dinsdag 07 februari, 2012 - 22:10

No worries mate!

“Wat me precies aantrok in Australië, kan ik eigenlijk moeilijk zeggen”, vertelt Ilse. “Ik weet alleen dat het land me al sinds mijn tienerjaren heeft gefascineerd. Misschien dat de verhuizing naar Australië van mijn vaders nicht Christ’l er voor iets tussen zat, het idee van de vrijheid in een land zo ver weg trok me wel aan. In de zes maanden tussen het boeken van de tickets en ons vertrek heb ik voortdurend zitten bellen en mailen om zoveel mogelijk zelf geregeld te krijgen. We zouden vertrekken vanuit Sydney en tegen het einde van de reis stond een bezoekje aan Christ’l en haar gezin in Queensland op het programma. Daartussen wilden we zoveel van Australië zien als maar kon in de beperkte tijd.”

Huisje op wielen
“Voor mij is Sydney de mooiste stad ter wereld. De architectuur vond ik prachtig en het is er opvallend netjes. Natuurlijk hebben we de grote bezienswaardigheden bezocht, zoals het Opera House en Harbour Bridge, maar we hebben de stad vooral wandelend verkend. Amber geloofde toen niet dat we al in Australië waren: ze had toch nog geen kangoeroes of koala’s gezien? Van daaruit zijn we dan met de motorhome naar de Blue Mountains gereden om nadien via de kust en een stuk binnenland de tweeduizend kilometer naar Adelaide af te leggen. We zijn verder gevlogen naar de Red Centre, waar we rondtrokken met een jeep, om nadien naar Brisbane te vliegen en met de motorhome verder te gaan tot Cairns. De motorhome was fantastisch, ons eigen huisje op wielen. Wij zijn niet de meest avontuurlijke reizigers – voordien hadden we er vooral citytrips en hotelvakanties op zitten – en dan is het wel fijn dat je alles bij de hand hebt.”

Pinguïns in het zwembad
“De natuur was overweldigend mooi, zo verscheiden dat ik er moeilijk een favoriete plek kan uitkiezen. Of toch, Kangaroo Island, een klein eilandje bij Adelaide waar je de pure natuur en inheemse dieren in volle glorie kunt ontdekken. De koala’s en kangoeroes springen er voor je voeten, net als de pelikanen en zeehonden. Zeker de boerderij Paul’s Place was de moeite waard. Amber en ik hebben er koala’s mogen knuffelen, ze spreekt er nog over! Het zwembad van ons hotel was uitgehouwen in de rotsen en gevuld met zeewater. ’s Avonds hoorden we een ondertussen bekend geluid, bleek dat er pinguïns rond het zwembad liepen. Ook Cape Tribulation vonden we fenomenaal, daar komt het regenwoud tot aan de oceaan. Er liep geen mens op het strand. Helemaal anders dan aan de Belgische kust, maar het gaf een héél goed gevoel.”

Aanschuiven in alle rust
“De outback was zelfs nog meer verlaten. Als we er na uren rijden een andere wagen tegenkwamen, zwaaiden we wel naar elkaar. Voor mij is de outback toch het meest authentieke stuk Australië dat we hebben gezien. De hitte en de vliegen kwamen ons tegemoet zodra we uit de auto stapten, maar de sfeer was magisch. Ik kon me echt voorstellen dat er wat verder een Aboriginal op zijn didgeridoo zat te spelen, al zijn we er buiten Alice Springs geen tegen het lijf gelopen. Wel ben ik geschrokken van de negatieve manier waarop sommige Australiërs over hen spreken. Voor de rest waren de mensen er heel open. Ik weet niet of het met de uitgestrektheid te maken heeft, maar de bekende ‘no worries mate’-mentaliteit bestaat wel degelijk. We moesten vaak wat langer aanschuiven aan de kassa’s van de supermarkten, omdat iedereen er zijn tijd neemt voor een praatje. Of dat elke dag aangenaam is, weet ik niet, maar het maakte onze vakantie lekker rustig.”

Eén miezerig vogelspinnetje
“Gevaarlijke dieren? Die zijn we gelukkig niet tegengekomen. Eén vogelspin hebben we gezien op de koelkast van de pub in Glen Helen, en dat was dan nog een kleintje. En de krokodillen op de Koorana Crocodile Farm in Queensland tellen eigenlijk ook niet. De hele reis heeft onze stoutste verwachtingen overtroffen. Natuurlijk hebben we niet alles gezien wat we wilden zien, maar dat geeft ons des te meer reden om eens terug te keren. Als het aan mij lag, gingen we volgend jaar al. We hebben zelfs al met Christ’l afgesproken waar we elkaar de volgende keer zullen ontmoeten. Toen we daar nog waren, hadden we het soms al lachend over emigreren, maar ik vind dat niet eens zo’n gek idee. We hebben er ons echt zes weken thuisgevoeld.”

Zelf naar Australië?

  • Je bereidt het best zoveel mogelijk zelf voor.
  • Voor jonge gezinnen is een motorhome ideaal: je hebt alles bij de hand en je hoeft geen slaapplaats te zoeken. De campings zijn goed uitgerust en niet duur.
  • Goed om te weten: kinderen jonger dan vier jaar hoeven vaak geen toegangsgeld te betalen.
  • Beperk je hoeveelheid kleding – op de meeste campings kun je goedkoop wassen – en koop je zonnecrème ter plekke. Die is er spotgoedkoop.
  • Bezienswaardigheden die je niet mag overslaan: Paul’s Place op Kangaroo Island en de Koorana Crocodile Farm in Queensland (breng hier vooral een bezoekje aan de kikker die onder de rand van het vrouwentoilet woont).

Happy down under
“Mijn mooiste herinnering is het gezellige samenzijn met Geert en Amber. In België leiden we een heel druk leven en hebben we niet zoveel tijd voor elkaar. Ik vond het heel fijn om zes weken lang met ons drietjes ontspannen onderweg te zijn. Het was schitterend om te zien hoe ook Amber van de reis genoot. Zij liep de hele tijd te zingen en als we haar vroegen hoe het kwam dat ze zulke rode wangetjes had, klonk het enthousiast: ‘Dat is van altijd te lachen!’ Het lijkt niet evident om met een kind van vier zo’n lange reis te maken, maar ze weet nog heel goed wat ze daar allemaal heeft meegemaakt. Voor ons heeft de reis trouwens nog een staartje gekregen. We hadden vooraf gezegd dat we in Australië zouden beslissen of er nog een tweede kindje kwam. Omdat de reis en het samenzijn zo geweldig goed zijn meegevallen, hebben we dan maar besloten om er helemaal voor te gaan. En met resultaat: in april krijgt Amber er een broertje of zusje bij!”

Tekst: Barbara De Coninck