Bij de Medici's in Firenze

Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: Firenze en de Medici’s. De beroemde familie speelde bijna drie eeuwen een sluw politiek spel dat ze tot grote hoogten bracht.

Ze maakten zichzelf onsterfelijk als opdrachtgevers van grote meesters als Michelangelo, Brunelleschi, Botticelli, Filippo Lippi, Vasari en Leonardo. Hun artistieke nalatenschap leer je het beste kennen door hun paleizen en buitenhuizen te bezoeken, zoals de Palazzi Riccardi, Vecchio, Pitti en Villa La Petraia. Daar proef je de rijkdom van een uitgestorven uitzonderlijke familie, die na vierhonderd jaar nog altijd springlevend is.

Het is stil in de smalle straatjes die kronkelend steiler worden en tot de heuvels van Monte Morello reiken. Af en toe raast een Vespa voorbij en op het einde van een meterslange grijze muur doemt het hoge ijzeren hek van Villa La Petraia op. Na een korte steile klim komen de koele boomschaduwen me tegemoet. Op de heuvel pronkt de villa aan de horizon, met uitzicht over ‘haar’ stad, Firenze. In de verte steekt Brunelleschi’s koepel hoog boven alles uit. La Petraia was een van de vele buitenhuizen van de Medici’s, de beroemde familie die tijdens de renaissance over Firenze heerste.

Even buiten de stadsmuren bezat de dynastie elf villa’s en elders in Toscane nog eens dertien! In 1544 kwam het huis in bezit van hertog Cosimo I en bleef tot halverwege de zeventiende eeuw in de familie. Daarna ontfermden de Lotharingers en Vittorio Emanuele II van Savoye zich erover. La Petraia is een van de best bewaarde huizen van de Medici’s. De fraaie symmetrie en terraslagen van de zestiende-eeuwse tuin, voorzien van vijvers, een fontein, kruidenplanten en fruitbomen, sluiten perfect aan bij het sobere en statige gebouw.

Achter de geblindeerde ruiten van de entree schuilt een wereld van pure schoonheid. De vierkante binnenplaats is voorzien van prachtige decoraties en een enorme kroonluchter, en wordt overkapt door een glazen koepel die de Savoyes er in 1872 op lieten plaatsen voor de bruiloft van zoon Emanuele di Mirafiori.

Kunst als pr-middel

Ondanks de ingrepen van latere eigenaren ademt het huis de geest van zijn bouwheer. Wie de Medici’s leert kennen, weet dat hun artistieke rijkdom symbool staat voor macht. De omarming en financiering van grote kunstenaars bleken een ideaal pr-middel, wat ook andere rijke families en geestelijken toepasten in bijvoorbeeld kerken. Mede vanwege hun oprechte interesse in kunst en wetenschap bleken de Medici’s verantwoordelijk voor ontelbare belangrijke werken uit de renaissance.

In La Petraia liet Cosimo’s kleinzoon Lorenzo (1599-1648) de loggia’s van de imposante hal vereeuwigen met prachtige fresco’s. De schilderingen zijn getiteld Fasti Medicei (1637-1646) en verwijzen naar de triomfen uit de familiegeschiedenis. Zo verbeeldde Baldassarre Franceschini ‘Il Voterrano’ onder meer de ontmoeting tussen paus Leo X en Frans I van Frankrijk, de overwinning van Cosimo I op Siena en Catherina en haar kinderen. Het is een adembenemend schouwspel waar je met open mond naar blijft staren. Cosimo Daddi decoreerde de hal die onder andere de overwinning op Jeruzalem verbeeldt. De vertrekken zijn eveneens oogstrelend. Het interieur en meubilair van de diverse kamers zijn voornamelijk neoklassiek. De oude kapel (1589-1594) is rijk gedecoreerd door Bernardino Poccetti met engelen en het levensverhaal van Christus. Daddi beschilderde het plafond met de ‘Verheerlijking van de heilige Geest’. Vanaf het open balkon op de eerste verdieping kijk je uit op de binnenplaats, die een centrale plek inneemt. Wat een entree, en dit is nog maar het begin…

Smaakmakers

In Firenze zijn overal voetsporen van de Medici’s terug te vinden, zoals hun familiewapens op vele gebouwen. Om die voetsporen te volgen kun je het beste starten in Palazzo Medici Riccardi, dat hun eerste ‘familieoptrekje’ was. Hier vonden drie generaties hun onderkomen, omringd door loyale vrienden en kunstenaars. Dit relatief sobere en klassiek ogende palazzo, ontworpen en gebouwd door Michelozzo di Bartolomeo in opdracht van Cosimo Il Vecchio (de Oude), is met zijn drie verdiepingen tellende voorgevel een van de eerste prototypes uit de renaissance-architectuur. De zalen en kamers zijn voornamelijk ingericht in barokstijl door de latere bewoners, de Riccardi-familie, maar de Medici’s hebben voortreffelijk hun signatuur achtergelaten.

