Happen van Den Haag

Den Haag heeft veel meer te bieden dan zijn veertien ministeries en tal van internationale instellingen. Je kunt er heel wat bekende toeristische attracties bezoeken, zoals het Binnenhof, Madurodam en Scheveningen. Maar er gebeurt ook veel op het gebied van kunst, cultuur en design.

Den Haag is een bruisende stad, met een invloedrijke rock- en popscène. Diverse bands zijn hier ontdekt en bekend geworden, zoals Golden Earring en zangeres Anouk. Den Haag is ook een leefbare stad, met een autovrij stadscentrum. Maar liefst twee vierkante kilometer van het centrum is autovrij, een walhalla voor fietsers en voetgangers.

Rondleiding met Greeter

Vier leuke gidsen hebben me in Den Haag op sleeptouw genomen en telkens viel me op hoe trots ze zijn op hun stad. Mijn eerste rondleiding krijg ik van Jos Nusse, een Greeter die me vol enthousiasme de architecturale hoogstandjes van Den Haag laat zien. Greeters zijn Hagenaars die toeristen een gratis rondleiding geven in een persoonlijke, ongedwongen en ontspannende sfeer. De heel moderne architectuur van de Haagse overheidsgebouwen valt meteen op. Verrassend zijn de sappige namen die de Hagenaars geven aan hun gebouwen.

De Zürichtoren, een kantoortoren in de Haagse wijk Resident, wordt vanwege zijn vorm de ‘citruspers’ genoemd, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft ‘vulpen’ als bijnaam en het witte, futuristische en moderne stadhuis, ontworpen door de Amerikaanse architect Richard Meier, is het ‘ijspaleis’. Na onze architecturale wandeling gaan we richting Chinatown. We wandelen de wijk binnen langs echte Chinese poorten. De straatnamen zijn met Chinese karakters aangegeven en in de lucht hangen rode bollen met Chinese figuren.

Hoewel de meeste restaurants er ongezellig uitzien door hun kille tl-verlichting, is het eten er wél goed. Een culinaire aanrader volgens onze Greeter is de Chinese zaak Fat Kee in de Gedempte Gracht 675. We staan ook minutenlang stil bij het joodse kindermonument, een ijzeren structuur waarin de namen van de joodse kinderen zijn gegraveerd die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd. Door deze dramatische gebeurtenissen vluchtten de joden massaal weg uit de wijk, waardoor die leeg kwam te staan en verloederde. Maar dankzij de komst van Chinatown, in de jaren 1980, leefde de buurt weer op. Vandaag zijn nog steeds sporen van de Duitse bezetting terug te vinden op de stammen van enkele dikke bomen aan de Sophialaan en Plein 1813. Als je goed kijkt, zie je op de stam de littekens van de grove en scherpe prikkeldraad die destijds door de Duitsers werd gespannen.

De Haagse Bom

De volgende dag ontmoet ik René Bom, de nachtburgemeester van Den Haag. De Haagse Bom is een duizendpoot: presentator, barman, dj, muziekliefhebber, maar vooral een heel leuke gids. Eerst fietsen we door een van zijn favoriete plekjes: de tuinen van het koninklijk paleis. Die zijn bijna heel het jaar toegankelijk, in tegenstelling tot onze koninklijke tuinen. En als je geluk hebt, ontmoet je er koning Willem-Alexander of koningin Maxima. Vervolgens rijden we naar de Denneweg, een hippe buurt met van oudsher veel antiekzaken. Ook een bezoek aan Van Kleef mag niet ontbreken. Deze distilleerderij aan de Lange Beestenmarkt werd opgericht in 1842 en is een van de oudste bedrijven van Nederland.

Het mooiste plekje van Den Haag is volgens Bom het Westbroekpark, vlak bij Madurodam, de kleinste stad van Nederland. Het park werd in 1920 aangelegd op een afgegraven deel van een jong duingebied en is 18 hectare groot. Tijdens de zomer bloeien er maar liefst 300 verschillende soorten rozen, goed voor 20.000 rozenstruiken. Daarnaast is er een vaste plantentuin met 150 plantensoorten. Bom neemt me op een veerbootje mee naar theeschenkerij De Waterkant, waar we gezellig iets drinken.

Vervolgens rijden we door naar Scheveningen, de grootste badplaats van Nederland, die jaarlijks meer dan negen miljoen bezoekers lokt. We bezoeken er een klein, beschermd vissersdorpje uit 1885. Het telt maar een paar straten, met heel toepasselijke namen, zoals de Ankerstraat en de Zeilstraat. Voor de vloeren van de huisjes werd onder meer hout gebruikt van stukgevaren en gestrande schepen. Het dorpje dreigde in de jaren 1950 afgebroken te worden, maar massaal protest kon dat voorkomen.

In Scheveningen kun je ook heel goed surfen, dankzij een combinatie van dammen, strandhoofden, zandbanken en windvlagen. In de lokale surfclub Aloha maak ik kennis met het golfsurfen, een van de oudste boardsporten. Samen met instructeur Kenny trek ik de zee op, gewapend met een surfplank. Het golfsurfen valt beter mee dan ik had verwacht. Al snel lukt het om me op een golf te laten meevoeren. Het is heerlijk om je met de kracht van de aanrollende golven naar het strand te laten drijven. De Nederlanders kunnen dat mooi uitdrukken: ‘surfen over de kruimelende golven’. Aanvankelijk dacht ik dat surfen een koude bedoening was, maar dat klopt niet. Mijn surfpak, dat bijna waterdicht is, houdt me heel warm. Al enkele jaren is de surfschool het hele jaar open, ook tijdens de wintermaanden. De surfpakken zijn de laatste jaren zo ontwikkeld dat ze je zelfs in vriestemperaturen nog warm kunnen houden.

