vrijdag 10 september, 2010 - 20:34

Het zomer-ABC van Toscane

Arezzo
Arezzo leeft een beetje in de schaduw van het veel bekendere Firenze en Siena. Deze Zuid-Toscaanse stad kan dan ook niet uitpakken met een David of een Piazza del Campo, maar heeft als voordeel dat haar levendige straten niet overspoeld worden door bezoekers. En er valt heus wel wat te zien: op en rond de hellende Piazza Grande concurreren mooi gerenoveerde middeleeuwse huizen met schitterende palazzi. Elk eerste weekend van de maand verandert de Piazza Grande in één grote antiekmarkt, de Fiera Antiquaria.
Wie graag fresco’s bewondert, is hier aan het juiste adres. Arezzo beschikt met de cyclus van tien fresco’s van Piero della Francesca over de meest indrukwekkende collectie van het land (in de kerk San Francesco). Op het heetst van de dag trek je het best naar het Passeggio del Prato, een mooi park naast de Duomo, waar je uitkijkt over de stad.
www.arezzoturismo.it

Boboli
Jawel, de bekende zestiende-eeuwse tuinen van Firenze. Als je er dan toch voor kiest om in de bloedhete zomermaanden naar Firenze af te zakken, doe je jezelf een plezier door wat schaduw op te zoeken. De tuinen liggen achter het Palazzo Pitti, in het minder drukke stadsdeel Oltrarno (letterlijk: over de Arno). Naast de tuinen zelf, de vele vijvers - loop zeker langs die van Neptunus! - en de statige lanen liggen verspreid over het domein tal van kunstwerken en monumenten. In de (artificiële) Grot van Buontalenti bijvoorbeeld word je ontvangen door mythische dieren, een badende Venus en interessante fresco’s. Het amfitheater werd als een klein Romeins circus uitgetekend en diende als decor voor theatervoorstellingen. Van hieruit loop je via de Viottolone, een brede laan omzoomd met cipressen, naar het Piazzale dell’Isolotto. Geflankeerd door citrusbomen, bloemen en beelden van onder andere dansende boeren (!), ligt een klein eilandje in een meertje. Voor een panorama van Firenze moet je naar het koffiehuis, een bootvormig gebouw waar je op het ‘dek’ uitkijkt op de stad. Tot slot zijn ook de Egyptische obelisk (van Ramses II, naar Italië gebracht door de Romeinen) en het granieten bekken van de Romeinse termen van Caracalla zeker een ommetje waard.
www.firenzemusei.it/boboli

Chianti
Pakweg twintig jaar geleden, toen de chiantiwijnen nog monkelend ‘fiasco’-wijnen werden genoemd, hadden we het wellicht niet gedurfd, maar nu staat het bovenaan ons lijstje: het land van de Chianti. Je verkent de streek het best via de Chiantigiana, dat is de weg SS222 die van Siena door glooiende wijngaarden naar Firenze voert. ‘Verplichte’ stopplaatsen zijn Greve, met het bekende driehoekige plein en arcaden, Castellina, Radda en kleinere dorpjes zoals Panzano en Lamole, prachtig gelegen tussen de wijngaarden. De plaatselijke en zeer betaalbare wijn Lamole di Lamole kunnen we overigens uit eigen ervaring aanraden.
Naast eindeloze wijngaarden en landschappen die wel geschilderd lijken, ligt verspreid als parels een dozijn kastelen langs of in de buurt van de route. Het bekendste is ongetwijfeld Brolio, dat je even goed een fort kunt noemen, maar ook de kastelen van Meleto, Montalto en Montefioralle zijn zeker de moeite. In dit geval geven we niet graag tips, je kijkt langs de SS222 sowieso de ogen uit, maar toch dit: rijd de 120 kilometer lange route niet in één dag, maar trek er twee of, nog beter, drie dagen voor uit. En sluit telkens de dag af met de plaatselijke wijn van je eindhalte…

Duomo Santa Maria Assunta
Met zijn allen naar de scheve toren van Pisa, jawel, maar haast iedereen loopt voorbij een van de mooiste duomo’s van Italië, pal naast de toren. De marmeren gevel van de Duomo Santa Maria Assunta schittert in het zonlicht en bewijst de vroegere welvaart van de stad. De Pisaanse Duomo dateert van 1064 en is daarmee veel ouder dan zijn broertjes van Firenze en Siena. Binnen pronkt de Duomo met een schitterend cassetteplafond en 68 Korinthische zuilen. Het nabijgelegen Battistero di San Giovanni en het middeleeuwse kerkhof Camposanto maken van het Campo dei Miracoli (letterlijk: ‘Veld der Wonderen’) een hoogtepunt van Pisa én Toscane.