Naast Michelozzo’s fraaie binnenplaats met sierlijke arcaden en medaillons van Donatello, vormt de Driekoningenkapel het absolute hoogtepunt. Omdat dit paleis wat minder bekend is bij toeristen, kan het zijn dat je de kapel helemaal voor jezelf hebt. En dat is een absoluut voorrecht!

Pracht en praal

Slechts tien minuten lopen vanaf het eerste huis, ligt aan de levendige Piazza Della Signoria het imposante Palazzo Vecchio (het Oude Paleis). In de veertiende eeuw was dit het belangrijkste gouvernementele gebouw en diende het als zetel van de Signoria, het republikeinse bestuur. Ook zetelde het Italiaanse parlement er korte tijd toen Firenze van 1865 tot 1870 hoofdstad van Italië was.

Het oude stadhuis, dat nog steeds zijn functie vervult, werd in 1322 gebouwd. Zijn 94 meter hoge klokkentoren diende als uitkijkpost om vijandige troepen tijdig op te merken en de bevolking te waarschuwen. Het paleis kwam rond 1540 in handen van Cosimo I, die zijn huisarchitect en schilder Giorgio Vasari de opdracht gaf plafonds en muren te voorzien van bombastische fresco’s en schilderingen.

Dat is hem voortreffelijk gelukt, want hoewel het Palazzo Vecchio minder aanzien heeft dan de Uffizi of het Palazzo Pitti, valt er genoeg te ontdekken. Zodra je de Salone dei Cinquecento (Zaal van de Vijfhonderd, 1495) binnenstapt, word je overvallen door imposante veldslagen, die de overwinningen van de Medici’s op Pisa en Siena verbeelden, gebeurtenissen in Firenze weergeven en allegorieën uit Cosimo’s leven vertellen. Ik krijg bijna kramp in mijn nek van het omhoog staren naar de 39 panelen in het plafond. In de middelste plafondcirkel wordt de opdrachtgever zelf gekroond door een engel die Firenze verbeeldt. Vasari liet de zaal met maar liefst acht meter (!) verhogen en rondde samen met zijn leerlingen de schilderingen binnen drie jaar af. Voor de muurschilderingen staan diverse sculpturen, zoals Michelangelo’s ‘Overwinning’. Een waardige afsluiter vormt de Geografische Kamer, met een indrukwekkende houten globe en gedetailleerde wereldkaarten. Cosimo I vond Palazzo Vecchio echter niet waardig genoeg om gasten te ontvangen, dus op naar Palazzo Pitti!

Privécorridor

Om de duizelingwekkende inhoud van Palazzo Pitti te aanschouwen, krijg ik hulp van gids Samantha Para. Zonder gids of voorbereiding zie je door de bomen het bos niet meer in dit immense museum met zijn overdadige kunstgalerijen. Terwijl een flinke regenbui ons dwingt een paraplu te kopen, vertelt Para me al lopend over de geschiedenis. Het palazzo is vermoedelijk gebouwd door Brunelleschi voor Luca Pitti, die de heerschappij van de Medici’s wilde overtreffen. De rijke handelaar ging echter bijna failliet aan de kosten van het onafgewerkte stulpje. Na zijn dood in 1473 verkocht zijn familie het in 1550 aan Eleonora van Toledo.

Plots stoppen we midden op de Ponte Vecchio. De gids vertelt een interessant detail dat je anders zo voorbij zou lopen. Ze wijst omhoog naar de zijcorridors van de Uffizi, die Cosimo I liet bouwen door Vasari. Destijds diende de Uffizi-galerij als kantoor voor zijn regeringsdoeleinden. Cosimo en zijn gezin hadden veel vijanden en daarom beval hij Vasari een privégang te bouwen van bijna een kilometer lang, die van de Uffizi over de Ponte Vecchio tot Palazzo Pitti loopt. Zo was het mogelijk om zich ongezien en veilig te verplaatsen. Opvallend is dat de Ponte Vecchio een van de weinige bruggen is die gespaard is gebleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gerucht gaat dat de nazi’s de doorgang gebruikten als vluchtroute en dat zelfs Hitler en Mussolini elkaar daar veilig troffen. Aan de andere kant van de rivier Arno zie ik in mijn ooghoek constant de privégang opduiken. De route loopt dwars door tientallen huizen.

Officiële audiënties

Vanuit een smalle straat duikt vanuit het niets het immense Palazzo Pitti op. Het is moeilijk voor te stellen dat dit gebouw voornamelijk diende als hotel voor bijzondere gasten, voor speciale gelegenheden of voor officiële audiënties.

