dinsdag 07 februari, 2012 - 22:24

‘Mijn tweede thuis’

“Verder dan Frankrijk, Spanje en Turkije was ik nog niet geraakt”, vertelt Marion. “Ik had echt zin in een verre reis en wilde enkele buitenlandse artikels schrijven. Dat Marijke en ik in Sri Lanka zijn beland, hebben we aan mijn opa te danken. Die heeft in de stad Kandy een vriend wonen en Henk was zo gastvrij ons een stek aan te bieden. Ons plan was om van daaruit tripjes te maken door de rest van het land. Met de Lonely Planet in de hand hebben we heel wat van Sri Lanka gezien. Het openbaar vervoer brengt je overal. De traditionele tuktuk en overvolle bussen zijn trouwens een belevenis op zich.”

Een andere wereld
“Het is best spannend, met zijn tweetjes aan de andere kant van de wereld. Alles in Sri Lanka is anders. Zodra je uit het vliegtuig stapt, word je overdonderd door het landschap in de meest uiteenlopende schakeringen groen, de fruitbomen en de mensen. In onze twee maanden daar hebben we de verscheidenheid aan den lijve ondervonden. De Leeuwenrots ligt in Sigiriya, een heel kaal gebied. 1860 treden moet je beklimmen, maar het uitzicht is al die moeite waard. Daarnaast hebben we dan weer genoten van het regenwoud in Singharajah en het wildpark in Yala. Heel leuk vond ik Nuwara Eliya, het hoogste punt van Sri Lanka en een ideale plek om de theeplantages te bezoeken. Met 15 graden is het daar naar hun normen Siberisch koud. Overal zie je mensen met dikke dekens omgeslagen wandelen, een leuk gezicht!”

Schildpadeieren rapen
“Natuurlijk hebben we van het mooie weer geprofiteerd, tussen de buien door. (lacht) Ik heb nog nooit zo’n mooie zonsondergang gezien als in Unawatuna, dat samen met het door palmbomen omzoomde Mirissa tot de mooiste stranden van Sri Lanka behoort. Een heel bijzonder strand is dat van Tangalle, helemaal uitgestorven op de schildpadden na. Dat is immers de plek waar die dieren een kuil komen graven om hun eieren te leggen. Het leuke is dat ze tijdens het leggen in een soort trance raken en dat je ze dan heel makkelijk kunt aaien. Omdat stropers hun eieren opgraven om er soep van te koken, hebben ze in Kosgoda een reservaat opgericht. Samen met de eigenaar hebben we pasgeboren zeeschildpadjes vrijgelaten op het strand.”

Niet te missen: de Esala Perahera
“Een van de mooiste dingen die we gezien hebben, was toch de Esala Perahera, het grootste straatfestival van Azië. De boeddhistische inwoners hopen daarmee regen en een goede oogst af te smeken. Vanuit de bekende Tempel van de Tand gaat er tien dagen lang een kleurrijke processie door de straten van Kandy. Honderden versierde olifanten en dollende acrobaten lopen mee in een steeds langer en mooier wordende stoet met fantastisch veel lichtjes en muziek. Prachtig! Je móet het gewoon meemaken. Wij hadden het geluk dat we vanuit een winkel konden kijken, want in de straten is het dan echt over de koppen lopen.”

Tentenkampen en Tamils
“Eigenlijk heb ik er nooit echt bij stilgestaan dat Sri Lanka onveilig zou kunnen zijn. Ik wist vooraf wel dat je het noorden moet vermijden door de Tamil Tijgers, maar het waren vooral de mensen thuis die ons op de hoogte hielden. Na de Esala Perahera hoorden we dat er een vrouw met een bom was gearresteerd. Dan schrik je toch wel even. Toen wij rondreisden, zag je ook nog veel sporen van de tsunami, troep op de stranden en mensen in tentenkampen. Je merkt dat er een grote scheiding is tussen arm en rijk en soms moet je op je tellen passen. Maar meestal waren de mensen heel lief.
Ik denk nog wel vaak aan de trip terug, al is het dan al bijna twee jaar geleden. Het was mijn eerste grote reis, en omdat we het land en de inwoners echt hebben leren kennen, heb ik het gevoel dat Sri Lanka een stukje van mij geworden is. Als ik er iets over lees of hoor, krijg ik altijd even heimwee. Naar Sri Lanka wil ik zeker nog eens terug, over een jaar of tien misschien. Eerst wil ik andere onverkende plekken ontdekken.”

“Paradijs voor backpackers”
Marion van Es: “Je moet je zin durven te doen. Voor onze trip langs de kust hadden we vooraf geen reisroute uitgestippeld. Zodra we een leuk plekje zagen, hielden we halt. Zeker buiten het toeristische seizoen vind je er zo makkelijk een slaapplaats dat je niet vooraf hoeft te reserveren en je je kunt laten leiden door de inspiratie van het moment. De rest van onze reis hebben we ons ook wel eens door enkele betrouwbare locals op sleeptouw laten nemen. Wij hadden natuurlijk wel Henk en Ramani om ons op weg te helpen. Zo hebben we in Colombo de marktwijk Pettah bezocht, waar volgens mij geen enkele toerist al voet had gezet, heel authentiek! We hebben bij mensen thuis zelfs de Sri Lankaanse specialiteit dahl leren klaarmaken, in een klein hutje met enkel een haardvuur. Zulke dingen vergeet je nooit.”

Tekst: Barbara De Coninck.