Elba
Het grootste eiland van de Toscaanse archipel ligt op ongeveer een uurtje varen van Piombino. Elba biedt een prachtige kustlijn met rotspartijen die afwisselen met hagelwitte stranden, een leuk havenstadje (Portoferraio), een ruig en bergachtig binnenland en tastbare herinneringen aan het verblijf van Napoleon, zoals de Villa dei Mulini en de Villa Napoleone. In Portoferraio, aan zee en tegen een heuvel, is het heerlijk kuieren in de straatjes en langs de middeleeuwse vestingen. Andere plaatsjes, zoals Porto Azzurro en Marciana Marina, hebben die typische Italiaanse charme. In het binnenland is een uitstapje (langs bochtige wegen!) naar het oudste dorp, Marciana Alta, de moeite. Het klimaat is hier overigens wat milder dan op het hete vasteland. Een ideale daguitstap voor wie aan de Toscaanse kust verblijft en een originele bestemming voor rustzoekers.

Festival van Puccini

La Bohème, Madame Butterfly, Tosca,… Giacomo Puccini is zonder twijfel de grootste componist die Toscane ooit heeft voortgebracht. Dat beseffen ze in geboortestad Lucca en omstreken maar al te goed, en het jaarlijkse Puccinifestival lokt dan ook tienduizenden bezoekers. Het festival vindt plaats in Torre del Lago, net onder Viareggio en tussen de zee en het meer van Massaciuccoli, waar Puccini zijn grootste opera’s schreef. Meer info: www.puccinifestival.it

Gelateria
Oké, ijsjes associeer je met heel Italië en niet enkel met Toscane. Bovendien beweren de noordelijke Venetianen dat de roots van ‘un gelato’ in hun stad liggen. Maar toch, je kunt niet in schaduwrijke steegjes van pakweg Lucca of Siena flaneren zónder een heerlijk ijsje in de hand (en in de andere hand je geliefde uiteraard). Limone (citroen), fragola (aardbei), aranda (sinaasappel), stracciatella,… over smaken valt niet te twisten, maar wat we je wél kunnen aanraden, zijn de volgende adresjes.

  • Vivoli: de bekendste gelateria van Firenze. Overheerlijk ijs, volgens sommigen de beste van heel Italië. De wachtrijen zijn er dan ook naar. Vlakbij de kerk Santa Croce. Via Isola delle Stinche 7r, Firenze.
  • Frilli: ook een topadres, en volgens de uitbaters de oudste gelateria van de stad. In augustus gesloten. Via del Monte alle Croci 5, Firenze.
  • Kopa Kabana: het onomstotelijke bewijs van de kwaliteit van de ijsjes zijn de rijen locals die hier staan aan te schuiven. Genereuze porties. Niet ver van de San Francescokathedraal. Via dei Rossi 52/54, Siena.
  • Veneta: de beste ijsjes van de stad én heel laat open. Ideaal voor een late passeggiata dus! Via Vittorio Veneto 74, Lucca.

Heet
Laten we er geen doekjes om winden: in de zomer kan het ontiegelijk heet zijn in Toscane. Het is simpelweg niet de beste periode om hier te vertoeven, zeker niet in het binnenland. September en oktober zijn gunstiger met aangename temperaturen van rond 25 graden. En houd er rekening mee dat onweders in deze contreien van een andere orde zijn dan in de Lage Landen. Overigens, de Toscaanse landschappen kleuren in het najaar goudbruin en ogen een stuk vriendelijker dan tijdens de soms dorre zomer.