Gids Samantha Para vertelt bijvoorbeeld dat de imposante binnenplaats van Bartolomeo Ammannati, die vanaf de eerste verdieping uitkijkt op de prachtige tuin, werd omgetoverd in een spectaculair waterbassin voor de bruiloft van zoon Ferdinando I en zijn koninklijke Franse erfgename Christina van Lotharingen. De binnenplaats werd tot zo’n drie meter hoog gevuld met water, en er werden zeeslagen nagespeeld ter ere van het bruidspaar dat er permanent ging wonen. Het echtpaar verbleef hoofdzakelijk op de eerste verdieping in de linkervleugel. Hun kinderen zaten een verdieping hoger. Gedurende twee eeuwen was Palazzo Pitti het onderkomen van de laatste Medici-nazaten. Daarna leefden er vele verschillende bewoners aan het hof: van de Lotharingers tot de Savoye-dynastie. Met name Elisa Bonaparte heeft er flink huisgehouden, vertelt mijn gids. “Elisa vond de Italiaanse kunst maar niets en verwoestte vele fresco’s. Ze liet helaas diverse kamers overdoen in een overdadige neoclassicistische stijl.”

Het Palazzo Pitti werd dus constant verbouwd en uitgebreid en heeft qua interieur daardoor vele verschillende gezichten. De Palatijnse kunstgalerij, met grootse werken van Titiaan en Rafaël tot Rubens en Caravaggio, overspoelt de zintuigen. Gids Samantha vertelt nog een leuk detail bij het portret van Tommaso Inghirami (1510), die bevriend was met Paus Leo X. “Zie je dat Tommaso’s linkeroog wat afwijkt? De man schijnt nogal scheel te hebben gekeken. Raphaël wilde zijn opdrachtgever realistisch portretteren, maar niet beledigen door hem alleen van de zijkant te schilderen. Daarom heeft hij hem omhoog laten kijken, zodat zijn volledige gezicht zichtbaar is en zijn oog minder op de voorgrond komt.”

Via de linkervleugel van de indrukwekkende Bobolituinen dalen we af naar beneden. ‘Boboli’ verwees in de zestiende eeuw naar beboste gebieden en kreeg zodoende zijn naam. Evenals in de kunst, waren de Medici’s een van de eerste rijke families die de Italiaanse tuinarchitectuur op de kaart zetten en als rolmodel dienden in Europa.

Groen sprookjeshof

Ondanks het slechte weer, dat langzamerhand weliswaar opklaart, besluit ik toch verder de tuin te verkennen. De paden zijn opvallend steil en variëren van breed tot smal. In tegenstelling tot het paleis is het hier juist wel leuk om onvoorbereid rond te dwalen en te kijken waar je uitkomt. Het groene sprookjeshof telt ruim 45 hectare en is oorspronkelijk ontworpen door Niccolò Tribolo, die in opdracht van Cosimo I ook verantwoordelijk was voor de tuin van Villa in Castello (vlakbij Petraia).

Via een zijweg loop ik langs het koffiehuis, dat er droevig bijstaat in het grauwe druipende weer. Het voordeel is wel dat het rustig is in het park. Ik loop omhoog tot ik via een beschut paadje bij een wenteltrap uitkom. Mijn nieuwsgierigheid wordt beloond met een prachtig uitzicht. Voor me ligt het Porselein Museum met zijn Giardino del Cavaliere: een exotische en bloeiende rozentuin, omringd door een adembenemende groene vallei. Het museum werd onder meer door kardinaal Leopoldo De’ Medici gebruikt als ontvangstzaal voor wetenschappers. Nu zijn er exposities van kostbaar porselein, hoewel het fraaie servies het niet wint van het uitzicht.

Ik ga terug naar beneden en kijk via verschillende lagen terrassen uit op het verlaten amfitheater en de achterkant van het Pitti. Ik wijk verder af naar rechts en kom uit bij de rechtervleugel van het gebouw. De donkere lucht hangt dreigend boven de stad, die opdoemt vanaf dit uitkijkpunt. Een stukje terug loop ik over de Cipreslaan, met haar fraaie Romeinse beelden, ruim vijfhonderd meter steil naar beneden. Sla hier zeker eens een zijstraatje in, want juist de dichtbegroeide laantjes laten je dwalen door de tuin en uitkomen op romantische hofjes of binnenperkjes. De grote finale vind je aan het einde van de laan bij de sierlijke fontein en beeldengroep ‘Vasca dell’Isola’, een eilandje dus.

