Tekst: Lore Callens
“Ik ben al ettelijke keren in Canada geweest voor allerlei avontuurlijke reizen: te voet, met de kano en met de hondenslee”, vertelt Bert Poffé. “Op een van die reizen heb ik Roy ontmoet, een Canadese ranger. We werden goede vrienden en op een zonnige zomerdag doorkruisten we met een kano het Algonquin Park, waar hij vlakbij woont. Toen bedachten we ons plan: we wilden dit gebied doorkruisen in de winter. Dat had niemand ooit gedaan.”
Vrolijke vrienden
Roy zorgde voor het gezelschap van een tweede ranger, en Bert overtuigde drie Belgische vrienden. Samen beslisten ze om hun onderneming te linken aan een goed doel, SOS Kinderdorpen, zodat zij konden delen in de aandacht die het project kreeg. Het toeval wilde dat de vijftienjarige zoon van Roy over die organisatie een project maakte op school en ook graag meewilde op expeditie. “We hadden eerst wat twijfels, maar hij heeft het er goed vanaf gebracht”, zegt Bert.
“Toen we ’s nachts aankwamen, zei de piloot: ‘Welcome to Toronto. It is now 9°C.’ Dat was even schrikken. Hoe konden wij nu een wintercrossing op sneeuwschoenen houden bij zulke temperaturen? Gelukkig kwam er meer en meer ijs in zicht naarmate we verder naar het noorden reden.”
Een slee of een ploeg?
“De eerste dag begon al met min 32 graden. Maar het werd nog zwaarder door de enorme temperatuurschommelingen. De combinatie van ijskoude dagen met stortregen was een ramp voor ons materiaal. Ook de sneeuw was minder kwalitatief. Als het papsneeuw is, wordt je slee eerder een ploeg. We hebben onze route zelfs moeten wijzigen omdat we niet verder geraakten door het open water. Wanneer een rivier of een meer niet was dichtgevroren, moesten we doorgangen vinden door het bosrijke gebied eromheen. Soms moesten we dezelfde afstand wel drie keer afleggen, om beetje bij beetje de sleeën met onze voorraad op te halen. Sommige dagen hebben we daardoor maar vier kilometer afgelegd in vogelvlucht.”
Wit en groen
“Het is frappant hoe zo’n gebied zo groen kan zijn in de zomer en zo desolaat in de winter. Alles is bedekt onder de sneeuw. Het is zeker geen safari waar je om de vijf kilometer een beest ziet”, verzekert hij. “Toch hebben de dieren ons een heel speciaal moment opgeleverd. Twee nachten lang hebben we op minder dan honderd meter van ons een horde wolven horen huilen. Dat is een echt oergeluid. Het bestaat al duizenden jaren en het klinkt nog steeds hetzelfde. We waren meteen klaarwakker. We hebben ook een eland gezien en een wolf, enkele otters en een bever.”
De eerste keer
“Ik had al vaker avontuurlijke tochten ondernomen, maar dit was mijn eerste echte expeditie. Dat nomadenbestaan boeit me enorm. ’s Morgens ruim je alles op wat je hebt, en je vertrekt weer. Het leven wordt een paar weken heel eenvoudig: je wilt zoveel mogelijk kilometers afleggen, het zo warm mogelijk hebben, eten, drinken en rusten en mooie momenten delen. Voor mij is dat geen vlucht van mijn gewone leven, het is eigenlijk dát wat ik wil doen. Ik word er dan ook hoorndol van als mensen zeggen: zoiets doe je maar één keer in je leven. Als dat zo zou zijn, dan was ik er misschien niet eens aan begonnen. Nee, deze expeditie heeft mijn zin voor avontuur enkel nog maar verder aangewakkerd.”
Zelf op expeditie naar Canada?
- Het Algonquin Provincial Park is de echte wildernis op amper vierhonderd kilometer van Toronto, een gemakkelijk te bereiken grootstad. Je hoeft dus geen moeilijke en dure vluchtverbindingen te nemen.
- Als je je als beginneling aan een expeditie waagt, leg de lat dan niet al te hoog.
- Doe geen gekke dingen. Steeds safety first.
- Praat altijd eerst met de rangers van het park dat je doorkruist. Bespreek met hen je geplande route en zorg voor de nodige toegangsbewijzen.
- Zeker meenemen: kompas, aangepast materiaal en in de zomer heel goede muggenmelk.



"Go local is mijn devies. 







