Liefs vanuit de Westfjorden

Onze GRANDE-reporter trok drie dagen met een terreinwagen door de Westfjorden, de ruigste hoek van IJsland en misschien wel van heel Europa.

Uiteraard bezocht hij de toeristische highlights, maar hij dompelde zich vooral ook onder in de ondraaglijke schoonheid van dit opmerkelijke land met z'n uiteenlopende landschappen. In een poging om zijn indrukken onder woorden te brengen schreef hij een brief naar het thuisfront.


Liefste familie en vrienden,

Hier in Keflavik, de internationale luchthaven van IJsland, veertig kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Reykjavik, word ik op mijn wenken bediend. Terwijl ik de bagage in mijn Nissan-terreinwagen propte, viel er zowaar ijswater uit de lucht - in juni. Elk seizoen heeft zijn charme en het betekende alvast een goede start voor mij. Ik mocht vanuit mijn vliegtuigvenstertje getuige zijn van het moment dat de Boeing door het wolkendek brak en zijn landing inzette, net alsof ik op de maan ging landen.

Ik zag vooral zwart. Zwarte tinten zover het oog reikt. IJsland is een woestijnachtig lavaland dat oprijst uit de Atlantische Oceaan. Neil Armstrong wist dat destijds al; hij kwam hier trainen voor hij naar de maan trok. En wat grapte hij toen hij hier weer vertrok: “Het grote verschil, behalve de afstand, is dat er hier rijkelijk zuurstof aanwezig is.”

Een halfuurtje later bol ik door Reykjavik, de meest noordelijk gelegen hoofdstad van de wereld. Die telt amper 200.000 inwoners en is daarmee niet meer dan een veredeld vissersdorp. De stad oogt jong, telt amper hoogbouw en heeft dankzij haar status van culturele hoofdstad in het millenniumjaar een nieuw elan gekregen. Ik blijf echter niet in Reykjavik. Mijn doel ligt drie uur rijden verder, in hotel Budir op het schiereiland Snaefellsness. Daar staan in een gerenoveerd pand mijn avondmaal, pint en bed voor de nacht klaar. Van het uitzicht in de panoramische bar besef ik opnieuw hoe oorverdovend mooi stilte en onherbergzaamheid kunnen zijn.

Good morning Hol van Pluto

Ontbijten doe ik met een mistig en regenachtig uitzicht. Vanwege het isolement en het zeer ruwe klimaat zijn de Westfjorden nooit een populair oord geweest. Zelfs voor vele IJslanders is het nog onbekend gebied. Na de Wereldoorlog zorgde het contact met de moderne tijd ervoor dat hele families naar de hoofdstad verhuisden. Daardoor zijn de Westfjorden een streek geworden van verlaten boerderijen en zelfs uitgestorven dorpen.

Wat rest is een onafhankelijk immens natuurpark waarin de mens een steeds kleinere rol speelt. Op zich een uniek gebeuren: de natuur die terug aan de natuur gegeven wordt. Vanuit groene hoek is dit alleen maar toe te juichen. De plaatsen in de wereld waar deze beweging zich voltrekt, worden steeds zeldzamer. Het staat trouwens in schril contrast met de rest van IJsland. Het land is zoveel meer dan het eilandje op de verste uithoek op de kaart van Europa.

IJsland is niet langer dat onbetaalbare, depressieve eilandje waar het pantheon der Nobelprijswinnaars huist en de jeugd zich naar Vikingtraditie ladderzat drinkt. IJsland is een magisch land, letterlijk en figuurlijk het warmste land van het noorden en is dankzij de financiële crisis merkwaardig genoeg een betaalbare bestemming geworden. Dit is heel erg merkbaar in Reykjavik: een wereld van verschil in vergelijking met vroeger. 

Het einde van de wereld

Ik heb de regionale weg 56 verlaten en bol nu naar de 54, die er deels onverhard bijligt. De overvloedige regen van de voorbije dagen heeft het parcours redelijk slijkerig en vooral glibberig gemaakt. Maar wat is het decor prachtig, indrukwekkend, schitterend en fenomenaal tegelijkertijd. Laten we misschien een Britse reiziger citeren: “De ontheemde, onaangeroerde wildernis schenkt iets van haar ontzagwekkende rust aan de geest.” Ze tekende het op in 1882; vandaag is het nog geen haar veranderd.