Insalata
Hoge temperaturen, lichte maaltijden… wat is er dan lekkerder dan een slaatje? Insalata caprese, van Capri dus, ken je allicht het best, maar ook in Toscane hebben ze uitstekende slaatjes. Panzanella bijvoorbeeld, een slaatje met geweekt brood en kappertjes, komkommer, ansjovis, tomaten en vers basilicum. Smakelijk!

Jazz
… in Siena! Een mooier decor voor zomerse jazzconcerten zul je moeilijk vinden. Werk van grootmeesters van het genre, experimentele jazz en eerstelingen van pas afgestudeerde muzikanten van de plaatselijke (maar zeer gerenommeerde) jazzschool weerklinken in de stad. Alle concerten zijn gratis, behalve de vier avonden van de Enoteca Jazz Club, waar je 8 euro voor dient neer te tellen. Een heel romantische en unieke manier om de stad te leren kennen! www.sienajazz.it

Kunst

Toscane ís kunst, met dank aan zijn scheppers: de mens én de natuur. Voor een mooi schilderij hoef je immers niet noodzakelijk naar een museum te hollen, je kunt ook gewoon naar het onbezoedelde landschap kijken. Maar nu je hier toch bent, neem je beter ook even de tijd om enkele kunstschatten van de streek te ontdekken. Wij geven drie tips.

  • Museo di San Marco, Firenze. Oud dominicanenklooster met de vele fresco’s van Fra Angelico. Religieuze kunst in een sereen decor. Minder druk dan de andere toppers van Firenze, zeker wanneer je vroeg genoeg komt (open vanaf 7.45 uur!). Piazza San Marco 1.
  • Museo dell’Opera del Duomo, Siena. Naast de Duomo. Prachtige sculpturen van Donatello, Pisano, della Quercia,… en ook veel religieuze kunst. Vergeet niet Siena te bewonderen van op de arcaden.
  • Museo Civico Giovanni Fattori, Acquaviva (Livorno). In de schitterende negentiende-eeuwse Villa Mimbelli loop je van mozaïek naar spiegelzaal op prachtig parket, langs keramiek, inlegwerk,… Schilderkunst en tijdelijke exposities. Via San Jacopo, Acquaviva.

Lucca
Tja, je zult ons niet horen beweren dat dit de meest originele tip is, maar we blijven erbij: Lucca moet je gezien hebben. Door de enig mooie en uitzonderlijk homogene binnenstad - de Piazza Anfiteatro! de Duomo! het Palazzo Guingi! - maar ook dankzij die unieke vestingmuren waarop je onder oude platanen de meer dan vier kilometer lange Passeggio delle Muro Urbane kunt bewandelen. De platanen bieden verkoeling tegen de hitte en aan beide kanten van de Passeggio valt veel te zien: enerzijds de kleurige tuinen, gevels en torens van de stad en anderzijds het mooie Toscaanse landschap. In de maand juli zijn er bijna elke dag muzikale optredens in het kader van het Summer Festival op de grote Piazza Napoleone.
www.luccatourist.it

Monteriggioni
Montalcino, Montepulciano, Montecatini Terme,… geloof het gerust: de letter M heeft het ons behoorlijk moeilijk gemaakt. En de winnaar is? Monteriggioni, het ommuurde stadje dat op een heuvel eenzaam ligt te wezen. Nu ja, ‘stadje’, binnen de imposante stadswallen heb je eigenlijk maar één plein en twee straten. Vroeger konden de Sienezen zich hier verschansen tegen de aanvallen van hun grote rivalen, de Florentijnen. De omwalling werd versterkt met maar liefst veertien torens, bijna evenveel als er huizen zijn. Auto’s niet toegelaten, dat spreekt.