30 procent groen

Den Haag is met zijn 460 tuinen en parken ook een van de groenste steden van Nederland. Maar liefst dertig procent van de stad is groen. Ik start mijn ontdekkingstocht door de groene longen van Den Haag met gids Remco. Hij woonde zeven jaar in Brussel, maar keerde uiteindelijk toch terug naar Den Haag. Remco toont me vol lof de vele hofjes die Den Haag rijk is. Op het einde van de negentiende eeuw telde Den Haag 700 hofjes. Toen woonde een kwart van de Haagse bevolking in een hofje. Toch is Den Haag vandaag met meer dan 100 hofjes nog steeds een echte ‘hofstad’. Veel mensen bouwden hofjes als voorziening voor hun oude dag. Op deze plekjes kun je heerlijk tot rust komen, weg van alle drukte van de stad. Vaak liggen de hofjes verscholen in een verlaten steeg of achter een onopvallende deur.

Een van de opmerkelijkste hofjes is het Rusthofje, een echt dameshofje dat gebouwd werd in 1831. We wandelen door het Javalaantje, een hofje dat in 1850 in het Willemspark werd aangelegd. Wat verder vinden we de Mallemolen, een ander leuk hofje. Een van de oudste hofjes is het Denneweghofje, aangelegd in 1829. Je kunt ook de rust opzoeken in de kleine, verborgen kerkjes en kapelletjes, onder meer in de Oude Molstraat. Ze zijn verborgen omdat ze vroeger door de protestanten verboden werden. Een wandeling door het Bosje van Repelaer, genoemd naar de familie die er halfweg de negentiende eeuw woonde, is ook een aanrader. Het minibosje maakt deel uit van het voormalige Landgoed Rosendoor. Het is een vergeten bosje, maar een van de bijzonderste groene plekken in Den Haag, met enkele zeldzame bomen en planten, zoals de Japanse notelaar, de muurleeuwenbek en de Japanse kwee.

Creatieve stad

Den Haag is een heel creatieve stad, dat laat stadsgids Anouk Heida me ontdekken. Zij is auteur van de toeristische gids ‘100% Den Haag’ en kent de stad door en door. Met veel passie laat ze me kennismaken met het Zeeheldenkwartier, gelegen rondom de Prins Hendrikstraat, de Piet Heinstraat en het weelderige Anna Paulownaplein en een van de oudste wijken van Den Haag. Bedrijvigheid en creativiteit zetten hier de toon. Je vindt er heel bijzondere winkelgevels in jugendstil met gedecoreerde bel-etages. Bij Edwin Pelser bijvoorbeeld, aan de Piet Heinstraat, is het werk van jong Nederlands designtalent te vinden.

Ook vind je in deze wijk een overvloed aan antiekwinkels, speciaalzaken, vintage en delicatessen. Aan cafés, restaurants en terrasjes is er eveneens geen gebrek. In de levendige Reinkenstraat zit bakkerij Hessing, waar je de bekende Haagse hopjes met koffie-karamelsmaak kunt kopen. Probeer zeker de Haagse ‘kakkah’, een plat krentenbrood gevuld met spijs. Verder bezoeken we het museum Panorama Mesdag, misschien wel een van de bijzonderste musea van Den Haag. Hier hangt het indrukwekkende panorama van Scheveningen dat Mesdag in 1881 schilderde. Het cilindrische doek heeft een omtrek van 120 meter en een hoogte van 14 meter. We fietsen door het Statenkwartier, een wijk waar veel expats wonen. In het toonaangevende Gemeentemuseum, het gele gebouw van architect Berlage, kun je moderne kunst bekijken. Iets verderop, richting het strand, zit de Frederik Hendriklaan, bij de Hagenaars bekend als de ‘Fred’. Je winkelt er op niveau, tussen de welgestelde locals en de vele expats. De wijk Duinoord markeert de overgang van chic naar creatief Den Haag en is erg in trek bij yuppen en tweeverdieners.

Indonesische gemeenschap

Den Haag wordt ook de ‘weduwe van Indië’ genoemd. De stad is immers eeuwenlang verbonden geweest met Nederlands-Indië door haar bestuurlijke, zakelijke en culturele banden en vandaag herinneren nog veel zaken aan het rijke verleden dat Nederland deelt met Nederlands-Indië, zoals het voormalige Ministerie van Koloniën en het prestigieuze Hotel des Indes. Ook op culinair vlak kun je in Den Haag niet om Indië heen. Wij gingen eten in restaurant Garoeda, dat in 1949 werd opgericht aan de Kneuterdijk en er meer dan vijftig jaar later nog altijd is. Het restaurant werd ingericht met Balinees hout en snijwerk en met materialen en kunstvoorwerpen uit Indonesië. De rijsttafel ‘Sri Wedari’ smaakt er overheerlijk.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"
Drie verschillende en eeuwenoude panden en patriciërshuizen werden gerenoveerd tot het Best Western Museumhotels in het hart van de historische binnenstad.
..."