Eigenlijk zou Groenland IJsland moeten heten en vice versa. Het eiland is niet alleen visueel letterlijk groen, het is vooral een aanval op al je zintuigen. In Kroksfjardarnes eet ik een sandwich in een benzinestation om dan het hoogtepunt van de dag aan te vatten: de klim naar de Dynjandi-watervallen. Hoewel weg 60 officieel geschikt is voor gewone auto’s, zou ik hier toch niet graag zonder 4x4 rijden. Modder, kiezel in sporen getrokken, haarspeldbochten zonder vangrails. Kortom, alle ingrediënten voor het echte terreinwerk zijn aanwezig. 

In de late namiddag, onder het stroboscopische effect van de zon die met de wolken speelt, bol ik de grasvelden rond de waterval op. Watervallen in IJsland, ze zijn er in alle maten en soorten. Gulfoss – letterlijk: de gouden waterval – is een van de toppers, net als de landschappelijk verstopte Svartifoss, de verticale Skogafoss en de gesplitste Godafoss. Dettifoss en Fagrifoss zijn alleen met een terreinwagen te bereiken. 

Met gemiddeld 193 kubieke meter per seconde is Dettifoss trouwens Europa’s krachtigste waterval. Deze Dynjandiwaterval is de enige noemenswaardige op de Westfjorden en moet het van zijn vorm hebben: breed en in trapvorm. Rome heeft zijn Spaanse trappen, IJsland zijn Dynjandi. En wat valt me nog op? IJsland vraagt helemaal geen toegangsgeld voor zijn adembenemende natuurspektakels. Bovendien zijn de talrijke sites voorzien van ruime parkings, is er dikwijls een klein bezoekerscentrum met cafetaria en toiletten, én... de bewegwijzering is duidelijk. Schitterend! Er rest me nu nog een dik uur tot Isafjördur, de enige nederzetting op de Westfjorden die zich stad mag noemen.

Draconische ruwheid

Vroeg ontbeten en vroeg vertrokken, houd ik halt voor een tweede koffie bovenop Sudavik. De IJslandse natuur laat reiziger noch fotograaf onberoerd, dus ook mij niet. Het land van vuur en ijs is onwezenlijk mooi. Vooral de lichtval is bijzonder gevarieerd, omdat regen, sneeuw en zonneschijn elkaar in hoog tempo afwisselen. Vaak binnen het tijdsbestek van een uur. Wind lijkt de enige constante – ik moet me zelfs met zonnebrandolie wapenen om te voorkomen dat ik zo rood als een kreeft rondloop.  

Rijden is hier ook fantastisch! Eén: er is amper verkeer, en twee: de landschappen schuiven als een diavoorstelling voorbij. Om een goede vriend te citeren: “Als het om landschappendramatiek gaat, is IJsland onverslaanbaar”. De plaatsen in de wereld waar het ‘alleen zijn’-gevoel zo groot is als hier, kan je op een hand tellen. Met een gemiddelde van drie inwoners per vierkante kilometer en in de wetenschap dat zeventig procent van de bevolking rond de hoofdstad woont, krijgt het begrip ‘leeg’ hier een nieuwe dimensie. 

Ik herinner het me van mijn vorige IJslandreis, de reis die iedereen onderneemt ter kennismaking met dit land: Highway 1, die helemaal rond het eiland loopt. Het was toen schrikken om na 1 500 kilometer plots een verkeerslicht op je weg te vinden. En wanneer je, zoals ik nu, de uithoeken verkent, ontmoet je bijna niemand. Dit moet wel de wildste hoek van Europa zijn. De dramatische landschappen worden bovendien vooral gevormd door steen, water en lava, en niet door bomen. “Land leeg van bomen, vol rotsblokken”, klinkt het in een gedicht van Jan Slauerhoff.

Op weg richting Holmavik rijd ik voorbij massa’s paarden. IJsland is goed voorzien van paarden, liet ik me vertellen, en ze zijn bijzonder nieuwsgierig. De dieren stammen af van de Vikingpaarden en hebben een bijzondere gang, de tölt, die alleen op IJsland voorkomt. Zelfs voor leken is het niet moeilijk om ze te berijden, omdat de dieren erg meegaand zijn. Hun leeftijd wordt trouwens in winters berekend, niet in jaren. En om het ras te beschermen, is de invoer van paarden verboden. Schitterend. 