Niki de Saint Phalle

Een beeldentuin, dat was de droom van de Frans-Amerikaanse kunstenares Niki de Saint Phalle. Het werd, hoog op een heuvel in Zuid-Toscane, een wondere sprookjeswereld. Niki de Saint Phalle werkte twee decennia aan haar Giardino dei Tarocchi, letterlijk: de Tarottuin. Tweeëntwintig sculpturen, symbolen van de Grote Arcana van de tarot, vormen op een eigenzinnige wijze een eenheid met de prachtige omringende natuur. Je loopt hier letterlijk in een sprookjesbos, voor jong en oud. ‘De keizerin’, ‘De tovenaar’, ‘De duivel’,… elk kunstwerk is een samenspel van kleurrijke glasscherven, spiegeltjes, reliëfs, mozaïeken en geglazuurd aardewerk. De vijvers, pleintjes, dakterrassen, fonteinen en een kapel geven het domein ook iets van een kleine nederzetting, of beter: een universum op zich. Dat gevoel wordt al opgeroepen van het ogenblik dat je de tuin betreedt: je stapt immers door een grote cirkelvormige opening in een hoge stenen muur en laat dus de ‘gewone’ wereld achter je.
Giardino dei Tarocchi, Pescia Fiorentina, Capalbio (provincie Grossetto), www.nikidesaintphalle.com

Olijven
Zelfs met je ogen dicht kun je niet naast de dui-zen-den olijfbomen kijken in het landschap. Olijfolie staat hier dan ook op gelijke hoogte met wijn, met beschermde appellaties, olieproevers die daarover waken, enzovoort. Het hele proces van olijfolie persen? Daarvoor verwijzen we je graag door naar Paolo Pasquali, die de enige ‘oleoteca’ - de tegenhanger van de enoteca - van Italië uitbaat. Hij koos daarvoor het prachtige renaissancistische domein van Villa Campestri, dat zeven eeuwen lang in handen van de familie Roti was. Op het domein kun je ook logeren en dineren, waarbij de keuken ernaar streeft om de traditionele Toscaanse smaken weer te doen heropleven.
Meer info: Villa Campestri, Via di Campestri 19, Vicchio di Mugello, www.villacampestri.it

Enkele olijfolietips
-    Goede olijfolie is niet hetzelfde als goede wijn: je laat olijfolie dus niet jaren ‘rijpen’ en gebruikt haar binnen het jaar.
-    Olijfolie bederft snel, dus gebruikte flesjes maak je eerst schoon voor je ze hergebruikt.
-    De beste olijfolie is die van zwarte olijven met stenen geperst, tegenwoordig een schaars goed.

Palio
Zingen, huilen, juichen, de Sienezen beleven elke emotie tijdens de wereldberoemde Palio. Twee keer per jaar strijden tien uitverkoren stadswijken, de contrada, om de hoogste eer van Siena: de paardenrace op de Piazza del Campo winnen. Allianties, intriges en een zenuwoorlog tussen de wijken maken van de Palio een bloedserieuze zaak. De eigenlijke races vinden ‘s avonds plaats, maar al van vroeg op de middag is het bijna onmogelijk om nog op het plein te geraken. Dus ofwel zegen je jezelf met een enorme dosis geduld én zonnebrandolie, ofwel neem je een kijkje op de bijna even spectaculaire Prova Generale, in de vooravond. Die laatste avond voor de race is voor nog een reden interessant: de hele stad verandert dan in één groot openluchtrestaurant. De Sienezen eten in hun contrada aan lange tafels in het schijnsel van fakkels en kaarslicht. Er wordt dan druk gediscussieerd en de geselecteerde deelnemers krijgen nog één ultieme boodschap: vai e torna vincitore!
http://palio.comune.siena.it

Quanto costa?

Hoeveel kost dat? Zelfs al spreek je geen Italiaans, dit leer je maar beter uit het hoofd voor je iets bestelt. We willen je zeker niet ontmoedigen, maar Toscane is niet bepaald goedkoop. Lees even mee.
* Iets drinken? Er is een - soms behoorlijk - prijsverschil tussen een bestelling aan de bar en aan een tafeltje. Loop niet zomaar met je drankje van de bar naar een zitplek, want dat levert je allicht een discussie op. De prijzen liggen in de steden uiteraard een stuk hoger. In Firenze koop je voor minder dan 5 euro niet veel meer dan water of een koffie.
* Reken voor een deftige maaltijd op 25 euro per persoon, maar kijk in de grote trekpleisters uit voor toeristenvallen. Bestel bijvoorbeeld geen ‘toeristisch menu’, want dan ben je in de meeste gevallen gerold.
* Houd er ook rekening mee dat de overgrote meerderheid van de restaurants nog steeds pano e coperto (brood en bestek) en het mineraalwater aanrekenen, en sommige ook nog eens de bediening. Meestal gaat het wel maar om enkele euro’s.

