laatste 72 kilometer en de liefde voor de motor wordt groot, ook al zijn we maar gezapige scooterboys. Al vroeg in de voormiddag zingen de vespa’s aanstekelijk. Waarheen is minder belangrijk dan wel hoe. De lat ligt hoog, perfect driving. Dit is het ware cruisen, het ultieme stillen van de honger naar landschappen. We genieten, al is het fris en blijven we de koele, mistige ochtenden onderschatten. We vreten kilometers, bakken ze nog wat bruiner, geven onze ogen de kost, snuiven de geur van de met cipressen afgezoomde wegen en… verbranden door de permanente wind. In Gambassi Terme genieten we van een pizza, in Certaldo gaan we met een kop koffie lekker in het gras liggen.
Op de terugweg - na het keerpunt in Montespertoli - in de late namiddag beleven we nog een verontrustend moment. Wanneer we wat te ‘fortissimo’ door de bocht scheuren, flipperen twee carabinieri ons vanuit hun donkerblauwe Fiat Punto drukgebarend met hun kruislichten toe. Gingen we te hard? Ze stoppen niet, daar komen we goed weg. ‘s Avonds sluiten we de reis in stijl af in Trattoria Chiribiri te San Gimignano. We zien er met onze warrige haren, dunne hippe motorjasjes en de zwarte, strak in de lak zittende en chroomblinkende scooters uit als een gezelschap dat weggereden is uit het Italië van toen. Want voor die sfeer doe je het toch?

Tekst en fotografie: Gerrit Op de Beeck