Een prinsenleven vol zwavel

Je start niet missen en eindigen in schoonheid, dat is het stramien van deze meer dan geslaagde reis. Dus trakteer ik me bij wijze van afscheid op een sessie luieren in zwavelrijk water. Je vindt ze verspreid over het eiland, maar de bekendste is de Blue Lagoon: thermische baden, uitgegraven in een lavaveld met natuurlijk opborrelend warm water van dertig tot veertig graden. Een van de uithangborden van IJsland. Daar lig ik dan te drijven, het heeft iets onaards. Mijn oren vriezen eraf, maar mijn onderlichaam wordt aangenaam opgewarmd.

Door de vele mineralen zou de witte prut uit het water een mens tien jaar jonger maken, zo luidt het verhaal althans. De indringende zwavelgeur van die vulkanische prut en minerale klei krijg ik er in elk geval gratis bovenop. Ondertussen lees ik in de lokale krant dat zowat tachtig procent van de bevolking nog in trollen, dwergen en elfen gelooft. Zelfs bij de aanleg van wegen wordt rekening gehouden met de rotsen waarin dit sprookjesvolk volgens de sagen woont. Waag het niet ermee te lachen, want dan krijg je te horen dat twintig procent al een elf of trol in het echt gezien heeft! 

Liefste thuisfront, zoals jullie merken heb ik enkel lof te vertellen over IJsland: dit is een échte topbestemming. Zelfs nu ik een punt zet na mijn tweede reis naar dit opmerkelijke land, kon ik genieten van plekken die ik de eerste keer over het hoofd had gezien. 

________________________________________________________________________________________________

Ijsland: de weetjes

Iedereen spreekt Engels en gelukkig maar: het IJslands, een Germaanse taal, is een plezier om naar te luisteren, maar er valt niets van te begrijpen. Voor liefhebbers van 4x4’s en écht terreinrijden is dit het paradijs. Waar het in vele Europese landen zelfs verboden is om offroad te rijden, is het in de Westfjorden geen luxe maar bijna noodzaak. Wie de binnenwegen opzoekt – en dat is hier niet moeilijk – moet al snel over onverharde wegen, kleine hindernissen of ondiepe rivieren. Het échte avontuurlijke autorijden dus. Let wel, je moet altijd op de voorziene paden rijden, hoe minimaal die ook zijn. 

IJsland is er ook voor fijnproevers! Niemand reist naar IJsland omwille van de uitgesproken culinaire hoogtepunten, maar je hoeft ook niet enkel fastfood of veredelde grootkeuken te verwachten. Hier spreekt men van ‘new nordic cuisine’. Het lamsvlees is subliem, men maakt deftig werk van ambachtelijk brood, vis is er in alle maten en smaken met zalm als hoogvlieger en de lokale pils mag er ook wezen.

IJsland bezit meer gletsjers dan de rest van Europa samen, zette als allereerste een vrouw in de presidentsstoel, heeft het zuiverste water van Europa, en... de inwoners lezen de meeste boeken van alle Europeanen. In IJsland rijden geen treinen, het land heeft geen leger en boksen is om humanitaire redenen verboden. In het telefoonboek staan de mensen gerangschikt op hun voornaam. Mensen uit één gezin kunnen tot vier verschillende achternamen hebben omdat er achtervoegsels worden toegevoegd bij de kinderen. Voor benzine betaal je iets meer dan in België, alcoholische dranken zijn en blijven duur. Een lokaal biertje kost je minstens vijf euro. 

IJsland praktisch

IJsland is driemaal zo groot als België, meet 500 kilometer doorsnede van west naar oost, telt 4.000 kilometer wegen, 6.000 kilometer kustlijn en 335.000 inwoners.

Wanneer reizen? Theoretisch kan alles, al is het tijdens de wintermaanden maar enkele uren schemer en eind juni 24 uur licht. Bovendien houdt sneeuw vele wegen dicht en ontoegankelijk. De Westfjorden zijn dus praktisch het best te bereizen tussen juni en oktober. Het absolute hoogseizoen loopt van midden juni tot eind augustus. Half september verschijnen al de herfstkleuren en kan in het binnenland alweer de eerste sneeuw vallen. 

Hoewel IJsland net ten zuiden van de poolcirkel ligt, is het er aanzienlijk warmer dan je zou denken. De gemiddelde wintertemperatuur draait rond het vriespunt, in de zomermaanden is het twaalf tot vijftien graden. Alles boven de twintig is een hittegolf. In IJsland is het in de zomerperiode twee uur vroeger dan in Brussel. 

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Pretentieloos en comfortabel driesterrenhotel. Niet sexy, maar netjes en ronduit het beste adres van deze uithoek, een logische stop op het parcours.

..."