Ragù
Iets minder bekend en daarom zetten we het graag eens in het zonnetje: ragù, de tomatenvleessaus die smaak geeft aan Toscaanse gerechten zoals pici con ragù of ragù di carne alla fiorentina. De ingrediënten van een goeie ragù zijn runder- of kalfsgehakt, gepelde tomaten, parmezaankaas, olijfolie, rode ui, knoflook, enkele laurierblaadjes, rozemarijn, zeezout en zwarte peper.
Uit goede bron vernamen we dat de volgende adressen werkelijk uitstekende gerechten met ragù serveren:
Latte di Luna, Via San Carlo 2/4, Pienza (SI)
Trattoria di Mario, Via Rosina 2, Firenze
Taverna del Grappolo Blu, Scale di Via Moglio 1, Montalcino (SI)

San Gimignano
Het Manhattan van Toscane! Torens, torens en nog eens torens, maar helaas ook: volk, volk en nog eens volk. Het begint al van buiten de stadspoorten, wanneer je op zoek moet naar een parkeerplek. De parkings lopen snel vol en mensen droppen vervolgens hun wagen kriskras langs de invalswegen. Kom in de vooravond als je nog een beetje wilt genieten van dit middeleeuwse pareltje, dan zijn de meeste toeristenbussen vertrokken en is het minder koppen lopen. Een nog betere tip is een overnachting boeken in het dorpje zelf, zo kun je desnoods om zes uur ‘s ochtends al door de straten slenteren. Ondanks het onchristelijke uur durven we te stellen dat het zeker de moeite loont.
Logeertip: Affittacamere Boldrini, aan de Via San Matteo 95. Een heel betaalbaar adres in het volgens velen toch mooiste stadje van Toscane. Tel. +39 0577/94 09 08.

Tomaten
De tomaat, pomodoro in het Italiaans, is hét zomeringrediënt van de Toscaanse keuken. Pomodoro betekent zoveel als ‘gouden appel’, zoals de tomaat werd genoemd toen ze rond 1750 ingevoerd werd in Italië. Op de menukaart zul je altijd wel ergens de woorden ‘pomodoro’ of ‘pomodori’ (meervoud) vinden. De volgende gerechten misschien?
Bruschetta al pomodoro - knapperig broodje met tomaat en kruiden
Pappa al pomodoro - Toscaanse tomatensoep (erg dik, wordt warm, koud of lauw gegeten)
Polpette al pomodoro - Toscaanse pijlinktvis.

Urna degli Sposi
Op naar het winderige Volterra (provincie Pisa), waar ze trots zijn op hun erfenis van de Etrusken, het eerste volk dat Italië probeerde te verenigen en uitdagers van de Romeinen. De stad was tot de derde eeuw voor Christus een machtig bolwerk. Het plaatselijke Museo Etrusco Guarnacci pronkt met mooie grafurnen en bronzen voorwerpen, en de Urna degli Sposi is ongetwijfeld de blikvanger: op het deksel zie je een echtpaar dat aanligt aan een banket. Aan de rimpels op hun gezicht valt af te leiden dat het een wat ouder koppel is, maar wat nog meer opvalt: ze lijken elkaar beu te zijn! De urne is meer dan tweeduizend jaar oud. Het Museo Etrusco Guarnacci behoort samen met het Romeinse theater en de Piazza dei Priorei tot de musts van Volterra. Via Don Minzoni 11.
Bezoek ook de albastateliers aan de Via Sotto, waar een eeuwenoude beeldhouwtraditie voortleeft, en Populonia, een Etruskische necropolis aan de kust met graftempels en tumuli.

Vagli Sotto/Vagli di Sopra

Twee nabijgelegen bergdorpjes, verdwaald in het ruwe landschap van het noordwesten van Toscane. Hier geen cipressen of chiantiwijngaarden, maar wel het ongerepte natuurgebied Garfagnana, waar het naar bossen geurt. Dit is de streek van de porcini, een van de lekkerste paddenstoelen uit de Italiaanse keuken.
Beide dorpjes zijn de omweg waard, al was het maar omdat je je hier écht aan het eind van de wereld waant. Ze vormen ook een ideaal vertrekpunt voor een van de vele bewegwijzerde wandelingen in het gebied.
Hoe bereiken? Vanuit Castelnuovo di Garfagnana rijd je naar Poggio, waar je via de SP50 Vagli Sotto bereikt. Onderweg passeer je het Lago di Vagli. Iets verderop ligt Vagli di Sopra.