Laatste rustplaats

Na het overladene van Palazzo Pitti en zijn magnifieke Bobolituin neem ik afscheid van de godfathers van de renaissance bij hun laatste rustplaats: San Lorenzo en de Medici-kapel, waar bijna alle familieleden begraven zijn. De parochiekerk San Lorenzo is een van de belangrijkste en oudste gebouwen uit de renaissance-architectuur en staat symbool voor de geschiedenis van de Medici’s. Brunelleschi herbouwde de kathedraal in opdracht van Giovanni rond 1418, en Michelangelo ontwierp ruim een eeuw later de façade, evenals de bibliotheek waar manuscripten van de familie bewaard werden. Helaas is de bibliotheek dicht en kan ik nog steeds niet de beroemde maniëristische trappen bewonderen. Maar er is genoeg te zien, San Lorenzo barst van de kunstschatten: van Donatello en Fillippo Lippi tot Agnolo Bronzino.

Vervolgens loop ik naar buiten, langs de drukbezochte toeristenmarkt, waar ik via een zij-ingang toegang krijg tot de kapel. De metershoge Cappella dei Principi, waar alle ‘prinsen’ begraven liggen, is al even indrukwekkend als de palazzo’s. De enorme koepel van Buontalenti is het kleine zusje van Brunelleschi’s koepel. De oppermachtige Cosimo I gaf in 1604 het startsein voor het mausoleum om zijn familie te eren. Het resultaat is verbluffend: de hele ruimte bestaat uit marmer en pietre dure in diverse kleuren en motieven, aangevuld door Romeinse beelden met de enorme tombes als middelpunt.

Via een zijdeur loop ik Michelangelo’s Nieuwe Sacristie binnen. Na zijn voltooiing van de Sixtijnse Kapel was paus Leo X zo overdonderd, dat hij Michelangelo de opdracht gaf om zijn voorouders te eren. Het was de grootste uitdaging sinds zijn ‘David’, wat Michelangelo een dubbel gevoel moet hebben gegeven omdat hij zich tegen de Medici’s had gekeerd. Toch is de beeldengroep (1520-1534) rondom de graftombes een van zijn meesterwerken, zoals de allegorische vrouwenfiguur ‘De Nacht’.

Zo is de cirkel rond: op slechts een steenworp afstand van het Palazzo Medici Riccardi, waar de rijkdom van de Medici’s zichtbaar werd, eindigt mijn Medici-speurtocht.

Onze GRANDE reporters stellen volgend(e) hotel(s) voor in deze streek

Grande hotels

"

Villa Il Palagio is te vinden in het stadje Rignano sull'Arno. Het hotel bestaat uit een gerenoveerde zeventiende-eeuwse villa en enkele nieuwe bijgebouwen. Dit is geen klassiek hotel, maar eerder een verzameling vakantieappartementen met slaapkamer, woonkamer en keuken.

..."
GRANDE reporter Kevin De Vos
bezocht dit hotel en schreef:
"

Net buiten het wijnstadje Greve in Chianti ligt deze Toscaanse villa. Ooit was dit eigendom van een rijke Florentijnse familie, maar toch sloeg de tand des tijds ongenadig toe.

..."
GRANDE reporter Kevin De Vos
bezocht dit hotel en schreef:
"

Na een renovatie van vijf jaar ziet deze mooie villa in de Mugellovallei er weer als nieuw uit. Eigenares Milva Fusi koos bij de inrichting voor een mix van authentieke elementen en hypermoderne meubels en details.

..."
"

Fattoria degli Usignoli, in Toscane, is een prachtig viersterrendomein met een adembenemend uitzicht over de heuvels. Je kunt kiezen uit 44 appartementen in Italiaanse stijl en 28 kamers met hotelservice. Troeven: extra grote 'family rooms' en twee grote zwembaden.

..."
GRANDE reporter Kevin De Vos
bezocht dit hotel en schreef:
"

Tussen de bergtoppen van de fascinerende Apennijen ligt deze nieuwe spa. Zowel in dit wellnessinstituut als in het bijbehorende hotel regeren absolute rust en goede smaak. Topper? Het grootste pluspunt aan het Val di Luce Resort is de immense waaier van mogelijke behandelingen.

..."
GRANDE reporter Dirk Demesmaeker
bezocht dit hotel en schreef:
"

Hotel Della Nazioni is een centraal gelegen hotel in de buurt van het station.

..."
GRANDE reporter Jo Fransen
bezocht dit hotel en schreef:
"

Hotel Athenaeum**** is een viersterrenhotel met een eigentijdse inrichting en hoogstaand hotelcomfort. Het hotel ligt in het historische centrum, op 200 meter van de Galleria dell'Accademia en op tien minuten wandelen van de Duomo.

..."
"

Dit pand werd gebouwd in 1887 door koning Vittorio als villa en enkele jaren geleden integraal gerenoveerd. Er zijn dertig kamers, een bibliotheek, een bar en een tuinterras.

..."

Pagina's