maandag 21 mei, 2012 - 17:12

Met de wind mee

“Een wielertoerist ben ik niet”, vertelt de sportieve Lieve. “Al hou ik van mijn dagelijkse fietstochten: elke dag 25 kilometer heen en 25 kilometer terug, langs de dijk met de wind in mijn gezicht, zo’n zalig gevoel is dat. Ik speelde al een tijdje met het idee van een lange fietsvakantie. Aanvankelijk dacht ik te wachten tot aan mijn pensioen, maar je mag zulke plannen niet te lang uitstellen. Omdat ik de leerlingen van de school voor bijzonder onderwijs in Middelkerke ook fietsles geef, besloot ik er iets extra’s aan te koppelen: ik zou naar het zuiden van Spanje fietsen én me daarvoor laten sponsoren.”

In het spoor van Freddy Maertens
“Vlak voor de paasvakantie ben ik vanuit de school vertrokken. Ondanks de Belgische regen ben ik warm aan mijn tocht begonnen: met de leerlingen in een erehaag en de persoonlijke aanmoedigingen van wielerlegende Freddy Maertens. Die eerste dag wilde ik absoluut in het buitenland raken. Zo stond mijn man Jan mij ‘s avonds na 87 kilometer op te wachten in Steenwerck, vlak over de Belgisch-Franse grens. Hij heeft zelf niet gefietst, maar was met de camper nooit ver uit de buurt. Al koos ik voor de kleinere wegen en paadjes. Ik ben in een haast rechte lijn van Middelkerke naar Torrox gefietst. Dat is 2.460 kilometer in 24 dagen, zo’n honderd kilometer per dag. Daarvoor heb ik twee traditionele routes gecombineerd: de Compostellaroute tot net over de Pyreneeën en de Hispaniaroute tot in Málaga.”

Het donkere bos
“Op zo’n lange tocht zie je de natuur echt veranderen. Van de bescheiden heuvels in Noord-Frankrijk door weelderig groen naar de zware siërra’s om uiteindelijk weer de kust te bereiken. Vooral de woeste en ongerepte toppen van het Spaanse Parque Natural del Alto Tajo vond ik prachtig, net als de rotspartijen in de Hoz de Beteta. Minder fijn vond ik de eindeloze bossen van de Landes. Niemand kwam ik er tegen! Toen heb ik toch mijn gsm in de aanslag gehouden, zeker omdat ik dan nog een bordje tegenkwam met ‘Pascale, disparu ici depuis 5 novembre 2005’. Een keer ben ik flink geschrokken: in de afdaling naar Virgen de la Cabeza doken plots twee rennende herten op, boven mijn hoofd voelde ik een roofvogel rondcirkelen en ik kon langs de weg niet naast de waarschuwingen voor lynxen kijken.”

Altijd een beetje thuiskomen
“Eenzaam ben ik niet geweest. Als ik het even moeilijk had, dacht ik aan het lieve boekje dat mijn drie kinderen voor mijn verjaardag hadden gemaakt, met een foto en een spreuk voor elke etappe. Ik had natuurlijk ook altijd het vooruitzicht van een gezellige avond met mijn man. Terwijl ik op de fiets zat, zorgde hij voor eten en een slaapplaats. We hebben op héél bijzondere plekjes geslapen. Zo hadden we ons in El Pedernoso aan een prachtig kerkje geparkeerd, en zelfs een waslijn gespannen. De volgende ochtend werden we door zacht geprevel gewekt. Bleek dat enkele oude vrouwtjes er biddend rond de kerk wandelden! Ook in het onooglijke Franse dorpje Eygurande hebben we een gedenkwaardige ontmoeting met een lief mevrouwtje gehad. Zij heeft ons zelfs haar brood verkocht, het laatste dat de bakker op zijn ronde bij zich had, zodat we toch nog konden ontbijten. Als je met de fiets door die authentieke dorpen rijdt, krijg je toch een heel fijn contact met de lokale bevolking. Vaak komen ze nieuwsgierig vragen wat je plannen zijn.”

Terug naar de kust
“Ik heb er nooit echt aan getwijfeld dat ik de eindstreep zou halen, enkel de voorlaatste dag zonk de moed mij in de schoenen. De loodzware klim naar de top van de Sierra de Loja had veel langer geduurd dan verwacht en even dacht ik dat ik niet tijdig aan het Viñuelameer zou raken. Toen ik dan ook nog verkeerd fietste, zag het er niet goed uit. Na een omweg van vijftien kilometer – alles liever dan vijf kilometer opnieuw naar boven te moeten trappen – was ik dan ook héél blij om Jan te zien. Al bij al is het ongelooflijk goed meegevallen: geen enkele lekke band, geen noemenswaardig defect en tegen alle verwachtingen in veel wind mee. Ik héb afgezien, de bergen doen hun reputatie van ‘kuitenbijters’ alle eer aan. Als je dan na 24 dagen de zee ziet en weet dat je met het ingezamelde geld voor je leerlingen tien mountainbikes kunt kopen, vergeet je je stramme spieren. Voor mij was het de reis en de prestatie van mijn leven. Al droom ik intussen al van nieuwe fietstochten.”

Zelf met de fiets naar Spanje

  • Bereid je reis zorgvuldig voor. Het is altijd leuk om langs kleinere dorpjes te rijden. Handig is een gedetailleerde beschrijving van je route in je stuurtas én een praktische kennis van het Spaans.
  • Reis licht. Zeker als je niet over een volgwagen beschikt, beperk je het best het aantal kilo’s.
  • Een goede fiets is onontbeerlijk. Klikpedalen zijn heel handig om de bergen op te rijden, maar je moet er wel rekening mee houden dat je niet zo makkelijk voet aan de grond zet.
  • Vergeet nooit om voldoende te eten en te drinken. Ik had altijd een lunchpakket en twee goedgevulde drankbidons mee. Je weet nooit wanneer je je even wat minder goed voelt.

Een ander Spanje
Lieve Van Damme: “Ik ben een heel grote Spanje-fan. Vroeger al trok ik samen met mijn ouders elk jaar naar Andalusië, toen er nog nauwelijks toeristen kwamen. Mijn man en ik hebben er nu aan de kust een eigen flat, waar we zo vaak mogelijk heen reizen. Het authentieke dorpje Torrox, vlakbij de zee, is een ideale uitvalsbasis om heel Andalusië te verkennen: Málaga, Cordoba, Sevilla… gewoon prachtig, zeker in dat heerlijk zuiderse klimaat! Bovendien kun je in die streek ook heel mooie wandelingen maken, als je je, zoals wij, door locals de weg laat wijzen. En toch heb ik tijdens deze fietstocht een heel andere kant van Spanje leren kennen, een meer ongerepte en ruwere kant. Zelfs na al die jaren wist het land me nog te verrassen. Het heeft me zin doen krijgen om andere stukken van Spanje te ontdekken, ook omdat ik de mensen op mijn tocht door het binnenland eigenlijk vriendelijker vond dan de meeste Andalusiërs.

Tekst: Barbara De Coninck