Wijn

Wie Toscaanse wijn zegt, bedoelt bijna automatisch chianti, de bekende rode wijn uit de gelijknamige streek tussen Firenze en Siena. De benaming ‘chianti’ dekt vele ladingen, maar met het label ‘chianti classico’ - te herkennen aan de zwarte haan op de flessenhals - ben je zeker. Fonterutoli (uit Castellina), Lamole di Lamole, Capanne en de wijnen van het mooie Castello di Brolio en Castello di Querceto, niet ver van Greve, zijn maar enkele van de vele goede chiantiwijnen. Naast chianti vind je in Toscane nog zeker andere topwijnen, zoals de soms erg dure wijnen uit de streek van Montepulciano, of de eveneens prijzige Brunello di Montalcino en de Rosso di Montalcino, afkomstig uit het gelijknamige stadje. Iets minder diep in je buidel tast je voor een Carmignano, een uitstekende rode wijn die al sinds de veertiende eeuw geproduceerd wordt in Carmignano, vlakbij Prato. Tot slot - het is toch zomer - kunnen we als witte wijn de Vernaccia di San Gimignano aanraden.

X-factor
Of je nu midden in het typisch glooiende landschap met cipressen staat of in de Florentijnse Duomo, de onbetwiste x-factor van Toscane is de lichtinval. Alles lijkt hier authentieker, romantischer, warmer dan waar ook ter wereld. Al eeuwen trekt de bijzondere lichtinval kunstenaars naar Toscane, vaak om er nooit meer te vertrekken. Sommigen beweren zelfs dat je steden als Lucca en Firenze helemaal opnieuw kunt ontdekken dankzij de altijd veranderende en betoverende lichtinval. Dus als je nu in Toscane bent, kom dan in oktober terug voor een reis die je nooit eerder maakte!

Y
Spreek uit in het Engels: ‘why’? Waarom, vroegen wij ons ook af, vinden wij niets met de letter y? Na ettelijke uren zoeken viel onze euro: de letter y is, net als j, k, w en x, een van de letters die het Italiaans niet gebruikt, ook niet in eigennamen. Ga gerust verder naar de volgende letter…

Zon en zand

Als je helemaal tot hier gelezen hebt, kunnen we maar één ding besluiten: jij ligt op een Toscaans strand! Je bent wellicht niet alleen, maar de kust van Toscane is niet de drukst bezochte, zeker niet het zuidelijke gedeelte. Een overzicht.
Het noorden
De meeste populaire badplaatsen liggen hier, aan de Versiliaanse kust. De langgerekte en langzaam aflopende stranden zijn ideaal voor gezinnen. Wolkenmassa’s worden hier vaak tegengehouden door de Apuaanse Alpen, waarop je trouwens een prachtig zicht hebt.
Viareggio: grote en heel drukke badstad. Stranden, kindervertier, bars en een bruisend nachtleven: alle ingrediënten voor een zonvakantie zijn hier (ruim) aanwezig.
Forte de Marmei: mondaine badplaats, inclusief een promenade ‘m’as-tu vu’. De moeite voor wie geniet van (overdreven) Italiaanse flair.
Marina di Carrara: ook hier brede stranden, maar verder weinig bijzonders. Wel ideaal om te combineren met een bezoekje aan de marmergroeven.
Het zuiden
Maremma: een beschermd moerasgebied aan zee in het zuiden. De voorwaarden om dit park te betreden zijn strikt, maar je kunt er wel in alle rust zonnekloppen op de acht kilometer ‘wilde’ stranden.
Castiglioncello/Marina di Cecina: twee badplaatsen aan de Etruskische kust met in de buurt pijnboombossen die uitlopen tot aan de duinen en stranden. Vooral in Castiglioncello geniet je van de mooie ligging. Minder vertier, maar ook minder druk dan de stranden in het noorden.

Tekst: Dave Van Meel